De Nederlandse deelname aan de wederopbouw van Afghanistan heeft dit jaar de gemoederen flink beziggehouden. De deelname leidde zelfs tot de val van het kabinet Balkenende IV. De laatste Nederlandse militair is uit Uruzgan vertrokken, de Nederlandse missie heeft het commando overgedragen. In Nieuwslijn Magazine voert Maarten Stultjens een discussie met drie luitenants-kolonel die deelnamen aan de missie:
- Rob Miedema, commandant van de Redeployment Group (links op de foto)
- Ernst Lobbezoo, commandant Provinciaal Reconstructie Team,
- Huub Klein-Schaarsberg, commandant van de Battle Group (rechts op de foto)
Flexibele teams
Lobbezoo zegt trots te zijn op zijn werk en dat van zijn mensen. 'Zonder ons was de provincie Uruzgan niet gekomen waar ze nu zijn. Met een zeer gevarieerd internationaal team hebben we aan de opbouw meegeholpen.' Volgens Miedema was het bijzonder dat de organisatie steeds kleiner werd. Naarmate we succesvoller werden in de redeployment, paste de eenheid zich aan en kreeg je steeds met een ander, kleiner team te maken. Dat heeft veel gevergd van de flexibiliteit van de deelnemers.'
Thuisfront
Klein-Schaarsberg legt uit voor welke problemen het thuisfront kwam te staan. 'Wij hebben onze eigen collega's om op terug te vallen. Onze wereld draait gewoon verder, zodat je je ei volledig in de missie kwijt kon. Voor het thuisfront was het soms een situatie van onmacht omdat men, ondanks de vele communicatiemiddelen, niet altijd wist wat er gebeurde. Thuis wordt men dan geconfronteerd met zaken die bij ons heel normaal waren, maar die men ver weg niet kon plaatsen.'
Relativeren
Lobbezoo ziet dat leven en dood in een harde samenleving, zoals die in Afghanistan, dicht bij elkaar liggen. 'Daardoor kan ik goed relativeren wat in Nederland normaal wordt gevonden. Terug uit Afghanistan hoorde ik discussies aan over een procent loonsverhoging, wat geheel langs mij heen ging. Dat besef maakt je wel rijker als mens.'
Pluim voor de manschappen m/v...
Wat Klein-Schaarsberg het meest opviel was de mentale veerkracht van de Afghaanse bevolking. 'Ik heb groot ontzag voor de jonge kerels en meiden die daar de klus uiteindelijk hebben geklaard. Op het ene moment lopen ze patrouille waarbij ze in een seconde moeten reageren op geweld om vervolgens even snel te moeten schakelen.'
...en respect voor Afghanen
Datzelfde ontzag geldt wat Klein-Schaarsberg betreft ook de bevolking ter plekke. 'Die heeft een nog veel moeilijker klus. Na decennia van oorlog toch nog de blik op de toekomst kunnen richten op het moment dat hen een hand wordt toegestoken om een stap verder te maken. Ik vond het fantastisch om te zien'.













Nieuwe reactie inzenden