Vrouwen op reis kunnen soms heel erg een man missen. Al helemaal in landen als India en Nepal…Deel 2 van een serie columns van backpacker Sjan Verhoeven.
Een paar weken lang hadden we met een vriend van ons gereisd. Twee vrouwen en een man, en het beviel ons prima. Het gaf een veilig gevoel om met Brian te reizen. Zeker in India waar je soms mensen tegenkomt die nog nooit een blanke gezien hebben en die dus ongegeneerd naar je staren, maar ook in Nepal, waar we nu zijn.
Immigratiemannetje
Afgelopen week moest hij echter terug naar huis om aan een nieuwe baan te beginnen. We zwaaiden hem uit op het vliegveld van Kathmandu en gingen op weg naar het immigratiekantoor om onze visums te verlengen. We waren amper binnen of er kwam al een mannetje op ons aflopen die ons wat papieren in de handen drukte.
Visum verlengen
‘Hier,snel, vul dit in. Hebben jullie pasfoto’s?’ Die hadden we gelukkig, maar toen we vroegen hoeveel de visums kostten, kwamen we erachter dat we te weinig geld bij ons hadden. Het was namelijk duurder om de visa met 7 dagen te verlengen dan in eerste instantie een visum voor 15 dagen te verkrijgen.
Of je thee lust
Natuurlijk konden we niet met onze creditcard betalen. En natuurlijk was er in de verste verte geen pinautomaat te bekennen. Het immigratiemannetje maande ons tot haast omdat onze visums die dag zouden verlopen. ‘Het kantoor gaat zo sluiten. Als het vandaag niet geregeld wordt, moeten jullie een boete betalen!’ We liepen naar onze taxichauffeur, die zo aardig was om ons wat geld te lenen, en spoedden ons terug naar binnen. ‘Het gaat nog even duren’, besloot het mannetje. ‘Lusten jullie thee?’
Roepen vanaf de overkant
Natuurlijk, als we dan toch moesten wachten. We sjokten naar een theehuisje aan de overkant van de straat, vlakbij het immigratiekantoortje. Het mannetje zag ons een beetje argwanend kijken. ‘Maak je geen zorgen, ik ben verantwoordelijk voor jullie paspoorten!’, riep hij ons toe. We bestelden Nepalese thee en de immigratiemedewerker stelde ondertussen vanaf de overkant vragen over onze reis.
Ja en amen, totdat…
Hij beweerde zelf vloeiend Japans en Italiaans (‘buongiorno!’) te spreken en begon daarna over zijn zus te vertellen. ‘Als we dadelijk klaar zijn, neem ik jullie mee naar haar huis. Ze is heel aardig!’ Snel overlegde ik met Loes in het Nederlands wat we zouden doen. We vertrouwden het voor geen meter, maar besloten ja en amen te zeggen op alles wat deze rare, oude man zei, tot we onze paspoorten terug hadden.
We missen je!
We slokten onze thee naar binnen en stonden op. ‘Betalen jullie of betaal ik?’, vroeg onze vriend. Wij dus. We liepen terug het immigratiekantoor in en ja hoor, eindelijk waren onze paspoorten klaar. Ik stopte ze in mijn tas. ‘Gaan jullie nou met me mee?’ Loes en ik keken elkaar aan en renden het kantoor uit. Terug in het hostel stuurden we Brian meteen een e-mail. ‘We missen je!’
- Lees ook deel 1 een kwartiertje rennen langs de Taj Mahal
Meer interessante verhalen lezen? Abonneer je op het gratis WereldExpat magazine






















Nieuwe reactie inzenden