Rob van Acker
Rob van Acker (vormgever/ kunstenaar/ huisvader/ voormalig wereldschoolmeester) dacht in de tijd dat hij in het buitenland woonde, vaak met weemoed aan Nederland waar 'alles zo goed was geregeld'. Maar toen hij dit jaar weer terugkeerde, bleek er veel veranderd.
Rob van Acker is getrouwd met Simone Jaarsma (tropenarts - master public health - adviseur Ministry of Health Zambia) en heeft twee kinderen, Sjoerd en Luna. Meer informatie op zijn weblog.
Hij heeft gewoond en gewerkt in:
- 1995-1997 Uganda: Eigen werkplaats met enkele Ugandese Kunstenaars voor productie nieuwe souvenirs
- 1998-2001 Lesotho: Adviseur van onderhoudsdienst van klein ziekenhuis in de bergen
- 2003-2007 Zambia, Mongu: verschillende activiteiten in bovengenoemde disciplines (zie ook www.robvanacker.com)
- 2007-2008 Zambia Lusaka: weer verschillende activiteiten in verschillende richtingen met meer nadruk op beeldende kunst
- 2009: Maastricht: gestart met eenmansbedrijf Rob van Acker - Local Design
Als emigrant wil je natuurlijk nieuwe vrienden maken op je nieuwe standplaats. Het liefst lokale vrienden, want je bent niet voor niets weggegaan. Maar waar blijven de vriendschappen als je weer terug bent in Nederland?
Veertien jaar geleden vertrokken wij naar ons eerste buitenland. Een klein missieziekenhuisje in Uganda. Tijdens de voorbereiding voor ons vertrek werd ons duidelijk gemaakt dat de cultuurverschillen groot zouden zijn en dat we geen onrealistische verwachtingen moesten hebben. Wij ervoeren Uganda echter als een warm bad, met hartelijke, vriendelijke mensen. De culturele verschillen hielden ons juist scherp. Er was wederzijdse interesse en we voelden ons zeer welkom.
Lief en leed
Maar of we nu echt vrienden werden met Ugandese collega's en buren? Een compleet ander referentiekader maakte het soms moeilijk om dingen te begrijpen en om begrepen te worden. Dus om echt even ons hart te luchten zaten we al snel bijna dagelijks op de koffie bij onze Nederlandse overburen. Zij waren een paar maanden eerder dan wij aangekomen, werkten in hetzelfde ziekenhuis en waren al bezig aan hun tweede contract. Ervaren rotten in het vak voor ons als nieuwkomers. In Nederland zouden we niet snel vrienden zijn geworden, omdat we in een ander sociaal netwerk verkeerden. Maar in hartje Afrika deden de verschillen er blijkbaar niet toe en deelden we lief en leed met elkaar, we zouden vrienden voor het leven blijven.
Frustratie
Uit verhalen van anderen en ook uit latere ervaringen van onszelf bleek deze vriendschap niet vanzelfsprekend. In sommige gevallen blijkt je Nederlandse collega juist de grootste bron van frustratie, omdat je er voor het gemak van uitgaat dat hij hetzelfde denkt en doet als jijzelf. Wij konden onszelf dus gelukkig prijzen met zulke fijne buren. Nadat het contract was afgelopen en we ieder ons weegs gingen, zagen we elkaar eens in de drie jaar. Dan haalden we goede herinneringen op, praatten elkaar bij over wat we de afgelopen jaren hadden gedaan en daarna bleken we elkaar niet meer veel te vertellen te hebben. We zitten ieder weer op ons eigen spoor en de verschillen zijn nu weer groter dan de overeenkomsten.
Aandachtshorizon
Vanuit Uganda verhuisden we naar een klein bergdorpje in Lesotho. Het aantal Nederlanders in dat land waren op twee handen te tellen, en zij woonden ver weg. Nu luchtten we ons hart bij de dichtstbijzijnde Zwitser, Duitser en Deen, die minstens 50 kilometer verderop woonden. Wederom bleken we meer met hen te delen dan met de gemiddelde Basotho. Als we naar de hoofdstad gingen, logeerden we bij een Nederlandse missie-familie. Een strenggelovig gezin waar we in Nederland al helemaal niet mee in contact zouden komen of tot onze vrienden zouden rekenenen. Maar op deze plek hadden we blijkbaar voldoende overeenkomsten en gemeenschappelijke belangen en was de vriendschap met hun zeer waardevol. Daarbij speelden praktische zaken, zoals het gebruikmaken van een logeerplek en telefoon waarschijnlijk ook een onbewuste rol. Helaas is ook met hun na ons vertrek het contact verwaterd, we sturen elkaar met Kerst plichtmatig een nieuwsbrief om zo de illusie van contact in stand te houden. Ook de Zwitsers, Duitsers en Denen zijn inmiddels helaas achter de aandachtshorizon verdwenen.
Expatwereldje
Hierna volgden andere standplaatsen en we werden steeds behendiger in het snel opbouwen van een lokaal netwerkje. Langzaam evolueerden we van survivallers in kleine dorpjes in de bush naar luxe bewoners van de hoofdstad. Met mensen die we amper kenden, gingen we een weekend kamperen in de bush, leenden elkaars auto, stuurden kinderen over en weer te logeren, gingen bij elkaar eten en hadden tot diep in de nacht filosofische discussies rond het kampvuur.
