De hang naar lekker eten zat er al vroeg in. Zelfs op onze studentenflat waar de vette ongezonde hap hartgrondig werd verafschuwd.
We woonden er in 1977 met zijn vieren: Karel, Ton, Frans en ik. Aan het Tolsteegplantsoen in Utrecht. Ieder met een eigen kamer. Ton had de grootste. Daarom werd er ’s avonds ook aan zijn grote tafel gedineerd. Meestal met zijn vieren. En soms met meer. Want gasten inviteren kon ook. Mee-eters waren de garantie voor enige extra luxe aan tafel. Want een voor-hoofd-en nagerecht maken voor de 4 standaard bewoners van de studentenflat voor het lullige bedrag van 6 gulden deed een groot beroep op de culinaire creativiteit.
Soms was ik heel creatief en soms prevelde ik een schietgebedje dat niemand ziek zou worden als ik gerechten opdiende waarvan de houdbaarheidsdatum al lang verstreken was.
Zeker is wel dat ik, daar aan het Tolsteegplantsoen, uitgekiend heb leren koken. Soep vooraf. Dat was vaste prik, omdat we allemaal uit Brabant kwamen. Die soep maakte ik dan van het kookvocht van bloemkool, waarin ik enige stronkjes en een blokje runderbouillon achterliet. Klaar was Kees. Met een bal gehakt, de rest van de bloemkool en 2 aardappelen p.p. stelde ik het hoofdgerecht samen, dat werd besloten met een pakje custardpudding vermengd met een klets melk.
We waren altijd vol lof over elkaars kookkunsten voor dat uiterst beperkte budget. De enige wanklank gold Frans, die vaak tijdens de maaltijd gebeld werd door zijn overbezorgde moeder. Dan bleef hij een half uur aan de telefoon hangen in de hal en was de maaltijd natuurlijk koud geworden. Die telefoontjes wekten zoveel irritatie dat we op een dag tijdens een Indisch hapje de gehele onderkant van zijn lepel hebben volgesmeerd met de aller pittigste Surinaamse sambal. Frans heeft vervolgens een week lang niet meer met ons aan tafel willen zitten en controleerde vervolgens steevast bij elke maaltijd de onderkant van zijn lepel.
Mijn aller goedkoopste hoofdgerecht was meteen ook het populairste op het Tolsteegplantsoen en zeker ook een van de gezondste. Ik leerde het maken van tante Tat Zoethout tijdens een zomervakantie in Zuid-Frankrijk in de buurt van de Pyreneeën. Officieel heet het ‘Oefs dur Basque’ maar in de familiemond heette het al snel ‘prutje van Zo-etoe’, op zijn Frans uitgesproken omdat die hun tong breken over de naam Zoethout. Het is een super eenvoudig gerecht en wordt gegeten met witte rijst.
Voor 4 personen:
2 rode uien/ 2 forse tenen knoflook/ 150- 200 gram gesneden lichtgerookt spek/ 6-8 middelgrote baktomaten/ 1 rode en 1 groene paprika/ 6 eieren
Eieren hard koken, pellen en apart zetten. Spekjes met een beetje olijfolie bakken in een grote hoge pan. Als de spekjes klaar zijn uit de pan vissen en in schaaltje apart zetten. Bakvet in de pan achterlaten en daarin de gesnipperde ui en stukjes gesneden knoflook licht fruiten. Klein gesneden paprika toevoegen, minuutje meebakken en vervolgens in stukjes gesneden tomaat toevoegen. Vijf minuten zacht laten pruttelen. Eieren halveren en met de harde dooier naar boven in de prut zetten. Opdienen met een schaal rijst.
Hebben nog meer mensen goede herinneringen aan de gerechten in hun studententijd? Laat het me dan weten!
E-mail of rechtstreeks onder het artikel op de site.























In de originele Baskische versie worden de eieren rauw aan het mengsel toegevoegd en stollen ze in de saus.
Beste Rik,
Enig dit rubriekje met studenten menu`s. Persoonlijk denk ik, dat de lekkerste gerechten, vaak het goedkoopste zijn.
Namelijk zoals je schreef met veel creativiteit, vanwege geldgebrek, samengesteld.
Als we de culturen doornemen, zijn zo vele beroemde standaard gerechten uit diverse landen lang geleden samen gesteld.
Indonesie : resten groente + rijst
Italie : deegbodem, gevuld met resten vlees, groente, kaas enz
Zwitserland : resten kaas + oud brood (in blokjes), voor de oppepper scheut wijn erdoor en voila daar kwam de kaasfondue op de boerderijen zaterdags tot stand!
(thuisland) Voor het welbekende gaatje in de maag (!) nipte men aan de Kirsch
Van jouw recept, is er een makkelijke variant te maken, die ik vroeger met mijn beste vriendin vaak gekookt heb. Prutje noemde we het oneerbiedig, maar o zo lekker. Heel vaak later ook voor mijn gezin gekookt, want is makkelijk en kostensparend tussen de dure vleesmaaltijden door, toch!
Gewoon de eieren vervangen door gehakt. Dus als de saus klaar is, apart aangebraden gehakt erdoor mengen en voor een wat stevigere saus mengden we er nog zo`n klein blikje tomatenpuree door en klaar is kees! Eet smakelijk!
