Radio Netherlands Worldwide

SSO Login

meer inlog mogelijkheden:

Close
  • Facebook
  • Flickr
  • Twitter
  • Google
  • LinkedIn
Home
Zondag 12 februari | Wereldomroep.nl is de website voor Nederlandstaligen in het buitenland, expats en emigranten.
Geïmporteerde spruitjes zijn in Luanda niet te betalen
afbeelding van Redactie
Map
Luanda, Angola
Luanda, Angola

Wat heeft peperduur Luanda expats te bieden?

Gepubliceerd op : 21 juli 2010 - 8:00 am | door Redactie RNW (Foto: RNW)
Lees meer over:

Waar werken expats in Luanda?

De meeste expats werken in Luanda bij oliebedrijven als Chevron, BP, Esso en Total. De logistieke bedrijven Nile Dutch Shipping (NDS) en het van oorsprong Zwitserse Panalpina hebben ook veel expats in dienst. Verder vind je expats bij de oliegerelateerde offshorebedrijven Fugro, Heerema, en Smit, en bij baggerbedrijven Boskalis, Dredging International (Belgisch) en Jan de Nul (ook Belgisch).
   
NGO’s waar expats in Luanda terecht kunnen zijn onder andere Catholic Relief Services, World Learning, United Nations Childrens’ Fund, GOCARE, Africare, Save the Children, IOM, MAG, UNICEF en Handicap International. Deze NGO’s hebben vestigingen in de hoofdstad, maar opereren vaak meer in de provincie.

'Nergens ter wereld zijn expats duurder uit dan in de hoofdstad van Angola.' Zo bevestigde adviesbureau Mercer onlangs mijn vermoedens nu ik hier bijna twee maanden woon. In kwaliteitssupermarkt Casa de Frescos kost een meloen 50 US dollar, een huurwoning voor minder dan 8000 dollar per maand is nauwelijks te vinden en een hotelkamer kost rond de 600 dollar per nacht.

Een kapotte infrastructuur, woningschaarste en een gebrek aan eigen landbouw liggen aan Luanda's hoge prijsniveau ten grondslag. Angola is ondanks zijn olierijkdom één van 's werelds armste landen. Maar de prijzen in hoofdstad liggen vele malen hoger dan in Nederland. Mercer vergeleek de prijzen van onder meer huisvesting, boodschappen, kleding en vervoer in 214 steden wereldwijd. Luanda staat met stip op nummer één.

Een wasje van 275 dollar
Een maand geleden checkte ik voor het eerst in bij Hotel Tropico, het meeste bekende zakenhotel van Luanda. Een tweepersoonskamer, inclusief ontbijt, kost er 630 dollar per nacht. Voor een laf kopje koffie ben je in het Tropico al acht dollar kwijt, dus in het hotelrestaurant geïmporteerde spruitjes eten doe je alleen in noodgevallen. Een bescheiden wasje dat ik een keer in het hotel liet doen bleek achteraf maar liefst 275 dollar te hebben gekost. 

Na de maand in het Tropico verhuisde ik naar een huurhuis van 140 vierkante meter in de middenklassewijk Mayanga, dat voorlopig ook dienst doet als kantoor. Het huurcontract is een 'koopje': de verhuurder vroeg aanvankelijk 13.000 dollar per maand exclusief, maar zakte na een vastberaden afwijzing tot 10.000 dollar. De Nederlandse werkgever van de hoofdbewoner betaalt.

Scheve verhoudingen
De vraag is natuurlijk: héb je ook wat als je deze bedragen neertelt? In het Tropico is volop personeel, het heeft een klein buitenzwembad en een uitstekende sportschool en sauna. Maar het bed in de kleine, muffe kamer was oncomfortabel en er was één raampje dat uitzicht bood op een drukke, stinkende, met vuilnis bezaaide verkeersweg en een sloppenwijkje omringd door grauwe kantoorgebouwen.

De elektriciteit viel om de haverklap uit en de volautomatische sleutel deed het nooit meer dan één keer. Allemaal geen probleem. Maar om daar honderden dollars per dag voor te vragen terwijl de meeste Angolezen nog steeds rond moeten komen van minder dan 1 dollar per dag is voor een nieuwkomer nauwelijks te bevatten.

