De Nederlandse regering heeft met ingang van vandaag de eisen van het inburgeringsexamen voor buitenlanders aangescherpt. Met name de taaleisen zijn verzwaard. Deze aanscherping werd door bijna alle partijen in de Kamer gesteund. Uit onderzoek was gebleken dat buitenlanders die het examen hadden gehaald, zich onvoldoende in het Nederlands konden redden.
Voor gesproken Nederlands geldt nu dat inburgeraars niet meer 16 maar 26 van de 80 punten moeten scoren. De verwachting is dat hierdoor meer mensen voor het examen zullen zakken. Tot dusver was dit gemiddeld 5 procent.
De PVV van Geert Wilders omschreef de verzwaring van het examen eerder als een extra drempel om buitenlanders buiten de deur te houden en toonde zich zeer tevreden. Maar volgens regeringspartijen VVD en CDA gaat het er juist om buitenlandse partners en andere migranten betere kansen te bieden in de Nederlandse samenleving. Die mening wordt ook gedeeld door de PvdA.
Hordes opwerpen
Een tweede aanscherping vormt het onderdeel geletterdheid en begrijpend lezen, dat aan het examen is toegevoegd. D66-Kamerlid Gerard Schouw vindt deze aanvulling dubieus. Volgens Schouw richt het kabinet zich wel degelijk naar de wensen van de PVV door steeds meer hordes op te werpen.
Dat het examen in praktijk belemmerend kan zijn bewijst het echtpaar Munnik. Maarten Munnik is met zijn Thaise vrouw voorlopig in Bolivia gaan wonen omdat het Nederlands voor haar te lastig was. Dat zij met uitstekend Engels in Nederland misschien wel uit de voeten zou kunnen, maakt niet uit.













