Alle palingen worden als glasaaltjes geboren in de Sargassozee, ten noordoosten van Cuba. Vervolgens zwemmen ze de Atlantische Oceaan over, op weg naar de zoete binnenwateren van Europa om daar groot te worden.
Door de zeestroming komen de meeste aaltjes voor de kust van Frankrijk terecht. Daar worden ze op grote schaal gevangen voor de kweek. Een deel gaat naar viskwekerijen in Europa, maar een steeds groter deel wordt opgekocht door Aziatische landen die veel geld voor de vis betaalt.
Obstakels
De aaltjes die buiten de Franse netten weten te blijven, proberen het Europees binnenwater te bereiken. In Nederland komen ze daarbij tal van obstakels tegen zoals stuwen, dammen en gemalen.
Volgens de Friese Bond van Binnenvissers is dit de grootste oorzaak van de teruglopende palingstand in Nederland. Maar natuurbeschermers wijzen met de beschuldigende vinger naar de palingvissers. Die zouden de weinige palingen die de tocht halen, alsnog uit het water vissen.
Jonge palingen
Het ministerie van Landbouw is voorstander van een jaarlijks vangstverbod van twee maanden. De Tweede Kamer lijkt meer te voelen voor een plan waarbij de Nederlandse palingvissers elk jaar een groot aantal aaltjes vrijlaat in de buurt van de zee.
Met het vrijlaten van de 85.000 jonge palingen hebben de Friese vissers hier alvast op ingespeeld.














Nieuwe reactie inzenden