Hoe zag het leven in Kamp Westerbork er precies uit? Op zoek naar een antwoord zijn archeologen gaan graven op de vuilstort van het doorgangskamp voor joden in de Tweede Wereldoorlog. Een rondgang langs de gevonden bezittingen roept herinneringen op.
'Ik kan me mijn moeder niet voorstellen zonder parfumflesje. Dat had ze zeker meegenomen', vertelt Micha Schliesser. Hij was als baby van anderhalf een van de eerste joodse bewoners van Kamp Westerbork. 'Mijn vader was nummer 127, dus dan zal ik wel nummer 128 zijn geweest.'
Micha geeft veel lezingen op scholen over de holocaust. Ruim 107.000 joden werden vanuit Westerbork per trein afgevoerd naar de Duitse vernietigingskampen. Maar er is weinig overgebleven dat daar nog aan herinnert. De opgegraven bezittingen kleuren het beeld in van het leven in het kamp.
Waanzinnig idee
De opgraving maakt veel bij Micha los. 'Eerst vond ik het een waanzinnig, belachelijk idee, maar nu vind ik dat er een permanente collectie van moet komen.' Vooral de vitrine met ronde brillen en kammetjes van kampbewoners raakt hem.
'Hier kan ik bijna van huilen. Het waren levende mensen die deze dingen hebben achtergelaten. Of ze konden ze in alle opwinding niet meer vinden op de avond dat ze hoorden dat ze 'op transport' moesten. Vier dagen later waren ze waarschijnlijk dood.'
Joodse vluchtelingen
Micha Schliesser en zijn ouders kwamen voor de oorlog, in 1939, als vluchteling naar Nederland. Ze waren op doorreis naar de Verenigde Staten. Hoewel ze hun visa deels al op zak hadden, werden ze in Oldenzaal bij de Nederlandse grens opgepakt en via Rotterdam naar een kazerne in Amsterdam gestuurd.
Daar werd vader Schliesser gevraagd of hij 'vrijwillig' met zijn gezin naar Westerbork wilde gaan. Dan kon hij meehelpen om het joodse vluchtelingenkamp daar op te bouwen. Erg vrijwillig was die keus overigens niet, want in Amsterdam werden de kinderen in aparte barakken ondergebracht.
Stuk moerasland
De Nederlandse regering liet het vluchtelingenkamp Westerbork in 1939 aanleggen op een moerassig stuk grond op de Drentse heide. De oorspronkelijke locatie op de Veluwe stuitte op bezwaren van de toenmalige koningin Wilhelmina: ze wilde geen kamp op zo’n vijftien kilometer van haar paleis ’t Loo.
De regering trok geen cent uit voor het kamp. In plaats daarvan werd een beroep gedaan op de joodse gemeenschap. 'We betaalden voor onze eigen gevangenis', verzucht Micha. Hij windt zich er dan ook enorm over op dat de regering 70 jaar later wéér mensen wegstuurt die als baby of kind naar Nederland kwamen.
Jammerlijk mislukt
Het plan om de joodse vluchtelingen na de Duitse inval in mei 1940 via Zeeland naar Engeland te evacueren, mislukte jammerlijk. Ze kwamen niet verder dan Leeuwarden. In overleg met de Joodse Gemeente in Nederland besloot de regering toen dat ze zouden terugkeren naar kamp Westerbork.
Vader Schliesser wilde niet onderduiken of illegaal in Amsterdam blijven. 'In dat opzicht was hij een typische Duitser.' Het gezin ging dus ook terug naar Westerbork. Veel keus hadden ze toch niet. 'Als je een boer in de omgeving om hulp vroeg, zei hij ja en bracht je de volgende dag naar het kamp. Daar kreeg hij 2,50 voor.'
Spelende kinderen
Micha pakt de deksel van een porseleinen botervlootje uit een van de dozen met opgegraven spullen. Nog helemaal gaaf. 'Wie neemt zoiets nou mee?' Daarentegen is er nauwelijks speelgoed gevonden, vertelt archeoloog en projectleider Ivar Schutte: alleen een dobbelsteen, wat domineestenen en glazen knikkers.
