West-Europeanen hielden in de herfst van '89 hun adem in: drommen Oost-Europeanen konden door de gevallen Muur oversteken naar het Westen om daar hun geluk te zoeken. Die exodus bleef uit. Maar er sprongen wél westerlingen van West naar Oost door het gat in de Muur. Onder hen Nederlandse bankiers, boeren en kleine ondernemers. Pioniers die hun ondernemersgeluk in het voormalig Oostblok zochten.
Metaal
Herman Hutten had in Nederland een metaalbedrijf. Hij dreef al mondjesmaat handel met Oost-Duitsland toen de Muur viel. Hutten rook meteen zijn kans: "Grote bedrijven zullen er eerst een paar analisten op afsturen maar als je een beetje nuchter nadenkt, dan heb je daar een groot Oost-Duitsland met een hele sterke financiële broer, in tegenstelling tot alle andere Oostbloklanden. Wij wisten natuurlijk dat West-Duitsland die financiering op zich zou nemen."
Op een gehuurd terrein in een oude hal startte Hutten in februari 1990 zijn productie op in Oost-Duitsland.
Tropisch fruit
'Self-made' ondernemer Frans Nieuwenhuizen kende Oost-Duitsland vanaf de snelweg: hij reed vrachtwagens met hulpgoederen naar Polen. Negen dagen na de val van de Muur was hij in Oost-Duitsland op zoek naar een afzetmarkt voor zijn anti-roestmiddelen voor auto's. Een paar weken later bleek de handel in tropisch fruit toch een betere optie: met drie woorden Duits begon hij op lokale markten: "laadklep naar beneden, weegschalen, plastic zakken, een emmer voor het losgeld en aan de gang".
Binnen enkele maanden had Nieuwenhuizen een groot netwerk van afnemers georganiseerd: "Ik heb later met een camper door het land gereden want er waren geen hotelkamers te vinden. Ik heb als reizende vertegenwoordiger in een camper een slaapplaats, magazijn en kantoor gehad. Ik sliep bij de klanten voor de deur. De eerste maanden sliep ik in een mijn oude Volvo met een slaapzak en een kussen"
Tussenpersoon
Ook Ad Heymans en zijn vader, beiden bekend met het boerenbedrijf, stonden in 1989 op scherp: "We hadden destijds goede contacten met de Poolse ambassadeur in Den Haag. Je hoort eens wat, je denkt verder...Daar ligt een enorm land met 40 miljoen mensen. Het rommelde al een beetje en iedereen voelde aan dat het communisme niet heel lang meer stand zou houden. Dan moet je op een gegeven moment gewoon de stoute schoenen aantrekken en eens gaan kijken"
Toen de muur uiteindelijk viel stonden vader en zoon Heymans al met één been in Polen. De Polen zochten kapitaal en 'know-how' om hun agrarische sector te hervormen en Nederlandse boeren stonden te trappelen hun activiteiten uit te breiden. Heymans bracht de partijen bij elkaar.
Kassa
Ad Heymans zit nog steeds in Polen, nu als vastgoedondernemer. Om aan een werkplek te komen, besloten vader en zoon Heymans in 1991 voor zichzelf en anderen te gaan bouwen, gezien het schreeuwende gebrek aan kantoorruimte. Nu beheren ze voor een kleine 400 miljoen euro aan onroerend goed.
Ook Hutten heeft in de jaren '90 goed verdiend aan de bouw-"boom" in Oost-Duitsland. West-Duitsland had veel geld over voor de opbouw van het Oosten. Daar hebben de Nederlanders goed van geprofiteerd, ook al omdat 'de Ossie niet gecharmeerd was van de Duitse mentaliteit", volgens Hutten.
IJs aan Eskimo's
Grote voorspoed was ook Nieuwenhuizen niet vreemd in die eerste jaren. De vraag naar tropisch fruit kende geen plafond. Nieuwenhuizen draaide binnen 9 maanden al een omzet van 14 miljoen D-Mark. Dat kunstje haalde hij een jaar later opnieuw uit met bier. Wat begon met een traytje Bavaria achter in de fruitwagen, groeide binnen een jaar uit naar een handel ter waarde van een slordige 17 miljoen gulden. En dat terwijl Nederlands bier aan Duitsers slijten toch zoiets is als "ijs aan Eskimo's verkopen", in de woorden van Nieuwenhuizen.
De pioniersgeest van deze ondernemers zit ze in het bloed. Het verbaast dan ook niet dat ze hun grenzen alweer hebben verlegd. De economieën van Polen en het voormalige Oost-Duitsland zijn volwassen geworden. Maar in Roemenie en nog veel verder weg tot in Azië valt er nog genoeg te pionieren.

















Nieuwe reactie inzenden