Nederlandse banken trekken zich bij hun investeringen veel te weinig aan van mensenrechten. Banken zoals ABN Amro en ING Bank die geld steken in oliemaatschappijen en mijnbouwbedrijven spreken deze bedrijven amper aan op hun betrokkenheid bij schendingen van mensenrechten. Dat concludeert de Eerlijke Bankwijzer, een initiatief van onder meer Amnesty International en Oxfam Novib in een nieuw rapport.
De Eerlijke Bankwijzer onderzocht de investeringen van Nederlandse banken in oliemaatschappij Shell, het Britse mijnbouwbedrijf Vedanta Resources en de Canadese goudmijn-onderneming Barrick Gold.
Shell wordt verantwoordelijk gesteld voor de grootschalige vervuiling van de Niger Delta. Vedanta Resources doet aan bauxietwinning in het Indiase Dongria Kondh. Lokale bewoners worden van hun grond verdreven om het bedrijf uit te kunnen breiden. Barrick Gold beheert de Porgera-goudmijn in Papoea Nieuw-Guinea. Ook daar worden mensen met buitensporig geweld door de politie uit hun huis gezet en worden honderden huizen in brand gestoken en bezittingen vernield.
Geen informatie
Het blijkt dat de banken de bedrijven weinig onder druk zetten om de mensenrechten te verbeteren en daar rekening mee te houden, benadrukt Eduard Nazarski van Amnesty International. Staatsbank ABN Amro verstrekte geen informatie op dit punt. 'Dus dan gaan we ervan uit dat ze het ook niet doen', aldus Nazarski. ING Bank en Aegon Bank zeggen het onderwerp wel bij hun klanten aan te kaarten, maar geven niet aan op welke wijze en met welk resultaat.
SNS Bank heeft ervoor gekozen om niet (meer) te investeren in Barrick Gold en Vedanta en onderhoudt een intensieve dialoog met Shell. ASN, Friesland Bank en Triodos scoren het best in de Eerlijke Bankwijzer omdat zij op basis van mensenrechtencriteria in geen van de drie bedrijven investeren.
De Eerlijke Bankwijzer baseert zich op de code maatschappelijk verantwoord ondernemen om de banken op hun plichten te wijzen.













