Het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam mag medewerkers verbieden tijdens werktijd zichtbaar kettingen over het uniform te dragen. Of daar een (religieus) symbool aanhangt doet niet ter zake. De rechter vindt dit kledingvoorschrift redelijk met het oog op de vereiste veiligheidsmaatregelen en een uniforme en professionele uitstraling.
De uitspraak is het resultaat van een kort geding dat tramconducteur Aziz aanspande tegen zijn werkgever, het GVB. De oorspronkelijk Egyptische koptische christen wilde een kruisje zichtbaar op zijn uniform blijven dragen, maar hij is daar al twee keer voor geschorst. ''Het kruis laat zien dat ik christen ben, van binnen en van buiten.'' Ook wijst hij erop dat zijn vrouwelijke moslimcollega's wél hoofddoekjes mogen dragen.
Door het op de veiligheidsmaatregelen te gooien, en de professionele uitstraling van de uniformen, heeft de rechtbank een moeizaam steekspel rond de (on)gewenstheid van religieuze symbolen in het openbaar vermeden. En volledig verbieden is in Nederland juridisch onmogelijk.
Niet Nederlands
Professor Henk Vroom van de Vrije Universiteit in Amsterdam noemt het categorisch verbieden van religieuze uitingen in het openbaar ondoenlijk en 'niet Nederlands'. Vroom is hoogleraar Godsdienstwijsbegeerte. Hij doet met name onderzoek naar 'ínterreligieuze dialoog'. Wat hem betreft is het in ons land simpelweg onmogelijk om alles wat 'ostentatief religieus' is te verbannen. Het mag dan zo zijn dat in Frankrijk de scheiding van kerk en staat allesbepalend is, hier ligt dat anders als het gaat om de aanwezigheid van religieuze symbolen in het openbaar:
"In Nederland is het belangrijkste beginsel gelijke behandeling. Dus Aziz beroept zich op het meest fundamentele Nederlandse beginsel. Waar in Frankrijk dus de scheiding tussen kerk en staat in deze zaken centraal staat en de publiek ruimte religieloos moet zijn, is in Nederland gelijke behandeling het belangrijkste."
Dan blijft de vraag waarom religieuze symbolen in het openbaar nu zo vaak voor problemen zorgen. Nog geen halve eeuw geleden was het volkomen gebruikelijk in Nederland dat bijvoorbeeld katholieke priesters in het openbaar in habijt rondliepen. Dominees hadden hun boordjes, en privé-personen konden gewoon met een kruisje rondlopen, daar keek niemand van op.
Onbegrip
Volgens Vroom is het vooral een kwestie van onbegrip. Omdat we in Nederland niet meer zo goed weten hoe we tegen religie aan moeten kijken verwarren we 'kerk' met 'geloof'.
"De secularisatie heeft in de afgelopen 20 jaar sterk toegeslagen. Dat heeft in Nederland ertoe geleid dat de scheiding tussen kerk en staat wordt opgevat als een scheiding van religie en staat. En dat is grondwettelijk onjuist."
Met andere woorden: Iedereen mag in Nederland zijn geloof uitdragen middels op het lichaam gedragen symbolen, zelfs als dat op het uniform is. Dat heeft met de scheiding van kerk en staat helemaal niets te maken.
Koran
Maar het vervoerbedrijf heeft dus wel gelijk gekregen. Zichtbare kettingen en broches blijven niet toegestaan, maar: "Islamitische medewerksters mogen wel een hoofddoek dragen, omdat er geen alternatief bestaat voor het voorschrift uit de Koran om het haar te bedekken." Daarbij is het niet vol te houden dat een hoofddoek in strijd is met de veiligheidsvoorschriften.
Luister naar een audiobijdrage uit Nieuwslijn
Meepraten? Uw mening geven? reageer!


















Nieuwe reactie inzenden