Voor de vegetariers onder ons nog een variatie op het eieren gerecht, toendertijd Gouden Eieren genoemd.
2 appels – 2 uien – 2 bananen – knoflook – 2 theel. Sambal oelek, 2 eetl. Roosvicé, 2 eetl. Ketjap – boter – 1 dl water of meer
Uien / knofl fruiten - Appels / sambal toevoegen – ketjap / roosvicé toevoegen – pruttelen – plakjes banaan als laatste toevoegen
Serveren zoals in jouw gerecht + rijst + evt sla
Hmmm, het water loopt me alweer in de mond. Veel plezier ermee.
Zou het zeer waarderen, als dit vaker gepubliceerd wordt, deze kostensparende menu`s.
Heb op dit moment 2 zonen, die aan het studeren geslagen zijn en voor zichzelf moeten koken. Gelukkig hebben ze hier op de middelbare school wel een gedegen kookcursus mogen genieten, waarbij een bijzonder goed kookboek gebruikt werd – Tiptopf – uitgegeven als Interkantonales Lehrmittel für den Hauswirtschafsunterricht, Berner Lehrmittel- und Medienverlag, Bern.
Vriendelijke groeten / `s Grüässli
Marijke Koster
zes gulden.. even omrekenen... nou ik weet niet hoe lang geleden dat voor U was maar ik kook nog steeds iedere dag voor $10 canadees and doe dat al jaren voor ons vier- a vijven, $2 a @2.50 per persoon.... vier schijnt "critical mass" te zijn; sinds mijn oudste zoon en vriendin uit huis vertrokken zijn en we nu maar met zijn drieen zijn (+ de hond)is het nog steeds $10 per dag maar het "per persoon" is opgeklommen naar $3.30 (de hond niet meegerekend). De kunst is dus heel duidelijk niet het koken, maar het winkelen gecombineerd met de fantasie tijdens het winkelen...
Beste Rik, hierbij een mooi recept-verhaal:
Met Joop van Tijn (ja, die) woonde ik een jaar of twee op de Amstel, vlak bij de Munt tegenover Hotel de l’Europe. We hadden ieder een eigen kamertje en we aten in de derde kamer, waar later kinderboekenschrijver Peter van Gestel nog een tijdje neerstreek. Er was een keukentje en een douche en een w.c.
Wij hadden het niet breed en aten om de beurt elkaars kooksels. Ik vond het ’t makkelijkst om macaroni te maken. Daar ging dan een prutje overheen van uien, tomaten en in blokjes gesneden corned beef. Dat was héél lekker. Zó lekker, dat een vriend van Joop ‘toevallig’ telkens tegen etenstijd bij ons langs kwam op weg naar een toneelrepetitie. Onze portie was zo’n dag aanmerkelijk kleiner, zodat we steeds meer de pest in kregen.
Joop deed daarom een keer een enorme hoeveelheid knoflook in het macaronimengsel toen onze, zo langzamerhand onwelkome, gast zich weer eens voor de zoveelste keer gemeld had. Daarna is hij nooit meer zomaar langs gekomen. Later hoorden we via via, dat zijn tegenspeelster hem die avond na een liefdes-scene, die nogal close was, een geweldige klets om zijn kop had gegeven met daarbij:”Kl……, dat heb je expres gedaan!”.
Met een klein beetje knoflook erbij is het nóg lekkerder.
Vr. gr. Flip van den Bergh
We woonden in Amsterdam, aan de Stadhouderskade, op stand, zogezegd, in een bovenwoning die ik in onderhuur had van mijn vader en waarvan we de huur met zijn vieren deelden. Het was een soort woongemeenschap zonder dat we dat ooit zo genoemd hadden, en eten deden we altijd samen. Koken deden we om de beurt, en ik was het enige meisje, en bovendien de enige die had leren koken. We hadden één vriend, die kwam altijd 'toevallig' vlak voor zes uur langs, en informeerde dan langs zijn neus weg wie er kookte. Als ik dat bleek te zijn, hing hij altijd nog 'toevallig' in huis rond om mee te eten, bij anderen verdween hij regelmatig op zoek naar een beter adres. Neem het hem kwalijk: een van mijn huisgenoten presteerde het ooit om een pakje tomatensoep aan te maken met een kwart van het water dat de verpakking voorschreef en dat als tomatensaus over overgare spaghetti te presenteren. Vies! Onze toevallige gast was wel vegetariër en had op dat vlak nog noten op zijn zang ook, wij niet, dat maakte het lastig soms.
We woonden om de hoek bij de Albert Kuijp, dus goedkoop eten wat geen punt. Een hoofdgerecht en een toetje, dat was standaard. Dat toetje was meestal Samorapudding: een puddingpoeder dat vanzelf opstijfde als je het met melk had verroerd.
Rekening houdend met onze vegetarische meeëter was mijn prei-aardappelschotel altijd een makkelijke en smakelijke oplossing: aardappels koken en in schijfjes snijden, prei in ringetjes snijden en aanbakken met knoflook, een gebonden kaassaus erover heen, nog bestrooien met oude kaas en in de oven schuiven tot het een knapperig korstje heeft. Als er niet toevallig een vegetariër mee wilde eten, gingen er nog uitgebakken stukjes spek doorheen, en anders kon je er apart een gehaktbal naast doen.
Nieuwe reactie inzenden