Elk jaar gaan een paar honderd jonge boeren weg uit Nederland om elders vrijheid en ruimte te zoeken. Die getallen staan in geen verhouding tot eerdere emigratiegolven, net na de oorlog en in de jaren zestig. Het jaar 1952 was een recordjaar als het gaat om emigratie: bijna 49.000 mensen verlieten toen ons land, op zoek naar een betere toekomst in Canada, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. De meesten van hen waren boerenzonen die op de boerderij van hun ouders geen boer konden worden, of boerenknechten die het niet breed hadden.
Oud-journalist én boerenzoon Hylke Speerstra is ‘emigratiedeskundige’ geworden door al zijn gesprekken met emigranten wereldwijd, opgetekend in, vaak schrijnende, verhalen in het boek ‘Het wrede paradijs’. Hij noemt een mix van redenen om te emigreren: ‘Net na de oorlog stond Nederland er economisch slecht voor, men was bang voor het communisme en de koude oorlog, de mechanisatie kwam op in de landbouw waardoor er veel minder werkgelegenheid was en er waren de brieven van al geëmigreerde familieleden die enthousiaste verhalen vertelden over het nieuwe land.’
Drang
Maar bovenal was er de onstuitbare drang om boer te worden, zegt Hylke Speerstra: ‘Die drang om zelf een bedrijf te stichten, ook voor de kinderen, dat was heel belangrijk en dat was in Nederland onmogelijk; bovendien hadden ze ook het zelfvertrouwen dat ze het overal konden redden. Want de Nederlandse boer in het algemeen, en de Friese boeren zeker, waren goede boeren.’
Dat laatste geldt ook voor de jonge boeren die hun heil in het buitenland zoeken, ze zijn bovendien goed opgeleid en nemen ook nog eens veel geld mee. Begrijpt Speerstra waarom zij weg willen uit het rijke en vrije Nederland? ‘Ze zoeken vrijheid in de zin van bewegingsruimte om ambities waar te maken, die ambities zijn voor een groot deel al waargemaakt in dit aangeharkte land, maar ondernemers zoeken ruimte’.
Europa
Die ruimte zoeken de jonge boeren tegenwoordig veel dichterbij dan de oude emigranten, ze hebben vooral interesse in melkveebedrijven in goed bereisbare landen in Europa. Daarbij valt te denken aan landen als Duitsland en Denemarken. Ook hebben Nederlandse akkerbouwers interesse in Duitse grond.
Maar hoe klein de afstand tot Nederland ook is, en hoe modern anno 2011 de communicatiemiddelen ook zijn, het is nog net zo moeilijk om huis en haard te verlaten, zegt Speerstra:’ Het verschijnsel met je hele hebben en houden, met hart, maar ook met je ziel en met je taal naar een andere cultuur gaan blijft tot in lengte van jaren ontberen. De omstandigheden worden wel veel beter, maar emigreren blijft ontberen.’
Veroveren
Gelukkig weet hij ook wat de belangrijkste eigenschap is om te slagen als emigrant. Dat is, zegt Speerstra, doorzettingsvermogen: ‘Ja is ja en nee is nee, en als je ja hebt gezegd moet je doorzetten. Je moet kunnen loslaten, kunnen veroveren, niet in materialistische zin, maar je moet je plaats veroveren in de maatschappij, je moet assimileren en meegaan met het volk waar je je tussen nestelt.’ En dat is, getuige de verhalen in Het wrede paradijs, nog precies hetzelfde als toen.
Weten hoe het de jonge boeren in het buitenland vergaat? Ze schrijven er zélf over op www.boerderij.nl!
















Hoi, voor mij is emigreren toch echt iets positiefs, je zoekt kansen op of hebt een goede reden om naar elders te gaan. Zeker in deze tijden, waarop je ook buiten europa met enige regelmaat kunt terugkeren, en je op vele manieren elektronisch kunt communiceren, lijkt het me allemaal niet zo dramatisch. Het is nooit helemaal perfect natuurlijk, iedere grote keuze heeft ook wel wat nadeeltjes. Maar als je toch vanwege de liefde en of baan of eigen bedrijfje in het buitenland zit, waar het je na een paar jaar goed gaat, dan mag je toch tevreden zijn. Met als voornaamste reden dat je hebt of bereikt hebt of (geworden) bent wat je in NL niet gelukt zou zijn. En als je dan toch behoefte hebt aan het thuisland, dan ga je gewoon, afhankelijk van je omstandigheden, een paar weken o maanden per jaar. Of je denkt, zoals ik, over een aantal jaar ga ik weer een jaartje in Amsterdam wonen, en dan weer terug naar argentina, of ander land.
Mooi uitgelegd, Monique Vos. Kan alleen maar reageren met: precies! Zo was het en is het. Mijn ouders waren 39. Het was april 1956, toen wij uit Amsterdam vertrokken. Mei, 1956, toen wij in Bonegilla kamp, terecht kwamen.
Het valt mij op dat onze reacties hier steeds op de zelfde manier uitgelokt worden. Een soort uitdaging om die beslissingen (van onze ouders) om te emigreren, te verdedigen. En we trappen er steeds weer in.
Het leven IS goed in het Australische land!!
@Joop
“Het leven IS goed in het Australische land!!”
precies!
ik ben eigenlijk nooit een fan van het Expat on Air programma geweest.
ook ik kreeg vaak de indruk dat er van ons werd verwacht dat we op de een of andere manier weer als spijtoptanten ...with cap in hand .... in Nederland terug werden verwacht
zelf ben ik ....voor de 2e keer in 1966.... alleen naar Australia vertrokken en heb er nooit spijt van gehad
wel ben ik verschillende keren naar Europa gegaan maar ALTIJD met een RETURN ticket om weer naar huis (Australia) te gaan
eerst per schip , de reis duurde 2x 6 weken, later per plane, nu 2x 20 uren , tenzij je een slechte verbinding hebt en bv omdat je met je Qantas frequent flyers points van Brisbane, via Sydney, Tokyo en London naar Amsterdam vliegt
ik krijg wat AOW, niet veel, omdat ik daarvoor heb gewerkt in NL en daar recht op heb, maar net als Peter Allen : I still call Australia HOME.........
.
http://www.photoblog.com/hazcam/2009/01/26/i-still-call-australia-home.html
Ik lees als wereldblogster (bij boerderij.nl) graag de blogs van de anderen. Het schept namelijk een band. Het is inderdaad zo wat hierboven staat. Maar wij waren niet zo jong toen we uit Nederland vertrokken; we hebben als 40-plussers de sprong gewaagd. Makkelijk was het niet, zie uw artikel http://www.rnw.nl/nederlands/article/ook-ge%C3%ABmigreerde-melkveehouder... Toch hebben wij het makkelijker dan degenen die eind jaren 50 de sprong waagden. Wij hebben nu internet, en, niet te vergeten, een betaalbare telefoon. En het is makkelijker om "even over te komen". Mensen die 50 jaar geleden emigreerden deden dat per boot. Ze vertrokken met de wetenschap dat ze hun ouders, hun familie, niet meer terug zouden zien. Ik heb een filmpje gekregen van 50 jaar terug van familie die naar Nova Scotia zijn vertrokken. Na het begin word het wat minder bibberig, maar je kan goed zien hoe de levensomstandigheden daar vroeger waren. Zie http://www.youtube.com/watch?v=3WWWrwwq8WI Wat me opvalt is de stevige band met andere geëmigreerde Nederlanders! Groetjes uit Rheinland-Pfalz!
Nieuwe reactie inzenden