De zin 'Wordt je lezer niet moe van die taalregeltjes?' is niet heel duidelijk qua betekenis. Wordt er bedoeld 'jij, als lezer' of gaat het om een lezer, die voor iemand anders leest: jouw lezer?
Hoe dan ook, de zin is d/t-proof te maken op de volgende manier:
Als er met 'je lezer' een derde persoon wordt bedoeld (lees: 'wordt hij niet moe van die taalregeltjes?'), dan is het d+t -> loopt hij...? Echter, als de zin is bedoeld als 'word je ALS lezer niet moe van die taalregeltjes?', dan is het zonder t -> loop je als lezer ...?
Wel een logisch voorbeeld .... zinnen met 'je' zijn altijd gedoe vanwege de verschillen in stellende en vragende zin.