Micha kan zich geen knikkers herinneren. Hij was zeven toen hij het kamp in 1945 verliet, maar veel herinneringen zijn verdrongen. Ook van ander speelgoed weet hij niets meer. 'Waarschijnlijk speelden we kinderspelletjes, tikkertje of verstoppertje. De meeste kinderen wisten niet goed wat speelgoed was.'
Geluk gehad
Micha had gehoopt iets herkenbaars te vinden om het gat in zijn herinnering op te vullen. Bijvoorbeeld het leren schoentje dat hij in het moeras verloor. Daarna moest hij twee jaar op klompen lopen. Er ligt wel een klein schoentje in een doos. Maar dat is het niet, en Micha was toch nog te jong om het zich te herinneren.
Het gezin Schliesser bleef uiteindelijk tot aan de bevrijding in 1945 in Westerbork. Vader Schliesser had het geluk dat hij door commandant Gemmeker was aangesteld als hoofd van de textielafdeling in het kamp. 'Dat waren belangrijke mensen, die gingen niet gauw op transport.' Daarmee behoorden ze tot de weinigen.


















Na de oorlog werden barakken door de Gemeente Westerbork verkocht aan boeren voor hun vee en aan sportverenigingen. Als U nu denkt dat de opbrengsten van die verkopen terug zouden gaan naar de Joodse Gemeenschap in Nederland dan heeft U het mis. De gelden verdwenen in de gemeentekas van Westerbork. Op dat moment al had Nederland zijn naam moeten veranderen in Graailand.
Ton.
Ook mijn vader, Fritz Klaber, kwam als vluchteling naar Nederland in 1938 nadat hij na de Rijkskristalnacht in Dachau werd geïnterneerd. Hij probeerde voor vrouw en zoontje een inreisvisum te bemachtigen om zijn broers in Amerika te volgen. Hij werd evenals de heer Schliesser in Westerbork geïnterneerd en verbleef daar 3.5 jaar. Hij was de persoonlijke tuinman van Gemmeke en actief in het ondergrondse verzet in Westerbork dat mensen uit het kamp smokkelde. Hij had namelijk vergunning van Gemmeke om met de kruiwagen het kamp te mogen verlaten om bloemen, mest en andere benodigheden te halen. Onder de jute zakken werden de mensen dan het kamp uit gesmokkeld door mijn vader en door anderen dan doorgestuurd naar onderduikadressen. Toen bekend werd dat ook mijn vader op transport stond, is hij gevlucht en heeft tot de bevrijding in Amsterdam ondergedoken gezeten. Van zijn familie kwam niemand terug......
Ik kan mij het geheel voorstellen, dat het de heer Schliesser om die "kleinnoden" emotioneel raakt. Verleden jaar ben ik met mijn echtgenote voor het eerst in Ravensbrück en Bergen Belsen geweest. Als je dit soort kampen bezoekt, nu als musea ingericht, dan kan het je niet onberoerd laten. Zelf ben ik van 1939 en in Amsterdam geboren. Had nimmer gedacht ooit nog eens dichtbij de Duitse grens te zullen komen te wonen en inmiddels al weer 5 jr. even over de grens woonachtig in Duitsland. Voor de "goede" Duitsers heb ik inmiddels ook veel respect en zal op 27 januari a.s. om 18.00 u. meegedenken de bevrijding van Ausschwitz in de Dom te Xanten, hetgeen elk jaar wordt herhaald. In die grote Dom midden in het centrum van Xanten (A57) 5e afslag vanaf de grens Nijmegen-Köln, is onder in de kerk een speciale gelegenheid continu ingericht hiervoor.
Vanaf deze plaats wens ik de heer Schliesser veel sterkte toe.
Benjamin van Heest (Uedem).
Vind dit artikel heel interessant, heb Westerbork bezocht jaren terug. Wat een geluk voor deze man dat zijn vader een job kreeg in dat kamp in Westerbork. Ik had 4 broers die Jehovah getuigen waren, alle vier werden opgepakt en in een concentratiekamp gestopt. Twee kwamen terug en die andere twee kwamen om het leven.
Nieuwe reactie inzenden