Expat aan het woord
In Expat aan het woord schrijven Nederlandse expats en emigranten zelf over hun leven in het buitenland.
Wilt u ook een artikel schrijven voor onze website en het WereldExpat Magazine? Stuur uw bijdrage dan naar onder vermelding ‘expat aan het woord’. (Lengte: tussen de 500-800 woorden, graag 4 foto’s meesturen van uzelf en uw omgeving)
Annejeannette Jansen woonde, met haar man, als expat vier jaar lang op het eiland Bonny, in het zuiden van Nigeria. Onlangs schreef ze een boek over haar leven op Bonny, ‘No wahalla! No problem!’. In deze Expat aan het woord vertelt Annejeannette over de komst van een nieuwe tuinman.
Brown is zijn naam. Hoezo Brown? Hij is van top tot teen egaal zwart. Welke prachtige kleur ook, hij gaat drie ochtenden voor ons werken hoewel hij meerdere adressen heeft op hetzelfde tijdstip. Ra, ra, hoe gaat hij dit oplossen?
Nieuwe plantjes
Op een ochtend belt hij aan de voordeur en heeft een aantal plantjes in de aanbieding voor onze nieuwe maar nog kale tuin. Wat leuk, denk ik, hij denkt echt met me mee. Ik krijg meteen een zwak voor hem. Na wat te hebben uitgezocht en het spel van onderhandelen te hebben gespeeld zoals dat in Nigeria zo gangbaar is, vraag ik hem de plantjes in de tuin te zetten.
De opdracht is voltooid, maar binnen een kwartier rinkelt de telefoon. Een Hollandse dame belt en vraagt ‘Heb jij nieuwe planten in je tuin’? Oef, denk ik in een flits, wat een klein wereldje is het hier op de compound, daar moet ik toch erg aan wennen. Maar enthousiast klinkt mijn antwoord: “Ja, heb je dat al gezien?” “Maar natuurlijk”, klinkt het antwoord uit de telefoon, “ze komen uit mijn tuin!” Wanneer ik Brown erop aanspreek, gaat hij naar de master en zegt: “De madam snapt me niet”.
Oranje Volkswagen
Op zaterdagochtend vraagt hij een emmer sop. Hij wil de auto van de master wassen en je ziet dat hij er zin in heeft. Er zitten wat spetters op de deur, die ontvet moeten worden. Hij pakt een schuursponsje en schuurt en schuurt! Voorzichtig hebben we hem uitgelegd dat het resultaat niet meer te herstellen is.
We hebben een tweedehands auto. Het is – hoe toepasselijk - een oranje Volkswagen. Wanneer je in het buitenland woont, wordt het gevoel voor alles wat met Holland te maken heeft versterkt en laat je ‘het Wilhelmus’ met de ‘Bea-borrel’ ook met meer kracht uit je mond galmen.
‘Wil je hem helemaal schoonmaken, van binnen en van buiten?’, is mijn vraag. IJverig gaat de tuinman aan de gang met sop en een tuinslang. Eerst de buitenkant en hup daarna de deur open en met de tuinslang de binnenkant zoals gevraagd is! Het is niet zo gek dat de auto nu niet meer start. De mecanicien besluit hem daarom mee te nemen naar zijn dorpje.
Ongerust
Vooraf tanken we hem helemaal vol, zodat hij daar onderweg geen zorgen over hoeft te hebben. Voor hij vertrekt zegt de mecanicien: ‘I am pressed’ en maakt gebruik van ons toilet. Een half uur lang horen we veel gerommel in het toilet en na zijn vertrek ontdekken we dat het spoelsysteem niet meer werkt.
Na een week wachten is de Volkswagen nog steeds in geen velden of wegen te bekennen. De ongerustheid slaat heftig toe. Telefonisch is de mecanicien niet te bereiken en het adres van de garage ontbreekt op het papier dat hij heeft achtergelaten.
Hoera, tien dagen erna staat de Oranje verrassing plotseling weer voor de deur, maar met een vette rekening en een volkomen lege tank want die is leeg geheveld!










