De Nederlandse Cobra-schilder Guillaume Cornelis Beverloo, beter bekend als Corneille, is overleden.
Corneille was een van de oprichters van de na-oorlogse Cobra-groep, een beweging waartoe ook Karel Appel en Lucebert behoorden. Hij gold als een van de succesvolste Nederlandse schilders van de twintigste eeuw. De schilder is overleden in Frankrijk, waar hij al jaren woonde.
Corneille is 88 jaar geworden. Hij overleed in een ziekenhuis. Hij was de laatste tijd lichamelijk sterk achteruit gegaan. Dat meldde zijn vriend Boudewijn Hiltermann, namens de vrouw van de Nederlandse Cobra-schilder.
Autodidact
Corneille werd op 3 juli 1922 geboren in het Belgische Luik. Toen hij taalf was verhuisde zijn gezin terug naar Nederland. Hij leerde zichzelf schilderen en volgde tussen 1940 en 1942 kunstcursussen aan de Amsterdamse Academie. In 1946 exposeerde hij voor het eerst, in Groningen.
Met Karel Appel trok hij naar Parijs en op zijn 26ste richtten ze daar samen met de Belgen Christian Dotremont en Joseph Noiret en de Deen Asger Jorn de kunstbeweging Cobra op. De naam Cobra is een samentrekking van Copenhagen, Brussel, Amsterdam. De groep werd na drie jaar, volgens Corneille op het hoogtepunt, opgeheven.
Commercieel
Corneille vestigde zich definitief in Parijs en kende na Cobra nog drie perioden. De eerste was zijn lyrische, abstracte periode, daarna deed hij landschappen, geïnspireerd door reizen naar Afrika. Zijn derde periode viel hij terug op figuratie. Vogels, bloemen en vrouwen kwamen steeds terug in felle en vrolijke kleuren.
Bij het grote publiek werd hij met die stijl bekend, zeker nadat hij commerciële opdrachten aannam, zoals het bedrukken van pennen en stropdassen. Dat laatste werd hem in kunstkringen niet altijd in dank afgenomen. Corneille bleef tot zijn dood kunst maken.
Groot verlies
Artistiek directeur Katja Weitering van het Cobra Museum in Amstelveen spreekt van een groot verlies voor de Nederlandse en de internationale kunstwereld. Volgens Weitering was Corneille een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars en maakte hij deel uit van de internationale avant-garde in Europa. 'Hij stond aan de wieg van de vrije schilderkunst', aldus de directeur. 'Hij heeft een geheel nieuwe poëtische kunstvorm geïntroduceerd.'
In veel huiskamers
Volgens kunsthistorica Willemijn Stokvis hangt in heel wat Nederlandse huiskamers een werk van Corneille. 'Dat komt mede door zijn grafische werk, zoals litho's en zeefdrukken, die op grote schaal zijn vermenigvuldigd en verspreid.'
'Hij en Appel brachten de avant-garde naar Nederland. Dat gaf een enorme impuls. Niet alleen aan andere kunstenaars maar ook aan het onderwijs. Het leidde tot diep in de jaren tachtig tot meer aandacht voor kindertekeningen en het werken met verschillende materialen op scholen, van het lagere onderwijs tot aan de kunstacademie.''
Kinderlijk
Volgens Stokvis was het werk van Appel vooral heftig en dat van Corneille poëtischer en vrolijker. 'Hij maakte haast volkskunst op een primitieve, kinderlijke wijze.'





















Nieuwe reactie inzenden