De reden waarom Van Kempen zo gepreoccupeerd is door mijn doctoraat dat in zijn overtuiging een fake is, is gegrondvest op vier dingen:
Ding 1: Surinamers zijn in het algemeen een “fa dat kang “ ( = hoe is dat mogelijk !!) volkje. Dat wat men zelf niet kan wordt van een andere verwacht dat die het zelf ook niet kan.
Deze categorie lichtte Van Kempen in over mij , inhoudende dat waar ik mij voor opgeef niet waar kan zijn omdat men mij hééél lang geleden persoonlijk zou hebben gekend en dat ik toen geen doctor was maar een ordinaire kleine jongen! ( leve de Surinaamse analytische wijsbegeerte )
Ding 2: Van Kempen is zich er terdege van bewust dat hij zijn doctorstitel cadeau heeft gehad omdat hij:
- nooit een promotievoorstel had ingediend bij enig hoogleraar van
de UvA. Hij schreef zijn zogeheten dissertatie meteen zonder
begeleiding.
- zich ervan bewust is dat hij niets nieuws heeft bloot heeft weten te leggen hetwelk vervat zou moeten zijn in stellingen
- in zijn dissertatie geen vereiste hoofdstukken heeft opgenomen betreffende zijn gehanteerde onderzoeksmethode en theoretische verantwoording. Zijn verzamelde archiefgegevens niet geadstrueerd heeft met geraadpleegde en bestudeerde wetenschappelijke theorieën.
Voor Van Kempen geldt dan de wijsheid: Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten !!
Ding 3: Van Kempen overlegde vijf brieven betreffende mijn educatieve achtergrond welke hij van mij persoonlijk zou hebben ontvangen en waarin zou staan dat ik alleen maar een mulo zou hebben behaald. Deze door hem óf onder zijn regie vervalste brieven had hij als wettig en overtuigend bewijs bij de rechtszitting ingebracht en welke de rechter zonder slag of stoot aannam als een ultieme waarheid. Ik hoop voor hem dat zijn capriolen in hoger beroep op dezelfde wijze worden gehonoreerd.
Ding 4: Van Kempen heeft de rechter erin doen geloven dat hij speciaal voor mij naar de VS was gevlogen en er ontdekte dat mijn naam op geen enkele lijst van gepromoveerden zou voorkomen.
De rechter in Hoger Beroep gaat bekijken of dit bewijs niet hetzelfde is als wanneer een slager zijn eigen vleeswaar mag keuren.
De wijze waarop Van Kempen in zijn proefschrift geen hoofdstuk of onderzoeksmethoden heeft opgenomen omdat hij dit vak gewoon niet machtig is, heeft hij zich ook hierbij niet willen realiseren dat zijn eigen bevinding onderzoeksmethodologisch bezien niet als betrouwbaar bewijs had mogen dienen. Deze logica zal in hoger beroep nader worden doorgelicht!
Plagiaat:
Ook deze aantijging is gebaseerd op twee dingen:
Ding 1: dit is hetzelfde als hierboven. Dat wat de Surinamer zelf niet op papier kan neerzetten moet ik ook niet kunnen. Indien wel dan kan dat niet anders dan gestolen zijn.
Ding 2: Van Kempen heeft iets hufterigs in zich door mij met zijn plagiaat gezwets in het openbaar te beschimpen terwijl hij met bewondering kijkt naar schrijvers als Adriaan van Dis en Jan Siebelink die beiden hele romans uit een andere taal vertaald hadden en onder hun eigen naam lieten publiceren. Bij mij gaat het om een paar regels die wegens het ontbreken van een voetnoot voor plagiaat worden aangezien. De waarheid is dat ik daadwerkelijk naar de bron had verwezen waaruit ik uit geciteerd had. Mijn essay dat in 1986 uitkwam terwijl ik in dat jaar aantoonbaar in Suriname vertoefde, was ontstaan uit een bundel gepubliceerde teksten
uit uiteenlopende bladen en tijdschriften. Gelukkig had Van Kempen dit zelf ook als zodanig vermeld in zijn lasterlijke tekst over mij op Wikipedia.
Doordat ik in Suriname verbleef had ik de uitgever tegen betaling opgedragen alle diffuse teksten uit te typen en er één samenhangend geheel van te maken. Het eindprodukt was vóórdat het manuscript ter perse ging, wel voor mij opgestuurd in Suriname maar ik had het vanwege het regime van Bouterse toentertijd niet mogen ontvangen. Ik had een blind vertrouwen in de éénmansuitgeverij, tw. in de vrouw Magda Heeffer, en gaf per telefoon het fiat voor de drukkerij, niet wetende dat de door mij nadrukkelijk aangebrachte voetnoot was weggevallen. Ik vind de missie van Van Kempen tegen mij onverkwikkelijk. Dat vond zelfs de chef literaire redactie van de Volkskrant,de heer Eric Van Den Bergh.
De oestrogenenlijder Michiel van Kempen heeft één obsessie in zijn leven en dat is: mij tegen elke prijs aan de schandpaal nagelen!!!