Voor de huurwoning geldt iets soortgelijks, hoewel minder extreem dan in het Tropico. We wonen in een mooi, ruim huis. Het is goed beveiligd, heeft een tuin, een waterfilter, inbouwmagnetron, vaatwasmachine en wasmachine. Maar de ruime patio grenst aan een stinkend riviertje dat vol ligt met vuilnis en talloze muggen aantrekt. En in de eerste week van ons verblijf viel de stroom in totaal twaalf keer uit. De schade: vijftien kapotte lampen, een defecte wasmachine en twee doorgebrande modems. Toch zijn andere expats zichtbaar en hoorbaar jaloers als ze horen hoe 'goedkoop' dit huis is.

Woningschaarste
Robert Smits (30) is in Luanda general manager van Octomar, een dochteronderneming van het Nederlandse bedrijf Smit. Hij woont met zes man in een guesthouse voor in totaal 18.000 dollar per maand en zoekt al sinds maart tevergeefs naar een betaalbare eigen huurwoning. 'Mijn woonbudget is 7000 dollar exclusief per maand.

Daar kun je bijna niets redelijks voor vinden', zegt hij. De boodschappen voor Robert en zijn vijf huisgenoten kosten '2200 dollar per anderhalve week.' Hij klaagt niet; Luanda heeft hem ook een hoop te bieden. Maar verbaasd over hoe het er in de stad aan toegaat, is hij wel.

'De woningmarkt zit hier heel apart in elkaar,' zegt Peter-Jan van As (28) aan onze nieuwe keukentafel. Hij is local content-coördinator bij Fugro in Luanda. In 2009 was hij mede-organisator van de Nederlandse handelsmissie in Angola van het Netherlands-African Business Council (NABC).

'Toen de Portugezen na de Angolese onafhankelijkheidsstrijd in 1975 uit Luanda vertrokken, zijn hun woningen door Angolezen gekraakt. Naar schatting de helft van de huizenbezitters in Luanda heeft hun pand nooit zelf gekocht. Dat creeërt tot op de dag van vandaag rare sociaal-economische verhoudingen.'

Huizenbubbel
Luanda is oorspronkelijk gebouwd voor minder dan een half miljoen mensen. Inmiddels heeft de stad officieel ruim 5 miljoen inwoners. Peter-Jan: 'Er is een groot tekort aan huizen, maar rijke Angolezen en expats willen ook woonruimte. Dat heeft de prijzen enorm opgedreven.' Soms pakt de gemeente krakers aan, maar dat werkt averechts.

'Mensen die niet kunnen aantonen dat ze voor water en electriciteit hebben betaald, moeten hun huis afstaan aan de gemeente. Een gemeenteambtenaar verkoopt het huis aan een bevriende investeerder die de winst met hem deelt. Die investeerder verhuurt het pand vervolgens voor een paar duizend dollar per maand en sluit op basis van die inkomsten een hypotheek af voor een ander huis dat ook weer verhuurd wordt, enzovoort. Zo ontstaat een huizenbubbel.'

Peter-Jan en zijn vriendin betalen aanzienlijk minder dan de marktprijs voor hun vervallen flat van 70 vierkante meter zonder officiële watervoorziening. Dat heeft een reden: ze huren hun woning van de Angolese tante van zijn vriendin. 'Er is een tweedeling ontstaan in de huurprijzen. In onze flat wonen waarschijnlijk veel mensen gratis, terwijl anderen voor dezelfde ruimte 4 of 5 duizend dollar betalen.'

Geld is status
Familiebanden kunnen de woonlasten in Luanda flink drukken, weet ook Vincent van Halsema (23), freelancer bij het NABC. Hij woont bij zijn Angolese tante. Een kleine groep zeer rijke Angolezen houden de torenhoge prijzen op een opvallende manier in stand, vertelt Vincent. 'Imago en status zijn hier alles. Daarom koopt een rijke Angolees liever zijn spullen in een sjieke winkel dan dat hij hetzelfde product even verderop koopt voor de helft van de prijs.'

En inderdaad: een Sony-tv bij de Sony-winkel naast het Tropico kost 600 dollar, terwijl exact hetzelfde toestel bij de sjieke Sistec-winkel om de hoek 1200 dollar kost. Sistec loopt als een trein.

