Het Zeeuwse stadje Veere herdenkt de invasie van Walcheren die daar 200 jaar geleden plaatsvond. Ruim 600 mensen uit heel Europa spelen de veldslag uit die tijd na.
Op het eerste gezicht is het een zooitje ongeregeld dat door de straten van Veere loopt. Mannen in smoezelige uniformen in alle kleuren, sabels aan de riem, koeienleren rugzakken om en pratend in alle talen. We zien zelfs twee cavaliers met doodshoofden op hun hoge zwarte hoeden.
In Veere wordt een veldslag nagespeeld: de Invasie van Walcheren. De Britten vielen Holland aan omdat ze bang waren voor de Fransen, die Holland bezet hielden.
Het ziet er levensecht uit: de oorlogsdriemaster die aan komt zeilen, de roeiboten die landen op het strand van Veere en de gevechten met bajonnet en kanon. Harde knallen en heel veel rook. De duizenden bezoekers genieten.
De afloop van de veldslag was tweehonderd jaar geleden minder vrolijk. Soldaten stierven bij bosjes. Niet alleen door kanonnenvuur, maar ook door ziektes als malaria en diarree. En niemand won. Voor de Britten was de hele geschiedenis een blamage. Het leidde tot een parlementaire enquête en er rolden koppen in Engeland. Een geschiedenis om snel te vergeten en dat is eigenlijk ook gebeurd.
Hoeveel doden en gewonden er precies vielen, is moeilijk te achterhalen. Ze worden nu, precies 200 jaar later, herdacht in Veere. Met de herbeleving van de veldslag en een kranslegging door de burgemeester.













Nieuwe reactie inzenden