Niet aarzelen en je pen pakken. Dat deed de journaliste en antropologe Hilde Janssen. Deze week verschijnt haar boek Schaamte en Onschuld. In Nieuwslijn Supplement een gesprek met de schrijfster. Schaamte en Onschuld bevat verhalen van 45 Indonesische hoogbejaarde vrouwen. Niet zomaar verhalen want de vrouwen waren in de jaren van de Japanse bezetting van Nederlandse Indië troostmeisjes. Anders gezegd: ze werden misbruikt door Japanse soldaten.
Velen zwegen gedurende decennia, uit schaamte. Want zo schrijft Janssen in haar boek: schaamte snoert iedereen de mond. Nu worden de verhalen wel verteld. De motieven zijn steeds weer anders. De een wil dat haar geschiedenis wordt opgeschreven en doorgegeven, de ander hoopt alsnog in aanmerking te kunnen komen voor een schadevergoeding. Zonder uitzondering zijn de verhalen schrijnend. Janssen twijfelde wel eens: mag ik ze dit nog aandoen? Ze zag de aarzeling en besloot soms om maar niet door te vragen. Om het gesprek niet op een kwelling te laten uitdraaien. Zonder uitzondering ook waren de meisjes ten tijde van het misbruik jong, heel jong.
Mevrouw Paini, bent u vroeger verkracht?
In een woonkamer besluit Hilde Janssen om het mevrouw Paini op de vrouw af te vragen.
Zij is een van de slachtoffers. Maar hoe pak je dat aan? Plompverloren vragen ‘Bent u vroeger verkracht?’ Dat klinkt erg bot en is veel te direct voor Indonesië. Janssen probeert het met de term ‘jugun ianfu’. Mevrouw Paini zou wel moeten weten wat een 'jugun ianfu' is, want ze is wel eens mee geweest naar bijeenkomsten en seminars, samen met de overbuurman. Mevrouw Paini knikt. Ze kent het begrip. Ze zucht.
‘Ik wil het wel erkennen. Ik ben lastiggevallen door de soldaten in de kazerne. Tegenover u kan ik wel open zijn, maar tegenover mijn kinderen en mijn buren schaam ik mij. Als ze me nodig hadden werd ik ’s avonds weer opgehaald en daarna naar huis gebracht. Ik heb het gedaan om te overleven.
Net zoals mijn zus. Mijn broer is nooit meer teruggekomen.’
En het verhaal van mevrouw Nur: ‘Asigawa. Hij woonde in het hotel. Het gebeurde twee keer. Gedwongen. Ik schaamde me, ik was toen nog jong en had nog nooit met een man geslapen. Ik huilde, maar daar trok hij zich niks van aan. De Japanners hadden gewonnen. Zij hadden de macht. Ik was bang dat hij me zou doden als ik weigerde en weg zou lopen. Tegelijkertijd schaamde ik me dood toen ik hem zijn gang liet gaan. Er schoot van alles door me heen. Ik voelde me leeggezogen als een stengel suikerriet. Als de zoetigheid op is, gooi je de uitgekauwde stengel weg.’
Twee jaar lang reisde Hilde Janssen door de Indonesische archipel en luisterde. Ze had gezelschap van fotograaf Jan Banning. Hij maakte indringende portretten van de vrouwen. Ze kijken de fotograaf recht aan. Hun ogen spreken boekdelen. De foto’s worden vanaf 24 april tentoongesteld in de Kunsthal in Rotterdam.
Als motto van het boek koos Janssen een gedicht van de Indonesiër Chairil Anwar. Daarin de regel: 'aarzel daarom niet, verman je en pak de pen, schrijf omdat het papier schraal is, de droge keel snakt naar druppels vocht'.
Luister hier naar een gesprek van Wim Vriezen met Hilde Janssen.













Nieuwe reactie inzenden