Kim Jong Il heeft waarschijnlijk alvleesklierkanker en zal niet lang meer leven, melden bronnen in Zuid-Korea. Sommigen denken dat zijn dood ruimte zal geven voor veranderingen in dit gesloten land. Maar ook nu al sijpelen invloeden van buitenaf door, blijkt tijdens een bezoek als toerist aan dit gesloten land.
Bijna iedereen in de tourbus is in slaap gedommeld. We rijden over een landweggetje, ver van de hoofdstad Pyongyang. Alleen de chauffeur, ik en meneer Jun, de jongste van onze twee Noordkoreaanse gidsen, zijn nog wakker. Jun zit een stoel achter me en speelt met zijn MP3-speler. Een normaal gezicht in de rest van de wereld, maar dit is Noord-Korea. Waar koopt hij zo'n ding? En, wil ik nog veel liever weten, naar welke muziek luistert hij? Tot nu toe heb ik nog nergens in dit land popmuziek gehoord.
Britney Spears
Als ik hem vraag of ik even mag meeluisteren, kijkt hij eerst of de andere gids slaapt. Als hij zich daarvan heeft overtuigd, geeft hij me een oordopje. "Het is Westlife, een Ierse jongensband," fluistert hij, bang om iemand te wekken. "Zijn zij in Nederland ook populair?" Ik luister even mee en probeer mijn verbazing niet te tonen. Na een tijdje geef ik het dopje weer terug en vraag hem hoe hij aan de muziek komt. "Kun je dat gewoon in winkels kopen?" Hij schudt ontkennend zijn hoofd. "Maar op de universiteit zijn veel illegale kopieën van westerse, Chinese en Zuid-Koreaanse popmuziek in omloop," vertelt hij op fluistertoon. "Onder de studenten Engels is Britney Spears erg populair. Maar zelf hou ik meer van Coldplay."
Geverfde haren
Ik wil weten of het strafbaar is om naar westerse popmuziek te luisteren, maar daarop geeft Jun geen antwoord. Hij leidt de aandacht af met een tegenvraag: in welke landen ik allemaal ben geweest. Ik houd de lijst kort, maar vertel hem wel dat ik ook een keertje in Zuid-Korea ben geweest. Opeens kijkt hij schichtig om zich heen en komt met zijn hoofd nog dichterbij. "Ik ben ook een keer in Zuid-Korea geweest, tijdens een vriendschapsuitwisseling," fluistert hij nu echt bijna onverstaanbaar. Weer onderdruk ik mijn verbazing. "De Zuid-Koreaanse jongeren zien er heel anders uit," vervolgt hij zijn verhaal. “Met geverfde haren en zo. Maar ondanks die verschillen viel me vooral op dat we zo hetzelfde waren. Ook zij eten Kimchi bij iedere maaltijd."
Ik wil meer weten over deze bijzondere reis, maar hij doet de oordopje weer in en leunt achterover. De boodschap is duidelijk: ons gesprek is voorbij. Hij heeft genoeg verteld, misschien zelfs te veel. Ik tuur weer uit het raam en zie het kale landschap en de vele voetgangers aan ons voorbijtrekken.
Ik hoop vurig dat hij aan de nieuwste cd van Coldplay kan komen. Viva La Vida, heet deze. En dat gun ik deze jonge gids: een leven met iets meer jeu dan hij nu tot nu toe in Noord-Korea heeft gekregen.













Nieuwe reactie inzenden