Ayaan Hirsi Ali heeft in een artikel in The Wall Street Journal stevig uitgehaald naar gevestigde Nederlandse politieke partijen. Die zouden eind 2009 de antidiscriminatiewet hebben veranderd om PVV-leider Geert Wilders te kunnen vervolgen wegens zijn uitlatingen over de islam. Maar volgens het ministerie van Justitie is het door Hirsi Ali opgevoerde strafwetsartikel 137c helemaal niet gewijzigd.
'Dit alles lijkt onmogelijk in een liberale democratie in de 21ste eeuw', schrijft de voormalige politica over de vermeende wetswijziging. 'Maar het is precies wat er in Nederland gebeurt met het parlementslid Geert Wilders.'
Artikel 137c stelt het opzettelijk beledigen van mensen om hun ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap strafbaar. Er staat een boete op en een maximale gevangenisstraf van twee jaar.
Eind 2008 stelde toenmalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin voor het artikel 137c aan te scherpen. Maar na kritiek uit de Tweede Kamer en een uitspraak van Hoge Raad in een beledigingszaak, trok de bewindsman het voorstel een half jaar later in.
Het plan van de CDA-bewindsman was onderdeel van een voorstel om het verbod op godslastering, artikel 147, te schrappen. Ook dat voorstel trok hij in. Kamerleden Boris van der Ham (D66), Fred Teeven (VVD) en Jan de Wit (SP) kwamen daarna met een initiatiefwetsvoorstel om het verbod op de godslastering alsnog af te schaffen. Er is nog niet over gestemd, maar een meerderheid van de Tweede Kamer is voor afschaffing.












