Op de valreep heeft de VN-klimaatconferentie toch nog een serie afspraken opgeleverd. Volgend jaar moeten die verder worden uitgewerkt. De Amerikaanse president Obama benadrukte dat de overeenkomsten niet wettelijk bindend zijn. De afspraken vormen een eerste stap. Maar de komende onderhandelingen worden er niet makkelijker op. Een aantal ontwikkelingslanden heeft de afspraken scherp veroordeeld. Ze spraken van een coup d’etat tegen de VN.
De grootste economie ter wereld en vier opkomende industrielanden trokken zich vrijdagmiddag terug en stelden een handzaam lijstje op van maatregelen die klimaatverandering moeten stoppen. Erkenning van de noodzaak dat de aarde niet met meer dan 2 graden Celsius mag opwarmen, financiële hulp voor ontwikkelingslanden in de vorm van een Klimaatfonds van 100 miljard dollar per jaar vanaf 2020 en een akkoord over de controle op beloftes over vermindering van de CO2-uitstoot. Lastige kwesties als reductiepercentages bleven buiten beschouwing.
Simpele klus
De klimaatonderhandelingen leken opeens gladjes te verlopen. Vrijdagavond laat mocht de Amerikaanse president Barack Obama trots vertellen dat de VS, China, India, Brazilië en Zuid-Afrika afspraken hadden gemaakt. Maar dat was nog voordat de voltallige VN-vergadering zich over de resultaten had gebogen en voordat klimaatchef Yvo de Boer van de Verenigde Naties iets naar buiten kon brengen. De EU en een aantal ontwikkelingslanden sloten zich schoorvoetend bij de afspraken aan.
Gebrek aan vertrouwen
Dit minimale resultaat is teleurstellend en onvoldoende, maar bleek het hoogst haalbare, erkende de overgrote meerderheid. Toen Obama’s vliegtuig in Kopenhagen landde, ontbrak zelfs een basistekst waarover staatshoofden en regeringsleiders konden praten. Het gevolg van een pijnlijk gebrek aan gezamenlijke verantwoordelijkheid en onderling vertrouwen. Twee weken lang leken alle inspanningen sinds de succesvolle top op Bali voor niets te zijn geweest.
De klimaatconferentie begon al slecht toen een Deens plan uitlekte dat de industrielanden meer macht zou geven. Zo zou het geld van het Klimaatfonds in handen komen van de Wereldbank en zouden arme landen pas geld krijgen als zij zouden werken aan de vermindering van de uitstoot van CO2. De ontwikkelingslanden reageerden woedend. De toon was gezet.
Constructief
Het pleit voor de constructieve opstelling van de Afrikaanse landen, die een klimaatverdrag het meest nodig hebben, dat zij als eerste zochten naar een compromis. Zij lieten hun eis van 400 miljard dollar voor het Klimaatfonds vallen en vroegen 100 miljard vanaf 2020.
Het slepende conflict tussen de Verenigde Staten en China over controle op de beloofde CO2-reductie werd pas opgelost toen president Obama en premier Wen Jiabao elkaar apart spraken. Dagenlange plenaire vergaderingen in VN-verband hadden geen enkel effect gehad.
Nieuwe wereld
Minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking ziet het verloop van de onderhandelingen als een teken dat de wereld is veranderd. "De VS hebben een deel van hun macht verloren, maar hun arrogantie behouden", zegt hij. De ontwikkelingslanden zijn gesplitst in twee groepen: de armste landen die het klimaatakkoord hard nodig hebben en opkomende economieën als China die CO2-reductie in hun eigen tempo willen doorvoeren. Zij eisen de kans hun land op te bouwen, net als het Westen in de vorige eeuw.
Om geaccepteerd te worden als officieel VN akkoord moeten deze afspraken nog ondertekend worden door alle 193 lidstaten. Het is de vraag of dat dat gaat gebeuren. En of de landen die de afspraken wel geaccepteerd hebben zich er dan nog aan gebonden voelen.





















Nieuwe reactie inzenden