Land in opbouw
Die geldsmijterij onder de elite komt niet uit het niets. Angola heeft Nigeria ingehaald als grootste Afrikaanse olieproducent en trekt daarom veel Westerse en Chinese investeerders aan. De Angolese staatsinkomsten zijn voor meer dan tweederde afkomstig uit de olie. Volgens schattingen van de Wereldbank groeit de Angolese economie dit jaar 8,5 procent. En: Angola is een land in opbouw.

Dat biedt mensen met de juiste contacten –doorgaans binnen de regerende partij MPLA- de kans razendsnel rijk te worden. Vincent: 'Omdat de oorlog in Angola pas acht jaar geleden werd beëindigd, zijn daarna allerlei diensten en producten voor het eerst geïntroduceerd. Zolang je vernieuwt kun je geld innen. Maar deze praktijk heeft een beperkte levensduur. Want: hoe meer Angola zich ontwikkelt, hoe minder makkelijk dat snelle geld blijft stromen. In Zambia was alles kort na de oorlog ook verschrikkelijk duur, en ook daar zijn de prijzen geleidelijk gezakt tot een acceptabel niveau.'

Lokale bevolking
De Angolezen zonder de juiste contacten wonen in gekraakte woningen of in een van de vele sloppenwijken die Luanda rijk is. Zij hebben niet direct met de extreem hoge huurprijzen te maken die voor reguliere woningen gelden. Daarnaast zou er onder de arme bevolking een soort 'tweede, zwarte economie' gelden, waar bijvoorbeeld veel aan ruilhandel wordt gedaan. 

Ook 'extra's' als fatsoenlijke gezondheidszorg kan de arme Angolese bevolking niet betalen. Onder meer daarom kent Angola een van de hoogste kindersterftecijfers ter wereld en is de gemiddelde levensverwachting voor vrouwen 47 en voor mannen 45 jaar. Mensen met vaste baan als bijvoorbeeld schoonmaakster of guard verdienen tussen de 300 en 600 dollar per maand. 

'The last frontier'
Een groot contrast met de buitenlandse expats. Zij hebben over het algemeen beperkt last van de hoge prijzen in Luanda. De meeste Westerse bedrijven zijn bereid rond een half miljoen dollar per werknemer per jaar (!) neer te leggen voor onder meer kost en inwoning, wetende welke winst daar potentieel tegenover staat. Privé-uitjes en persoonlijke aankopen zijn niet goedkoop, maar met goed zoeken en geduld vind je wel degelijk eetcafés en winkeltjes met prijzen die hooguit een derde duurder zijn dan in Nederland.

Luanda heeft ook veel te bieden: de stad heeft een ideaal klimaat en is een paradijs voor zowel strand- als clubliefhebbers. Sterrenrestaurants heeft Luanda niet, maar sfeervolle eetgelegenheden zijn er in overvloed. Ook winkelliefhebbers hoeven in Luanda niets tekort te komen. Als je portemonnee dik genoeg is, kun je hier bijna alles krijgen. Van pindakaas en Cadbury’s-chocola tot merkkleding, electronica, parfums en Europese gordijnen.

Het allergrootste voordeel van Luanda is dat de stad een sfeer ademt van ongekende mogelijkheden. Voor de happy few weliswaar, maar daar horen ook de expats bij. Vincent: 'Angola is een soort last frontier voor avonturiers. Alles, maar dan ook alles is in Angola mogelijk, mits je de juiste contacten hebt. Maar: betrouwbare zakenpartners vinden is lastig, en je moet een ongekend geduld hebben. Als je afbrandt komt dat niet door je werk, maar door alles wat daar omheen gebeurt: de bureaucratie, de files. Daar moet je tegen kunnen.'

  • Een bakje druiven kost 12 US dollar<br>&copy; (c) RNW - www.rnw.nl
  • Alles is te koop in Luanda, maar hoe diep is je buidel?<br>&copy; (c)RNW - www.rnw.nl

Reacties en discussie

Germano Mateus 28 december 2011 - 12:35 pm / Nederlandse

HOE KAN IK WERK VIND IN LUANDA?HELP ME AUB

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

VOLG DE WERELDOMROEP OP FACEBOOK

Aanbevolen video's

Schaatsen, omdat het moet!
Elfstedentocht of niet, Nederland staat dezer dagen massaal op het ijs. De...
Er-op-uit (1): de Mergelland route in 1969
Het rijke televisie-archief van de Wereldomroep bevat honderden uren...
Radio Nederland Wereldomroep © 2011