In het eerste helft van 2010 zijn er net zoveel offshore windturbines aangesloten op het Europese elektriciteitsnet als in heel 2009. Offshore windenergie is crisis-proof, laat de Europese Wind Energie Associatie (EWEA) weten. Maar zonder subsidie gaat het (nog) niet.
Op dit moment zijn er volgens de EWEA in Europa al 43 windparken in zee volledig operationeel. Het aantal geplaatste windturbines nadert de duizend, met een totale capaciteit van een kleine 2400 megawatt, genoeg voor 2,5 miljoen huishoudens.
Indrukwekkende cijfers die echter lang niet iedereen overtuigen. Zo is de VVD van mening dat de turbines vooralsnog 'niet draaien op wind, maar op subsidie', zegt parlementslid Helma Nepperus. 'Je zult het misschien kunnen ontwikkelen, dat wil ik best geloven. Als mensen daar geld in willen steken, prima.'
Weinig efficiënt
Maar, zegt Nepperus, je kunt je wel afvragen of dat geld van de overheid afkomstig moet zijn. 'Dat geld kun je ook aan andere dingen besteden, want het is nog weinig efficiënt.' Voorlopig produceren offshore-windparken slechts een vijfde van de hoeveelheid op land opgewekte windenergie.
Met een productieprijs van ongeveer 16 cent per kilowattuur is op zee geproduceerde stroom bijna drie keer zo duur als 'gewone' stroom die ongeveer 6 cent kost. Voor windenergie op land ligt het plaatje gunstiger; de prijs ligt op 8 cent per kilowattuur, maar ook daar moet dus nog steeds geld bij.
Concurreren op termijn
Toch blijft Michiel Zaaier, windenergie-specialist van de Technische Universiteit Delft, erbij dat de subsidies door moeten gaan. Dat zal er volgens hem voor zorgen dat ontwerpers en bouwers het bouwen van offshore windparken steeds beter onder de knie krijgen.
'Op den duur draagt het bij aan schone opwekking van energie en energie waarbij je niet afhankelijk bent van olie en gas en dergelijke. Die zijn immers eindig in voorraad en moeten uit andere landen worden geïmporteerd.' Concurreren met de traditionele, 'grijze' stroom komt dan vanzelf, denkt Zaaier.
Economisch belang
De beleidsdirecteur van de EWEA, Justin Wilkes, benadrukt daarnaast vooral het belang voor de werkgelegenheid in deze crisistijd. 'Offshore wind blijft een belangrijke groei-industrie.' Maar bijna in één adem gaat hij verder met de opmerking dat die groeiindustrie geremd wordt door financieringsproblemen.
'Grote energiebedrijven kunnen deze investeringen wel uit hun reserves halen, maar onafhankelijke ontwikkelaars zijn ernstig beperkt in hun mogelijkheden', zegt Wilkes. Hij pleit daarom voor een nog grotere rol voor de Europese Investeringsbank. 'Die heeft al bij een aantal projecten geholpen.'
Geen keus
Ingenieur Zaaier blijft erbij dat we eigenlijk geen keus hebben. Tot 2020 is het volgens hem financiële pijn lijden, als we daarna schone en betaalbare windenergie van zee willen hebben. Offshore windenergie is kortom een aanlokkelijk perspectief, maar voor nu lijkt een nieuw gezegde van kracht: 'Windmolens draaien op subsidie.'

















Nieuwe reactie inzenden