NICOSIA (ANP) - Het geweld in Syrië heeft maandag aan zeker 21 burgers, 6 leden van de veiligheidsdiensten en 2 deserteurs uit het regeringsleger het leven gekost. Dat heeft de oppositiebeweging het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten gezegd. In Homs in Centraal-Syrië kwamen zeker 17 burgers om. Tot de slachtoffers behoren zes leden van een gezin. Zij vonden de dood, toen de veiligheidsdiensten de stad bestormden.
De zes leden van de veiligheidsdiensten kwamen om toen strijders van de oppositie het busje waarin zij zaten aanvielen. De zes waren op weg naar de plaats Hirak, niet ver van de grens met Jordanië, om daar mensen aan te houden.
Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken meldde dat de Syrische regering bereid is in Rusland te praten met de oppositie tegen het bewind van president Bashar al-Assad. De Russen hopen dat de oppositie positief reageert.
Een vooraanstaand lid van de oppositie, Abdel Baset Seda, zei dat er nog geen uitnodiging uit Moskou is binnengekomen. Als die er komt, zal ze worden afgewezen. ,,Ons standpunt is niet veranderd. Er is geen dialoog (met Assad)'', zei hij. Seda is in New York om het overleg over een VN-resolutie over de situatie in Syrië te volgen.
Rusland is een bondgenoot van het bewind van Assad. Het heeft zich in de VN-Veiligheidsraad met succes verzet tegen een veroordeling van het gewelddadige optreden van de regering tegen de oppositie. Dat heeft inmiddels aan duizenden mensen het leven gekost.
In de stadsranden van de Syrische hoofdstad Damascus zijn maandag opnieuw straatgevechten uitgebroken. Troepen van Assad proberen de greep op de wijken te heroveren op opstandelingen.
Rebellen zeggen dat de regeringstroepen met pantserwagens het stadsdistrict Saqba zijn binnengevallen. Dat gebied was enkele dagen geleden nog in handen van het zogeheten Vrije Syrische Leger, de milities van de opstandelingen.













