Ze kwamen uit Zeeuws-Vlaanderen, Schouwen-Duiveland of Zuid-Beveland en hoopten op een betere toekomst in Brazilië. Het werd een bittere teleurstelling. Ton Roos en Margje Eshuis schreven het boek Op een dag zullen ze ons vinden over deze groep Zeeuwse landarbeiders die rond 1860 naar Brazilië trokken.
Ton Roos en zijn vrouw Margje Eshuis troffen eind jaren zeventig in Brazilië afstammelingen aan van Zeeuwse landarbeiders. Ze waren een paar jaar eerder door de zending van de Gereformeerde Kerken uitgezonden naar Brazilië en hadden gehoord over een comunidade (gemeenschap) van Nederlanders met de naam Holanda. Ze gingen er heen en waren verbaasd dat de groep zo geïsoleerd leefde. Ton Roos:"Er was geen aandacht voor ze. Ze werden achtergesteld door de samenleving waar ze woonden."
Stuk oerwoud
De voorouders van deze ‘Hollandse Brazilianen' waren tussen 1858 en 1862 naar Brazilië gekomen in de hoop daar een betere toekomst op te bouwen. Het ging om zo'n 770 Zeeuwen, landarbeiders die in hun thuisland in bittere armoede leefden. Europa verkeerde in deze periode in een diepe economische crisis. De landarbeiders hadden helemaal niets.
Ze werden volgens Roos geronseld door een man die voor een rederij in Antwerpen werkte. "Er werd ze van alles beloofd. Zo zouden ze in Brazilië een stuk grond krijgen en een huis. Wat ze kregen, was een stuk oerwoud dat nog moest worden ontgonnen. Het huis was niet meer dan een hut."
Betere toekomst
Toch waren Europeanen welkom in Brazilië. Rond 1850 wilde de Braziliaanse overheid het binnenland in cultuur brengen, maar er werden geen nieuwe slaven meer aangevoerd van overzee. Daarom werden Europeanen geworven. De Zeeuwse landarbeiders waren niet de enige Europeanen die hoopten op een betere toekomst in Brazilië.
Niet alle geëmigreerde Zeeuwen overleefden de barre overtocht en de teleurstellende omgeving waar ze vervolgens terechtkwamen. De overlevenden vormden een hechte gemeenschap. Het was een kwestie van samen overleven.
Rond 1900 kreeg de groep het iets beter toen ze koffie gingen verbouwen. Maar de goede jaren duurden niet lang. Tijdens de wereldwijde economische crisis van 1929 werd ook de groep niet gespaard. De koffieprijs daalde gestaag en de Zeeuwse Brazilianen stapten over op de het verbouwen van cassave, een wortelsoort die niet veel opbracht.
Dialect
Ze waren nog steeds verarmd toen Ton Roos en Margje Eshuis in 1976 met ze in contact kwamen. Ze woonden in een geïsoleerd gebied met een slechte infrastructuur. De lokale bevolking liet hen links liggen. De oudsten spraken nog altijd Zeeuws-Vlaams. En niet zonder reden, zegt Roos. "Een van de nazaten van de Zeeuwen had eens gezegd: we moeten Hollands blijven praten, want op een dag zullen ze ons vinden."
Roos vindt het een wonder dat deze groep zo lang zo geïsoleerd heeft kunnen leven. Tijdens hun verblijf in Espiro Santo, een deelstaat tussen Rio de Janeiro en Bahia, probeerden hij en zijn vrouw de groep bij te staan. Ze organiseerden groepsbijeenkomsten om de samenwerking te verbeteren. Het ging beter met de groep en ze raakten steeds meer uit hun isolement. In 1983 keerden Roos en Eshuis terug naar Nederland, maar ze bleven contact houden met de Zeeuwen. En nu is er dus een boek over deze vergeten groep. Roos heeft het geschreven om de families ‘hun eigen geschiedenis terug te kunnen geven'. "Ze moeten weten hoe het is gegaan."
Uitgever: Koninklijke BDU Uitgevers Barneveld Verkoopprijs: € 19,50 (zowel Ned. als Port. versie) ISBN nummers: Nederlandse versie: 978-90-8788-048-4. Portugese versie: 978-90-8788-055-2



















Nieuwe reactie inzenden