Delen van kennis, duurzame hulp
De Nederlandse regering realiseerde zich na de Tweede Wereldoorlog al snel dat hulp aan ontwikkelingslanden duurzaam moest zijn.
In de jaren vijftig en zestig ontstonden in Nederland tal van opleidingsinstituten die mensen uit ontwikkelingslanden de kans gaven om op een hoog niveau kennis op te doen. Kennis die vaak typisch Nederlands is.
In deze serie aandacht voor ontwikkelingssamenwerking met opleidingsinstituten in Nederland.
Kijk voor informatie over beurzen voor een opleiding aan een van de instituten op www.nuffic.nl.
De pluimveehouderij in Nederland sterft langzaam af, maar Nederlanders blinken nog altijd uit in kennis erover. Daar maken ontwikkelingslanden dankbaar gebruik van. Ze doen praktijkervaring op bij PTC+ in Barneveld.
Helmich van Rees is trainer bij PTC+, de eerste pluimveevakschool van Nederland. De naam PTC+ staat voor ‘Practical Training Center’. Het markante plusteken werd toegevoegd om de meerwaarde van elke training in de merknaam tot uitdrukking te brengen. Het opleidingsinstituut heeft vijf verschillende vestigingen, waarbij iedere vestiging zijn eigen expertise heeft op het gebied van landbouw. PTC+ in Barneveld is gespecialiseerd in pluimvee.
Ontstaan
In Nederland bestonden in de jaren zestig al landbouwscholen voor paarden, gewassen en koeien, maar niet voor pluimvee. Er waren wel verschillende cursussen voor pluimvee, maar geen echte opleiding. De slechte grond in verschillende delen van het land was met name geschikt voor de pluimveehouderij. Voor rundvee kon die grond niet gebruikt worden. Zo merkten de boeren in de jaren zestig dat er aan pluimvee te verdienen viel. “De boeren dachten: als er niks bestaat, dan beginnen we zelf wel”, vertelt Van Rees. Ze stapten naar de overheid met een voorstel en het initiatief voor de eerste pluimveevakschool werd gerealiseerd.
De subsidie vanuit de overheid voor de vakschool kwam niet zomaar. In ruil voor staatssteun moesten ze wel openstaan voor leerlingen van andere landbouwscholen. Door deze uitbreiding kreeg de vakschool ook bekendheid in ontwikkelingslanden. “Wij zijn niet op zoek gegaan naar internationale cursisten. Zij hebben ons gevonden. Ghanezen hadden lucht gekregen van onze vakschool en waren wel geïnteresseerd in een cursus. Zo werd PTC+ bekend in ontwikkelingslanden”, vertelt Helmich van Rees.
Ervaring is verplicht
In de tijd dat de Ghanezen kwamen, bestond er nog geen beurzensysteem voor het volgen van de cursussen. Cursisten kwamen ééen of twee dagen in de week naar PTC+. De overige dagen gingen ze aan de slag bij boeren in de buurt om zo hun cursus te bekostigen. Toch klopten steeds meer landen aan bij de pluimveevakschool voor een cursus over kippen.
Inmiddels maakt PTC+ gebruik van een beurzensysteem van de Nederlandse overheid. Zo’n 1800 cursisten uit ontwikkelingslanden hebben die in de afgelopen 30 jaar ontvangen, waardoor ze cursussen van drie tot negen maanden konden volgen. Ze waren afkomstig uit zo'n 130 verschillende landen, waarbij de topvijf gevormd wordt door: Tanzania, Uganda, Sri Lanka, Zambia en Ghana.
Praktijk
“Er zijn verschillende criteria waar wij naar kijken als er een aanmelding binnenkomt”, vertelt Van Rees. “We willen zeker zijn dat een cursus bijdraagt aan de ontwikkeling van het land. We werken met afgestudeerden met minstens drie jaar werkervaring. Zo weten we zeker dat de cursist al wel van wanten weet en het dus echt een verrijking is aan zijn of haar kennis en ervaring. Bovendien zijn de meeste cursisten voorlichters of leraren. Zij werken in de praktijk en zullen dus ook in de praktijk aan boeren in de omgeving hun kennis en ervaring delen. We ontvangen liever geen cursisten die een universitaire studie hebben gevolgd. Wetenschappers zullen niks doen met de informatie, ze zijn niet werkzaam in de praktijk.”
Aanpassingen
“Wij richten ons op een groep mensen die de landbouw in hun eigen ontwikkelingsland wil verbeteren. Die groep beschikt niet over de technieken die we hier in Nederland kennen. We hebben onze stallen helemaal ingericht op de doelgroep. Zo proberen we alles zo herkenbaar mogelijk te maken”, zegt trainer Helmich.
Dit is duidelijk zichtbaar in de stallen van PTC+. Inmiddels zijn legbatterijen verboden en dus ook niet meer op het terrein aanwezig. De scharrelkippen leven in omstandigheden die sterk overeenkomen met de omstandigheden die kippen in het buitenland hebben. Zo moet er een rekstok in het hok zitten en horen er open drinkwatervoorzieningen te zijn. De scharrelkippen mogen met maximaal 9 kippen per m2 gehouden worden. Elke cursist krijgt een hok toegewezen waar hij alles wat met ‘zijn’ kippen te maken heeft, bijhoudt.
Cursisten weten heel goed waarvoor ze komen en zijn erg gefocust op hun doel. Zo ook een Keniaanse cursist: “Ik kom hier om mijn kennis en ervaring op het gebied van pluimvee uit te breiden. Ik werk voor een organisatie in onze gemeenschap die de kennis onder vrouwen en kinderen wil vergroten. Als ik terugga, deel ik mijn ervaringen met hen. Dit alles om de levenstandaard van mijn volk te verbeteren en de armoede te verminderen.”
Pluimvee in Nederland
Dat alles afgestemd wordt op de internationale cursisten is niet zo gek als het lijkt. Door regelgeving en dure grond is de pluimveehouderij steeds minder rendabel geworden. Van Rees: “We hebben nog maar 2.000 pluimveeboeren in Nederland en nog maar 15 Nederlandse studenten per jaar willen pluimvee studeren. Inmiddels halen wij 85% van de inkomsten uit de internationale cursisten. Logisch dat wij ons programma daarop aanpassen.”
Helmich van Rees is er stellig van overtuigd dat de buitenlandse interesse ondanks de economische crisis niet zal afnemen. Helmich: “Ze blijven naar ons in Barneveld komen. Ons land is uitermate geschikt voor de pluimveehouderij. Al van oudsher hebben wij goede voorzieningen op het gebied van landbouw. Daarnaast hebben we door onze Rotterdamse haven goede mogelijkheden voor aanvoer van onder andere voer. We willen hulp bieden aan ontwikkelingslanden door niet een zak graan te sturen, maar de cursisten aan het werk te zetten. Ons motto is leren door te doen, en niet meer theorie dan nodig is.”
























Nieuwe reactie inzenden