Nellie Bakboord
Officieel heet ik Petronella Maria Bakboord en ben geboren op 6 januari 1954 in Paramaribo. Na de 5e klas, (St. Elisabethschool) vertrekken wij in 1965 met het hele gezin naar Nederland/Amsterdam.
Vervolgens studeer ik af aan de Sociale Academie in Amsterdam. Zonder de studie politicologie af te ronden, vertrek ik in januari 1986 met mijn man en twee kinderen naar Paramaribo. Hier blijf ik wonen en werken tot december 1996.
Ik woon en werk nu weer in Nederland en heb inmiddels drie kinderen. Naast mijn werk als coördinator in Amsterdam-Zuidoost van een onderwijsondersteunend project, schrijf ik in mijn vrije tijd tweewekelijks een column voor de Ware Tijd (Nederlandse versie).
Ik hou van lezen, schrijven, theater, koken, van lol maken en lachen.
“Wij zeiden nooit opa. Onderling noemden wij hem 'papsie', maar als we over hem spraken zeiden we altijd grootvader”. Sandra Ferrier, één van de vele kleindochters van Johan Henri Ferrier, oud-gouverneur en eerste president van de republiek Suriname liet, terwijl ze deze uitspraak deed, warme emoties zien waar ik stil van werd. Iets wat mij niet snel overkomt.
door Nellie Bakboord
Terwijl ik in haar woonkamer in Rotterdam aan de eettafel zit kijk ik omhoog naar een schilderij. Op het schilderij zie ik de achterkant van een woning. Vanuit die achterkant kijk je een erf in en zie je lekkere fruitbomen.
In gedachten zie ik taferelen tot leven komen zoals op alle erven in Suriname. Op één of andere manier trekt dit schilderij mijn bijzondere aandacht. “Ken je Chris Healy?”, vraagt Sandra. In mijn hoofd antwoordde ik direct “Toevallig wel...”, maar bestaat toeval? Ik kijk Sandra betekenisvol aan en zeg dat ik in Suriname in dezelfde periode als Chris bij het directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Cultuur heb gewerkt.
Ik ken Chris dus. Een beetje. In Suriname zeggen we heel vaak ‘een beetje’. Wat we precies bedoelen weet niemand. “Hij heeft het geschilderd. Het is de achterkant van de woning van mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn grootvader. Van de voorkant is er ook een schilderij maar deze mocht ik hebben.”
100 jaar
Met Sandra heb ik begin december een datum geprikt om gezellig tori te praten over haar grootvader. Een bijzondere man, die 12 mei 2010 honderd jaar oud zou worden. Een respectabele leeftijd. Een respectabele man waar ik graag een verhaal over wil schrijven, opgetekend uit de herinneringen van een kleindochter.
Tal van verhalen over Johan Ferrier zijn reeds bekend, maar het verhaal ‘Ferrier, mijn opa’ prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Sandra was bij voorbaat enthousiast, maar riep tijdens ons gesprek meer dan honderd keer “Dat moet ik tante Cynthia vragen.” Ze weet dat de woning van haar overgrootmoeder mama, en mama spreekt ze nadrukkelijk uit met een Frans accent, zo luidde de familietraditie, in de Watermolenstraat stond. Nr. 55. Welke hoogte, ik begin in gedachten te wandelen vanuit de Gravenstraat, weet Sandra niet exact.
Nog een vraag voor Tante Cynthia. Direct naar Suriname bellen doen we op mijn verzoek nog niet, want er zullen wellicht meer vragen de kop opsteken. Tante Cynthia Mcleod Ferrier, in lijn het vierde kind van Johan Ferrier, vertelt niet alleen heel boeiend de geschiedenis van Suriname, maar ook de geschiedenis van deze voor Suriname bijzondere familie schudt ze zo uit de mouw. Zij weet alles. Sandra hoeft mij hiervan niet te overtuigen. Als tante Cynthia vertelt is heel Suriname muisstil.
Henri
We genieten van koffie met een scheutje likeur, terwijl Sandra vertelt dat haar grootvader de oudste is van zeven kinderen. “Twee van hen zijn reeds overleden, maar tante Eleanor, oom Eddie, oom Henry en tante Martha zijn in leven. Wat heel apart is,” vervolgt Sandra, “is dat alle broers en zusters van mijn grootvader Henri heten. Ook de meisjes. De naam Ferrier kan verloren, gaan maar de naam Henri blijft hierdoor altijd bestaan.”
Of deze traditie door alle generaties is voortgezet vergeet ik te vragen. Intussen haalt Sandra een doos vol familiefoto’s, zodat ik een beeld krijg van overige familieleden. Een jeugdfoto, waar Sandra gelukkig zuinig mee omgaat, toont alle acht kinderen van haar grootvader. Intussen volgt de ene swit’ tori na de andere over de familie. Terwijl ik plechtig beloof niet alle ondeugende weetjes van de familie uit de doeken te doen vergeet ik te informeren naar grootvaders lievelingsgerecht. De overige vragen besluiten wij te emailen. Rotterdam ligt niet om de hoek van Diemen.
Maandag 4 januari. “Grootvader is gaan rusten”, zegt Sandra zachtjes. Bescheiden vraagt zij of het stukje over haar grootvader nog wel gepubliceerd wordt? Het klonk toen misschien niet gepast, maar ik wilde persé weten of hij net als alle Surinamers een liefhebber was van rijst met bruine bonen. “Ja”, zegt Sandra een emotie wegslikkend, “maar altijd met rauwe uitjes.” Johan Ferrier, 1910-2010. In alle opzichten een echte Srananman.
©NellieBakboord.



















Nieuwe reactie inzenden