Het laatste woord over het voortbestaan van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) lijkt nog niet te zijn gezegd. De medewerkers staan weliswaar per 1 augustus op straat, maar er op de achtergrond gebeurt er nog van alles.
Behalve dat de Amsterdamse rechtbank nog uitspraak moet doen over de stopzetting van de subsidie aan het NiNsee, hebben het Landelijk Platform Slavernijverleden en het AAD Netwerk Nederland koningin Beatrix aangeschreven om sluiting van het instituut te voorkomen.
Koninklijke weg
Waarom deze brief aan het staatshoofd? Voorzitter Barryl Biekman van het platform wil de koninklijke weg bewandelen, zegt ze. En daarom nog een poging wagen door de koningin te schrijven. Ook omdat koning Willem III de slavernij had afgeschaft, is het volgens Biekman een koninklijke aangelegenheid.
Premier Rutte had bij Keti Koti, de herdenking in het Oosterpark in Amsterdam, geen enkele toezegging gedaan en bovendien geen cadeau meegebracht, terwijl NiNsee dit jaar tien jaar bestond. Daar was de voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden niet over te spreken.
Volgende generaties
Barryl Biekman wil de strijd om erkenning niet aan de volgende generaties overlaten. In de brief aan de koningin vraagt het platform om het kabinet Rutte de bezuinigingsmaatregel ten aanzien van overheidsfinanciering aan het NiNsee in te trekken zodat het NiNsee zijn doelstellingen kan blijven realiseren, zoals de jaarlijkse nationale 1 juli herdenkingsactiviteiten.
Het platform schrijft: "Dit, vanuit het besef en bewustzijn dat de Nederlandse overheid (mede) verantwoordelijk is om alles eraan te doen wat noodzakelijk is in verband met de verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. Dit impliceert structurele overheidsfinanciering aan het NiNsee."
Nationale vrije dag
Verder vragen de actievoerders om 1 juli 2013, precies 150 jaar na de afschaffing van de slavernij in Nederland, een nationale vrije dag te maken en dat elke vijf jaar te herhalen.
Voor de medewerkers van NiNsee zal er vrij zeker niet op tijd een oplossing komen, maar Biekman hoopt dat er een manier wordt gevonden om het kenniskapitaal, de mensen en de wetenschappelijke kennis, niet verloren te laten gaan.












