De Wereldomroep praat met prominente Nederlanders over hun vakgebied, Nederland en de actualiteit. In het derde deel van de serie Simon Reinink, directeur van het Concertgebouw in Amsterdam. Hij praat over kinderopvang, maar nog veel meer over vraag en aanbod in de cultuur.
Het kabinet wil bezuinigen op gastouderbureaus, de stad Amsterdam moet keuzes maken in het grote culturele aanbod. Dat zijn zaken waarover de kranten schrijven, dezer dagen. En het zijn ook de zaken die een bedrijf raken als de NV Het Concertgebouw, met zo'n 340 mensen die er werken. Hoeveel van hen maken gebruik van kinderopvang? "Ik moet het antwoord schuldig blijven", erkent Simon Reinink.
Subsidies
Meer weet Reinink over de kunstsubsidies. De Rotterdamse kunstraad adviseert de wethouder harde keuzes te maken, terwijl ook in Amsterdam slechts de helft van de subsidieaanvragen kan worden gehonoreerd. Wat blijkt: de vaste lasten van de culturele instellingen zijn zo hoog geworden, dat er verder weinig te kiezen valt voor de gemeente. Ondertussen is er voor de cultuurconsument juist heel veel keus.
Teveel keus misschien? Simon Reinink: "Als je kijkt naar het aanbod in Amsterdam, is dat een goede vraag. Als daar alsmaar meer bijkomt, dan zal er ergens een eind moeten komen. Want het aantal mensen in en rond Amsterdam neemt niet toe; ook niet de hoeveelheid vrije tijd en ook niet het besteedbare budget. Het is heel relevant om eens goed te kijken naar de balans tussen vraag en aanbod."
Top
Als je op het Museumplein staat, valt op hoe groot het aanbod is van topmusea: het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum staan in één lijn. Zowel het Rijks als het Stedelijk worden uitgebreid verbouwd, maar over een paar jaar zijn ze weer volop in bedrijf. En dan staat er ook nog het Concertgebouw met zijn grote en zijn kleine zaal, naar het schijnt de drukstbezochte concertzaal ter wereld met dagelijks minstens twee concerten, zo'n 900 per jaar.
De gemeente Amsterdam subsidieert -samen met de staat- meer van dergelijke organisaties. "Het aantal instellingen is zo groot", beaamt Simon Reinink. "De kosten van al die gebouwen rijzen de pan uit. Er is heel veel geld nodig voor de vaste lasten en er is steeds minder over voor het product waar het uiteindelijk om gaat: de programmering."
Rangen
Zijn voorganger als directeur van het Concertgebouw, Martijn Sanders, heeft een studie gedaan naar de manieren waarop culturele organisaties zelf meer inkomsten kunnen krijgen, naast de subsidie. Eén idee is om meer verschillen aan te brengen in de prijs van de toegangskaarten. Het Concertgebouw kent nu twee rangen, maar overweegt de invoering van vier of vijf rangen. "Sommige kaarten moeten goedkoper worden dan nu, andere weer duurder. Zo kan iedereen, ongeacht de inkomensklasse, bij ons van muziek komen genieten", vertelt directeur Reinink.
De vraag blijft dan of er wel genoeg geld is voor al die cultuur. In andere landen zijn de kaartjes duurder dan hier. Verdienen de musici op het podium van het Concertgebouw eigenlijk wel een fatsoenlijke boterham? Zijn wij Nederlanders niet te krenterig? "Vijfenzestig procent van de kaarten van het Concertgebouw kosten minder dan 35 euro," zo heeft Reinink pas berekend. "De prijzen zijn wel gestegen de afgelopen jaren. Dat was ook wel nodig. Maar het blijft een paradox: een zo hoog mogelijk kwalitatief aanbod en toch toegankelijk blijven."
Sponsoring
Het idee van Martijn Sanders dat culturele organisaties zelf meer sponsoring kunnen verwerven, is moeilijk haalbaar, vermoedt Reinink. "Grote bedrijven zoeken toch een heel bekend instituut om te sponsoren. Zij worden overladen met aanvragen, vertellen ze me. De kleinere culturele organisaties zijn voor hun niet interessant. Zij kunnen alleen maar kleine sponsors vinden en dat levert niet zoveel op."
Maar als al die culturele instituten allemaal de beste willen zijn, kan dat toch niet goed blijven gaan? Je kaapt het publiek voor elkaars voeten weg. "We hebben geen gebrek aan ambitie in Amsterdam. Is er wel genoeg marktonderzoek gedaan naar de vraag? Dat moet je altijd zien in de context van het bestaande aanbod", zegt Simon Reinink. "Maar ik wil wel wat toevoegen. De hele wereld weet dat Amsterdam een cultuurstad is. De miljoenen toeristen zijn heel belangrijk voor de economie van de stad. Ik wil nog meer toeristen in onze zaal, maar ook meer Amsterdammers. Zodat zij de weg leren kennen naar het Concertgebouw en zo kennis maken met topmuziek."

















Nieuwe reactie inzenden