De Surinaamse politiegeschiedenis is minstens zo interessant als die van het land zelf. Ellen Klinkers onderzocht het Surinaamse politiewezen vanaf de beginperiode tot en met de Onafhankelijkheid.
Leger en politie zijn in Suriname altijd met elkaar verweven geweest. Klinkers vindt dit één van de opmerkelijke zaken die uit haar onderzoek boven zijn komen drijven. Ze legt uit dat de politieorganisatie in Suriname werd opgericht in een tijd dat al veel langer werd vertrouwd op de militaire troepenmacht als ordehandhaver (dat was al zo tijdens de slavernij).
Toen de politieorganisatie erbij kwam, durfde de koloniale macht toch nooit helemaal op deze organisatie te steunen. De machthebbers bleven op het leger steunen en bleven er vaak een beroep op doen, bijvoorbeeld als het ging om verzoeken tot optreden of om opleiding.
Ontwikkelingen vanaf 1863
In 1863 was de politie in Suriname een verlengstuk van het koloniaal gezag. Het bestond uit Europese, vooral Nederlandse (oud-)militairen die overstapten naar de politiedienst: het ideaal van een politieorganisatie in die tijd. ’Aan het einde’ zie je een organisatie die helemaal Surinaams is.
Versurinamisering
De versurinamisering van het politieapparaat kwam goed op gang vanaf 1954, toen Suriname autonoom werd. Het politiewezen begon een eigen ontwikkeling door te maken. “De politie bestond al uit Surinaamse politiemensen,”, zegt Klinkers, “ maar op dat moment kwam ook de leiding in Surinaamse handen.” Op dat moment werd de politie dus een Surinaamse aangelegenheid.
1975 geen breekpunt
Het breekpunt in de recente politiegeschiedenis was niet in 1975, stelt Klinkers. Dat was in februari 1980. Klinkers: “De onafhankelijkheid was een staatkundig breekpunt, maar de politie wás in feite al onafhankelijk. Het onderging op dat moment geen verandering. Ook in aanloop naar de onafhankelijkheid werd eigenlijk nauwelijks gesproken over hoe het verder moest met de politie." Het jaar 1980 was het echte breekpunt, want de staatsgreep vormde een enorme inbreuk in de organisatie, de positie in relatie met het leger en ook het personeel dat voor een groot deel het korps heeft verlaten.
Maar als het breekpunt in 1980 was, waarom heeft Klinkers de periode ’75-’80 niet meegenomen in haar onderzoek? De onderzoeker licht toe dat de opdracht voortkomt uit een studie naar de geschiedenis van de Nederlandse politie. De Nederlandse inbreng in Nederland hield formeel op met de Surinaamse onafhankelijkheid, vandaar de keuze voor die datum.
Politiearchief weg
'Heel moeilijk', zo beschrijft Klinkers haar speurtocht naar documenten over de Surinaamse politie. Dit kwam onder andere doordat het hoofdbureau in 1980 in vlammen opging, inclusief het hele politiearchief. Het was voor Klinkers zoeken naar ‘snippertjes informatie’ in zowel Nederland als Suriname.
De publicatie De geschiedenis van de politie in Suriname, 1863-1975; Van koloniale tot nationale ordehandhaving is op vrijdag 9 december gepresenteerd in Den Haag. Dit gebeurde gelijktiijdig met de publicatie over de geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden, geschreven door Aart Broek. De ministers Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie), namen de eerste exemplaren in ontvangst.






















Nieuwe reactie inzenden