Met haar roman Wanneer wij samen zijn is schrijfster Karin Amatmoekrim (32) twee jaar geleden tot haar ongenoegen in een Surinaams etnisch hoekje geplaatst. “Mijn tijd komt wel, zolang ik blijf doen wat ik doe en het kwalitatief goed aanpak”, dacht ze en met haar laatste boek Titus rekent ze af met dit vooroordeel.
Titus gaat over een man die zijn vrouw verliest en daarmee ook de hoop op een goed leven. De roman gaat vooral over vrijheid. Titus erft namelijk veel geld en kan daarmee doen wat hij wil. Het verhaal draait om wat mensen doen met de keuzes die ze hebben in hun leven. Zijn we gedoemd tot chaos of hebben we ook zelf de hand in ons leven?
Het zijn levensvraagstukken, die Amatmoekrim ook bezighouden. De zoektocht van Titus is voor een deel ook de hare. “Het zijn de vragen die ik mezelf stel als ik naar de wereld kijk. Hoe maakbaar het leven bijvoorbeeld is. Niet dat Titus mij antwoorden heeft gegeven, maar het helpt wel om dingen duidelijk en minder bedreigend te maken.”
Kwaliteit
Eigenlijk heeft Amatmoekrim met haar debuut Knipperleven (2004) al laten zien dat een auteur van Surinaamse origine niet automatisch over Surinaamse thema’s hoeft te schrijven. “Als je kwaliteit brengt, moet het niet uitmaken. Dan moet het je niet kunnen schaden.” Maar veel media bleken dat bijna vergeten te zijn toen Wanneer wij samen zijn in 2006 verscheen. Doordat het boek een Surinaams verhaal is, werd de schrijfster automatisch in een hoek geplaatst van Surinaams-etnische schrijvers die weinig interessant is voor andere doelgroepen. Vele media lieten het daardoor ook links liggen, blijkbaar vanwege het stempel ‘Suriname’. “Vervelend,” vindt Amatmoekrim, “De verhalen die wij te vertellen hebben kan iedereen heel mooi vinden.”
Deze denkwijze van de media kan Amatmoekrim moeilijk begrijpen.“Ik vind het een beetje kortzichtig. Het is niet alsof wij Gabriel García Márquez lezen omdat we iets hebben met Zuid-Amerika. We lezen die boeken omdat we ze goed vinden.” Ze constateert dat Surinaams-Nederlandse schrijvers die positie nog niet hebben. Maar het is volgens haar deels ook te wijten aan die groep schrijvers zelf, omdat veel auteurs één gekleurde blik hebben.
En met Titus slaat ze terug. Het is universeler, internationaler. Maar het was geen vooropgezet plan om af te stappen van het Surinaamse. “ Een boek dient zich vanzelf aan in je hoofd. Dat is op dat moment het verhaal dat ik wil vertellen.”


.jpg)


























Nieuwe reactie inzenden