Het Caribisch gebied krijgt een lage prioriteit in het buitenlands beleid van de Nederlandse regering. Die conclusie trekt hoogleraar Caribische studies Gert Oostindie uit de Caribennotitie van minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken. Suriname is daarop een uitzondering.
Suriname wordt overigens niet genoemd in de notitie omdat over dat land een aparte nota is verschenen. Oostindie verwacht bij de behandeling van de Caribennotitie in de Tweede Kamer weinig vuurwerk: "Er staat weinig in waar je aanstoot aan kan nemen."
In het Caribisch gebied liggen geen landen met grote problemen: "Die liggen in Afrika en delen van Azië."
Over de landen waarover iets te zeggen valt, zoals Venezuela en Cuba, houdt Verhagen zich op de vlakte, vindt de hoogleraar. "Het is weinig ambitieus. Dat is in lijn met de politieke prioriteiten, die elders liggen." De aandacht van Nederland in de regio beperkt zich hoofdzakelijk tot de 'eigen' gebieden (Antillen en Aruba) en Suriname, aldus Oostindie.
Haïti
Hij verwacht dat er nog wel gesproken zal worden over Haïti, het enige echt arme land in de regio. Verhagen heeft in de notitie maar weinig aandacht voor het land, maar na de aardbeving zal de Kamer er wel iets over willen zeggen, denkt Oostindie: "Maar dan kom je op het vlak van de ontwikkelingssamenwerking."



























Nieuwe reactie inzenden