Proefschrift:
De reden waarom Van Kempen zo gepreoccupeerd is door mijn doctoraat dat in zijn overtuiging een fake is, is gegrondvest op vier dingen:
Ding 1: Surinamers zijn in het algemeen een “fa dat kang “ ( = hoe is dat mogelijk !!) volkje. Dat wat men zelf niet kan wordt van een andere verwacht dat die het zelf ook niet kan.
Deze categorie lichtte Van Kempen in over mij , inhoudende dat waar ik mij voor opgeef niet waar kan zijn omdat men mij hééél lang geleden persoonlijk zou hebben gekend en dat ik toen geen doctor was maar een ordinaire kleine jongen! ( leve de Surinaamse analytische wijsbegeerte )
Ding 2: Van Kempen is zich er terdege van bewust dat hij zijn doctorstitel cadeau heeft gehad omdat hij:
- nooit een promotievoorstel had ingediend bij enig hoogleraar van
de UvA. Hij schreef zijn zogeheten dissertatie meteen zonder
begeleiding.
- zich ervan bewust is dat hij niets nieuws heeft bloot heeft weten te leggen hetwelk vervat zou moeten zijn in stellingen
- in zijn dissertatie geen vereiste hoofdstukken heeft opgenomen betreffende zijn gehanteerde onderzoeksmethode en theoretische verantwoording. Zijn verzamelde archiefgegevens niet geadstrueerd heeft met geraadpleegde en bestudeerde wetenschappelijke theorieën.
Voor Van Kempen geldt dan de wijsheid: Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten !!
Ding 3: Van Kempen overlegde vijf brieven betreffende mijn educatieve achtergrond welke hij van mij persoonlijk zou hebben ontvangen en waarin zou staan dat ik alleen maar een mulo zou hebben behaald. Deze door hem óf onder zijn regie vervalste brieven had hij als wettig en overtuigend bewijs bij de rechtszitting ingebracht en welke de rechter zonder slag of stoot aannam als een ultieme waarheid. Ik hoop voor hem dat zijn capriolen in hoger beroep op dezelfde wijze worden gehonoreerd.
Ding 4: Van Kempen heeft de rechter erin doen geloven dat hij speciaal voor mij naar de VS was gevlogen en er ontdekte dat mijn naam op geen enkele lijst van gepromoveerden zou voorkomen.
De rechter in Hoger Beroep gaat bekijken of dit bewijs niet hetzelfde is als wanneer een slager zijn eigen vleeswaar mag keuren.
De wijze waarop Van Kempen in zijn proefschrift geen hoofdstuk of onderzoeksmethoden heeft opgenomen omdat hij dit vak gewoon niet machtig is, heeft hij zich ook hierbij niet willen realiseren dat zijn eigen bevinding onderzoeksmethodologisch bezien niet als betrouwbaar bewijs had mogen dienen. Deze logica zal in hoger beroep nader worden doorgelicht!
Plagiaat:
Ook deze aantijging is gebaseerd op twee dingen:
Ding 1: dit is hetzelfde als hierboven. Dat wat de Surinamer zelf niet op papier kan neerzetten moet ik ook niet kunnen. Indien wel dan kan dat niet anders dan gestolen zijn.
Ding 2: Van Kempen heeft iets hufterigs in zich door mij met zijn plagiaat gezwets in het openbaar te beschimpen terwijl hij met bewondering kijkt naar schrijvers als Adriaan van Dis en Jan Siebelink die beiden hele romans uit een andere taal vertaald hadden en onder hun eigen naam lieten publiceren. Bij mij gaat het om een paar regels die wegens het ontbreken van een voetnoot voor plagiaat worden aangezien. De waarheid is dat ik daadwerkelijk naar de bron had verwezen waaruit ik uit geciteerd had. Mijn essay dat in 1986 uitkwam terwijl ik in dat jaar aantoonbaar in Suriname vertoefde, was ontstaan uit een bundel gepubliceerde teksten
uit uiteenlopende bladen en tijdschriften. Gelukkig had Van Kempen dit zelf ook als zodanig vermeld in zijn lasterlijke tekst over mij op Wikipedia.
Doordat ik in Suriname verbleef had ik de uitgever tegen betaling opgedragen alle diffuse teksten uit te typen en er één samenhangend geheel van te maken. Het eindprodukt was vóórdat het manuscript ter perse ging, wel voor mij opgestuurd in Suriname maar ik had het vanwege het regime van Bouterse toentertijd niet mogen ontvangen. Ik had een blind vertrouwen in de éénmansuitgeverij, tw. in de vrouw Magda Heeffer, en gaf per telefoon het fiat voor de drukkerij, niet wetende dat de door mij nadrukkelijk aangebrachte voetnoot was weggevallen. Ik vind de missie van Van Kempen tegen mij onverkwikkelijk. Dat vond zelfs de chef literaire redactie van de Volkskrant,de heer Eric Van Den Bergh.
De oestrogenenlijder Michiel van Kempen heeft één obsessie in zijn leven en dat is: mij tegen elke prijs aan de schandpaal nagelen!!!
Rabin Gangadin