Een school die is gefinancierd met geld van de ouders van de omgekomen Nederlandse soldaat Timo Smeehuijzen is afgelopen zondag ‘zwaar beschadigd’ door een explosief. Dat bevestigt de hulporganisatie Save the Children die de bouw begeleidde. Er zijn geen gewonden gevallen. De school was dicht in verband met de zomervakantie.
'De schade is zwaar te noemen en de school is op dit moment niet te gebruiken', zegt een woordvoerder van de hulporganisatie.
Bloedsporen
Volgens Pajhwok, een Afghaans persbureau, zouden er bloedsporen zijn gezien op de muren van een van de lokalen. Dit zou betekenen dat degene die de bom wilde plaatsen ook zelf gewond is geraakt, stelt het persbureau.
Onrustig
In juli bezocht de Wereldomroep de school in het dorpje Shah Mansour, zo’n vijftien minuten rijden ten noordoosten van de hoofdstad Tarin Kowt. De omwonenden vroegen toen om politiebeveiliging. Het gebouw staat in een zeer onrustig gebied waar allerlei strijdende groepen actief zijn. Wie er achter de aanslag zit is Save the Children nog niet duidelijk, zegt de woordvoerder.
Meisjesschool
In mei dit jaar werd na lang lokaal gesteggel de zogenaamde Timo-school geopend. De ouders van Timo Smeehuijzen, die in 2007 door bij een zelfmoordaanslag sneuvelde, wilden iets terug doen voor de provincie en haalden geld op voor een meisjesschool in Uruzgan. Bij het bezoek van de Wereldomroep aan de school werd duidelijk dat zowel meisjes als jongens er les kregen.
Vooral lokale tribale leiders maakten de bouw lastig omdat er allerlei claims werden gelegd op het stuk grond. Ook de overheid van Uruzgan was in eerste instantie betrokken in dit conflict. Uiteindelijk lukte het de lokale medewerkers van Save the Children de school te openen.
Zie ook: The legacy of a soldier killed in Uruzgan, met onder andere een interview met de vader van Timo Smeehuijzen.
Bericht Save the Children





















Nieuwe reactie inzenden