DEN HAAG - Arbeid is voor niet-Nederlanders het belangrijkste motief om naar Nederland te migreren, met name na 2007. Het overgrote deel van hen is afkomstig uit EU-lidstaten.
Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek ‘De Nederlandse Migratiekaart, achtergronden en ontwikkelingen van verschillende internationale migratietypen’, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het rapport is in boekvorm uitgegeven.
Het onderzoek richtte zich vooral op de periode tussen 2000 en 2009. Het aantal gezinsmigranten lag in de periode vóór 2007 fors lager. De oorzaak daarvan is vermoedelijk het beleid om gezinsmigratie te beperken, dat in november 2004 in werking trad.
Uitbreiding EU
De sterke stijging van de arbeidsmigratie na 2005 en dus vooral 2007 hangt samen met de gunstige economische situatie in Nederland en met de uitbreiding van de EU (Roemenië en Bulgarije). In 2009 vormden de Polen met bijna een kwart van het totale aantal arbeidsmigranten veruit de grootste groep. Het gaat daarbij om 8777 personen.
Naast Polen kwamen er in 2009 ook veel migranten uit Bulgarije (2610), het Verenigd Koninkrijk (2331) en Duitsland (3349). Uit landen als Portugal, Hongarije, Spanje, de voormalige Sovjet Unie, Frankrijk en India kwamen zo tussen de 1000 en 1500 migranten naar Nederland. Alleen Italië zit daar met 1719 net boven.
Economie
De slechte economische situatie in Nederland sinds eind 2008 is vooral van invloed geweest op het aantal Poolse en Bulgaarse arbeidsmigranten dat naar Nederland kwam. In 2009 kwamen 10 procent minder Polen en 20 procent minder Bulgaren naar Nederland om te werken dan in 2008.
Ook uit Azië is de arbeidsmigratie tot en met 2008 flink toegenomen. Het gaat hier voor een deel om hoogopgeleide arbeidsmigranten uit landen als India en China die gebruik hebben gemaakt van de zogeheten kennismigranten¬regeling. Volgens het CBS zal het aantal immigranten vanuit Azië blijven toenemen en voor een groot deel bestaan uit kennismigranten.
Vrouwen
Het aandeel vrouwelijke arbeidsmigranten is sinds 2006 gestegen, blijkt verder uit het onderzoek. Dit aandeel bedraagt de laatste jaren ongeveer een derde van het totale aantal arbeidsmigranten dat naar Nederland komt. De stijging van het wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er meer vrouwen uit met name Polen en Hongarije naar Nederland komen te werken.
Leeftijd
De leeftijdsverdeling van de arbeidsmigranten is gedurende de periode 2000-2009 nauwelijks veranderd, alhoewel het aandeel twintigers is gestegen ten koste van het aandeel dertigers. In 2009 bestond bijna de helft van de arbeidsmigranten uit twintigers. Nog eens 30 procent viel in de leeftijdscategorie 30-39 jaar. Dit hangt samen met het feit dat het merendeel van de niet-Nederlandse arbeidsmigranten als alleenstaande naar Nederland komt, aldus het rapport.