In het expatwereldje was alles er ook op gericht om elkaar snel te leren kennen. We waren nauwelijks gearriveerd of we werden al uitgenodigd op de borrel of barbecue bij mensen die we amper kenden, alleen vanwege het feit dat we Nederlander waren. Bij het afscheidsfeest van onze laatste standplaats (waar we anderhalf jaar hadden gewoond) waren 150 mensen. Stuk voor stuk leuke mensen van verschillende nationaliteiten waarvan we er op dat moment een groot aantal tot onze vrienden rekenden.
Hutje zonder postadres
We zijn nu een jaar verder en hebben met het overgrote deel van hen geen contact meer, op een enkeling na met wie we sporadisch skypen of mailen. Het lijkt erop dat iedereen er stilzwijgend vanuit gaat dat het ook zo hoort.
En de Ugandezen, Basotho en Zambianen met wie we ook een belangrijk deel van ons leven deelden? Collega's, buren, huispersoneel en tuinmannen. Veel contacten zijn verwaterd, we hebben er zelf niet echt ons best voor gedaan, ook omdat het moeilijk communiceren is per brief met iemand die in een hutje woont zonder postadres. In het moderne communicatietijdperk ontvangen we soms een sms'je of e-mail. Niet meer dan een levensteken meestal, maar als we elkaar weer zouden zien, zou het ongetwijfeld warm en hartelijk zijn. Misschien waren zij met terugwerkende kracht échtere vrienden?
Vinexwijk
Begin dit jaar zijn we teruggekeerd naar Nederland. Dat valt ons zwaarder dan we van tevoren gedacht hadden. Je denkt: we kennen het land, de taal en de mensen en onze beste vrienden en familie wonen er. We genieten er dan ook van dat we die nu makkelijker kunnen zien. Maar we verwonderen ons erover hoe moeilijk het is nieuwe vrienden in Nederland te maken, terwijl we daar toch zo behendig in waren. We wonen in een stad waar we niet eerder hebben gewoond. Het lijkt erop alsof iedereen druk is met zijn eigen leventje en dat het voldoen aan de reeds bestaande verplichtingen voor anderen al ingewikkeld genoeg is. Op zich komen we mensen tegen in onze straat en op het werk die potentiële nieuwe vrienden kunnen zijn. Maar op de een of andere manier valt het niet mee een nieuwe vriendschap tot stand te brengen. Die ontstaan blijkbaar makkelijker tijdens de studie of als je met een zwerm jonge gezinnetjes in een nieuwe Vinexwijk neerstrijkt. Met weemoed kijken we terug op ons bestaan als expat in het buitenland waar we zo snel nestelden. Maar ligt het echt alleen aan de omgeving in Nederland? Zijn de anderen echt alleen druk met zichzelf? Of valt onszelf ook iets te verwijten?
We kennen inmiddels aan aantal leuke buren, zeker na het straatfeest van vorige maand, en zeggen iedere keer als we elkaar tegenkomen dat we echt een keer samen iets moeten afspreken. De intentie is er dus. Maar ook wijzelf hebben er geen tijd voor. Smoesjes genoeg waardoor het er niet van komt: een verjaardagsfeestje van een familielid, de kinderen moeten naar harp- of squashles, er is een tentoonstelling of film die we niet mogen missen, de zon schijnt en we moeten er echt even uit, of we moeten naar IKEA voor een nieuw meubel.
Gewone Nederlanders
Het ligt dus niet alleen aan de omgeving. Sterker nog: het ligt waarschijnlijk aan onszelf. Als expat in een vreemd land hadden we weinig verplichtingen. Als een familielid jarig was, stuurden we een kaartje, er langs gaan was geen optie. Beslissen bij welke ouders we Kerstmis zouden gaan vieren hoefden we niet, want we gingen niet jaarlijks naar Nederland. Er was geen harp of squash-les voor de kinderen waar ze wekelijks naartoe moesten. Funshoppen hoefden we niet, een paar jaar achterlopen met de laatste mode was geen schande, er was geen IKEA om je tijd te verdoen en ook bij de buurtsuper waren we snel klaar want het aanbod was zo beperkt dat we al blij waren als er kaas was. En als er eindelijk eens een goed concert of tentoonstelling was, gingen al onze vrienden daar ook naartoe en sloegen we zo twee vliegen in een klap. Zo bleven er zeeën van tijd over voor dingen die we zelf wilden doen en we hoefden zelden onze agenda te raadplegen als er spontaan iemand voor de deur stond.
Voor we naar Nederland teruggingen, hadden we ons voorgenomen onze agenda niet te laten dichtslibben met afspraken. We zouden het echt anders gaan doen. Maar met tegenzin komen we langzaam tot de conclusie dat in Nederland wonen blijkbaar fundamenteel anders is en dat we zelf ook maar gewone Nederlanders zijn.
Meer verhalen lezen over Nederlanders in - of net terug uit - het buitenland? Neem een gratis abonnement op WereldExpat Magazine

















Nieuwe reactie inzenden