Na veel vertraging gaat komende week de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Rotterdam rijden. Met de ingebruikname heeft Nederland eindelijk ook een eigen hoog snelheidsnet. En dat is laat, want de moeder van alle hogesnelheidstreinen kwam uit Nederland. Meer dan vijftig jaar geleden ging op initiatief van de Nederlandse spoorwegen de TEE, de Trans Europe Express, van start.
De Trans Europe Express was een idee van NS-directeur Den Hollander die zijn Europese collega's enthousiast wist te maken voor één Europees netwerk van luxe en voor die tijd snelle treinen. Vrijwel alle Europese landen deden mee aan het concept en de bordeauxrode-crème treinen verbonden tientallen Europese steden.
Nieuw publiek
Volgens Dick Rensema, voorzitter van Stichting TEE Nederland, zochten de spoorwegmaatschappijen na de oorlog naar een nieuw publiek. ‘De auto en het vliegtuig rukten op en concurreerden met de trein. Daarop kwam het idee om een net van luxe en snelle treinen op te zetten. Eén van de lijnen, de Edelweiss, reed in minder dan tien uur naar Zürich en deed daarbij vijf landen aan. Dat was nog nooit vertoond.’
Die snelheid was mogelijk door sterke dieselelektrische treinstellen. Rensema: ‘Bij de grens was er geen oponthoud. Er hoefde geen locomotief te worden gewisseld en de douane ging gewoon aan boord mee.’ Voor een dieselelektrische trein werd ook gekozen omdat de elektrificatie van het Europese spoor nog niet helemaal was voltooid. De TEE treinen konden overal in Europa terecht. ‘De gemiddelde snelheid was 140 kilometer per uur, maar er zijn ook verhalen bekend van snelheden van bijna 200 kilometer.’
Roze champagne
De Trans Europe Express was vooral bedoeld voor de Europese elite. Ook de koninklijke familie maakte regelmatig gebruik van de trein. De rijtuigen hadden airconditioning en de luxe aan boord was te vergelijkbaar met eerste klas vliegen. Door het gangpad van de TEE liepen hostesses in grijze mantelpakjes om het de passagiers naar de zin te maken. Rensema: ‘Bij binnenkomst kreeg je een krantje of een kop koffie. Later op de dag kwamen ze nog een keer langs voor een aperitiefje, bijvoorbeeld een glas roze champagne.’ En natuurlijk kon er uitstekend worden gedineerd in de restauratiewagen. ‘Die keuken was te vergelijken met een keuken in een sterrenrestaurant.’
Nederland bouwde en ontwierp samen met de Zwisterse spoorwegen een aantal rijtuigen voor de TEE, die bleven tot 1974 rijden. Toen gooide de oliecrisis roet in het eten. Rensema: ‘In heel Europa was het spoornet inmiddels geëlektrificeerd, waardoor het gebruik van dieselelektrische treinstellen minder aantrekkelijk werd. Bovendien lustte die ook een slok diesel. De TEE had twee zware zestiencilinder dieselmotoren en een derde zware achtcilinder motor, die . het gebruik duurder maakten.’ Daarna ging het volgens Rensema bergafwaarts met het concept TEE. ‘De zelfstandig aangedreven snelle, luxe treinen werden vervangen door elektrische locomotieven getrokken rijtuigen met tweede klas coupés. Bij grens moest er worden gewisseld waardoor de snelheid eruit ging.’
HSL
Maar het Nederlandse concept TEE van Den Hollander leeft voort in alle Europese hogesnelheidslijnen. Het is toch allemaal begonnen met de TEE, zegt Rensema. ‘Den Hollander heeft met de TEE getoond wat de toekomst van het spoornet was. En zo is het ook gegaan. De hoge snelheidslijn is de toekomst van het spoor. Het is de enige manier om steden snel en comfortabel met elkaar te verbinden. Met de HSL krijgen we te maken met de derde generatie hoge snelheidstreinen. De HSL laat zien hoe het concept dat begonnen is met de Trans Europe Express, zich heeft ontwikkeld naar een hoger plan.'
TEE terug in Nederland
De rijtuigen van de Nederlandse TEE werden in 1976 verkocht aan een Canadese spoorwegmaatschappij die er lijndiensten mee ging rijden tussen Toronto en het noorden van Ontario. De rijtuigen werden daarvoor in het geel en blauw gespoten. Begin jaren negentig dankten de Canadezen de rijtuigen af. Via een sponsoring van modelspoorfabrikant Marklin werd de TEE terug naar Europa getransporteerd. Een Zwitserse stichting zou de rijtuigen opknappen, maar kwam in geldnood. Dick Rensema voorzitter van de Stichting TEE: ‘Ik kon op een nacht de slaap niet vatten en ging een beetje internetten. Toen kwam ik erachter dat de Zwitsers de treinstellen te koop aanboden. De volgende dag heb ik meteen contact opgenomen met de directeur van het spoorwegmuseum in Utrecht. Dat is het begin van Stichting TEE Nederland.’ Na bijna dertig jaar was de TEE weer terug in Nederland. Op dit moment staan de rijtuigen op het spooremplacement van Nedtrain van Amsterdam om te worden gerestaureerd.
Foto: Sichting TEE Nederland
Stichting TEE: www.stichtingtee.nl
Meer interessante verhalen lezen? Abonneer je op de gratis WereldExpat nieuwsbrief



















Nieuwe reactie inzenden