Bolivia, lang een van de armste landen op de wereld, krabbelt in rap tempo op. Dat gaat niet zonder pijn. De populistische president steunt op de indiaanse meerderheid in het land. In de Spiegelzaal van het regeringspaleis in het centrum van La Paz geeft Evo Morales toe dat er oppositie is. Maar dat ook indiaanse volkeren zich tegen hem keren, ontkent hij.
Onlangs besloot de Nederlandse regering de ontwikkelingshulp aan Bolivia te staken en haar ambassade te sluiten. Wat vindt u hiervan? Nederland was ruimschoots aanwezig in Bolivia…
“Weet u, het verbeteren van onze financiële zelfstandigheid heeft ook een prijs. Vroeger leende de regering geld om salarissen en geschenken te betalen. Nu is hiervoor geen binnenland of buitenlands geld meer nodig. In economisch opzicht hangen we niet meer helemaal onderaan maar zitten we op het middenniveau. Nu is er geen internationale solidariteit meer, maar tellen de commerciële belangen. Sommige landen hebben tegen mij gezegd: ‘Evo we hebben je tot hier geholpen, maar nu willen we andere landen helpen. Jullie zijn er niet meer zo slecht aan toe als eerst’. En ze hebben gelijk! Bolivia staat er veel beter voor dan eerst, dat is de economische bevrijding.
Zij die nu afhaken bedank ik voor alles. Zij hebben ons geholpen. En zij die blijven samenwerken en het weinige dat ze hebben met ons willen delen, dank ik. Een paar dagen geleden sprak ik met de Spaanse staatssecretaris van ontwikkelingssamenwerking. Hij zei tegen me: ‘Het gaat slecht met Spanje, maar wij blijven samenwerken met Bolivia’. Dat is geweldig, dat ze niet om ideologische redenen maar uit respect met ons blijven samenwerken. Het is aan elk land om daarover te beslissen.”
Inheems protest
U bent gekozen door de inheemse meerderheid van het land en u profileert zich als voorvechter van de indianen. Toch zien we steeds vaker protestmarsen, juist van inheemse volkeren, die bijvoorbeeld protesteren tegen de aanleg van een 300 kilometer lange weg door een groot natuurgebied waar de indianen wonen.
“Dat is in het buitenland een belangrijker onderwerp dan dat het in Bolivia zelf is. ‘Weer een mars van inheemse broeders die voor of tegen een weg zijn?’ vraag ik me dan af. Het zijn echt niet allemaal indianen die daar de straat op gaan. Ik heb gehoord dat slechts 7 van de 60 inheemse gemeenten op de een of andere manier mee deden. Helaas zijn dit dus politieke marsen, toen ze hier in de hoofdstad kwamen begonnen ze te roepen ‘Evo, je moet opstappen’. Ze wilden mijn aftreden! Dat had niets meer met de weg of het milieu te maken.”
Dus het gaat niet om de rechten van de inheemse bevolking, om hun leefgronden?
“Ik heb deelgenomen aan veel evenementen in Zwitserland, in Wenen, aan het debat over de rechten van de inheemse volken en het Verdrag van de Rechten van de Inheemse Volkeren van de VN in 2007. Ik geloof dat Bolivia het eerste land is dat dit verdrag geratificeerd heeft. Het eerste land! Ik geloof dat in heel Zuid Amerika maar twee of drie landen het geratificeerd hebben. Maar wij als eerste.
Nieuw kolonialisme
Daar ligt het dus niet aan. Het gaat over het milieu. Het milieuactivisme is het nieuwe kolonialisme. De discussie hierover durf ik wel aan te gaan. Kapitalistische landen hebben het milieu verpest, maar ze willen hun verantwoordelijkheid niet nemen en nu leggen ze die bij ons. En daarvoor gebruiken ze onze inheemse broeders. De bazen van de NGO’s en stichtingen leven in de steden, zij hebben elektriciteit en drinkwater, terwijl de inheemse broeders niet eens elektriciteit hebben. Wij zijn genoodzaakt om elektriciteitscentrales te bouwen zodat zij licht hebben. Het is een nationaal debat en dat wordt naar een internationaal niveau getild. Stelt u zich een voor: landen die niet eens het Kyoto-protocol hebben geratificeerd presenteren zich nu ineens als ijverige verdedigers van het milieu! Niet in hun eigen land, maar hier, om ons tegen elkaar op te zetten!”
U heeft het Italiaanse telecombedrijf Entel en het Spaanse elektriciteitsbedrijf Red Eléctrica genationaliseerd. Bezorgt u dat veel hoofdpijn?
“Nee… Ik ben daar heel tevreden over. Ooit waren ze in handen van het volk en nu weer. Natuurlijk zijn er problemen. Maar dankzij de betrokken regeringen hebben we die problemen overwonnen. De nationalisatie is naar alle tevredenheid verlopen. Laat de oppositie maar protesteren. Onze politieke lijn is goed als zij protesteren, want dan doen we het goed. Als ik steun zou krijgen van de oppositie, als die gelukkig was en tevreden… dan zou ik me pas zorgen maken. Dan deed ik echt iets fout.
In Bolivia zijn strenge regels voor buitenlandse investeringen, bijvoorbeeld in de oliesector. Tegelijkertijd zoekt u partners voor de exploitatie van olie. Lukt dat nog?
“We hebben een wet aangenomen om de investeringen in de oliesector te stimuleren. We hebben geen gebrek aan gas, maar wel aan olie. Bedrijven staan nu in de rij bij Yacimientos Petrolíferos (het Boliviaanse staats-oliebedrijf ), heb ik begrepen. Dit is een goede manier om investeringen aan te moedigen en ervoor te zorgen dat Bolivia geen dieselolie meer hoeft te importeren. Want dat is ons zwakke punt. We geven momenteel enorm veel uit aan de subsidie op brandstof: gemiddeld 800 miljoen dollar per jaar. Wat zouden we niet allemaal kunnen doen met dat geld?
De bevolking was tegen het afschaffen van deze subsidie. Dus ben ik met ze in discussie gegaan en heb ik mijn programma aangepast. Volgens de peilingen begrijpt nu meer dan de helft van de bevolking dat we niet eindeloos met die subsidies door kunnen gaan.”













