Het is 1259 kilometer van Amsterdam naar Chelm in Oost-Polen. Eerst in het vliegtuig, daarna nog een eind rijden vanaf het vliegveld in Warschau. We hebben geen haast, mijn kleindochter Noa en ik, en ook Thijs Papôt en Sebastiaan Gottlieb die deze reis gaan vastleggen in audio en op video.
Chelm was ooit een levendig stadje met een grote Joodse bevolking. De verschillende bevolkingsgroepen leefden hun eigen leven, min of meer met de rug naar elkaar toe. Maar toch, men kocht in elkaars winkels en hielp elkaar wanneer dat nodig was.
Er waren pogroms, zeker. De joden hadden reden om hun buren niet al te zeer te vertrouwen, maar bleven toch in Chelm wonen. Het was een bloeiend handelsstadje, met een rijke cultuur en zelfs een schouwburg met voorstellingen waarvoor men helemaal uit Warschau kwam.
Demjanjuk proces
Op 30 november 2009 begon in München het proces tegen John Demjanjuk (90). Hij zou tijdens de Tweede Wereldoorlog bewaker zijn geweest in het vernietigingskamp Sobibor.
Demjanjuk werd ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan de dood van bijna 30.000 Nederlandse joden die daarheen gedeporteerd werden vanuit het concentratiekamp Westerbork. In totaal werden 170.000 joden vermoord in Sobibor.
In Sobibor werden ook de ouders van Rob Fransman vermoord. Samen met 19 andere Nederlandse nabestaanden was Fransman Nebenkläger, of mede-aanklager bij het proces tegen Demjanjuk.
Voor de Wereldomroep hield hij een persoonlijk dagboek bij over het verloop van het proces in München. In mei 2011 werd Demjanjuk veroordeeld, maar hij mocht zijn hoger beroep in vrijheid afwachten. Demjanjuk overleed in maart 2012.
Rob Fransmans weblog:
www.robfransman.nl
De verhalen van Trawniki
Tot vandaag wist de burgemeester van Trawniki niet dat de hele wereld de nazi-kampbeulen met zijn dorp associeert. Ik kijk hem wat ongelovig aan. De burgemeester haalt zijn schouders niet-begrijpend op. 'U bent de eerste die me dat vertelt', antwoordt hij. De tolk vertaalt het zonder commentaar.
De fabriek waar de SS-Wachmänner hun onderkomen hadden, staat er nog. Het gebouw is vervallen, gefabriceerd wordt er niets. De burgemeester wijst de huizen aan waar de officieren hebben gewoond. De paar voorbijgangers groeten hun burgemeester beleefd, dzjin dobre pana.
Een oudere dame kan zich alles nog goed herinneren. Als negenjarig meisje had ze de executies niet zelf gezien, want het kamp was afgeschermd met schuttingen en prikkeldraad. Maar de schoten had ze wel gehoord. Soms ratelden de machinegeweren dagen achter elkaar. 'Daarna rook het zo naar in het dorp.’
De burgemeester bromt wat. 'Die mevrouw praat te graag,' vertaalt de tolk zijn commentaar. Waarom hij zo ongemakkelijk doet, is me een raadsel. Het dorp kan toch niets doen aan wat zich daar heeft afgespeeld? Er is in Trawniki niets te zien. Maar verhalen zijn er wel.
Kaddisj in Sobibor
Het Kaddisj is geen gebed voor de doden. Het is veeleer een loflied op het leven. In de liberale traditie wordt het Kaddisj voorafgegaan door een zin in het Nederlands: 'zolang wij leven zullen zij leven'.
Eigenlijk behoor je het Kaddisj te zeggen wanneer er minstens tien Joodse mannen aanwezig zijn. Of, in een wat modernere gedachtegang, tien Joodse volwassenen aanwezig zijn. Maar er zijn vandaag in Sobibor geen tien levende volwassenen. Wel 230.000 doden. Met hen op de achtergrond zijn Noa en ik toch van plan om hier Kaddisj te zeggen voor Rachel en Izak Fransman. Andere woorden zijn hier niet gepast.
Het 'zolang wij leven zullen zij leven' verwoordt precies wat Noa en ik op deze verdoemde plaats doen. De herinnering levend houden - van generatie op generatie. Het is mooi weer vandaag. Maar ook in de zon straalt het landschap rondom Sobibor een waanzinnige droefgeestigheid uit.
Dorre velden, moerassen, duizenden dode berken met hun wortels in het water. Rondom de nog bestaande spoorlijn en het perron staat een enkel houten huis. Ze zijn daar na de oorlog neergezet. We vragen ons af wie hier zou willen wonen.
Ik loop met Noa over de lanen van het kampterrein. De kaart van hoe het er ooit uitzag is in de Münchener rechtszaal zo vaak getoond dat ik die praktisch uit mijn hoofd ken. Ik vertel aan Noa: 'hier was het perron, hier waren de barakken van de SS, hier die van de Trawniki's, dit is de plaats waar...' Ik ga niet verder, ze weet het wel.
Efficiënt
Tegenwoordig zijn er alleen mooi onderhouden paden, Het valt op hoe klein Sobibor eigenlijk is. In nauwelijks een kwartier loop je van voor naar achter. Wat waren die nazi's toch efficiënt. Met zo weinig personeel zo veel mensen vermoorden in slechts anderhalf jaar en op zo’n klein terrein. Het gaat je verstand te boven.
De steen ter herinnering aan mijn ouders ligt al op zijn plaats. Ik pak hem even op en leg hem samen met Noa opnieuw neer. We zeggen ons gebed.




























Ik vertrek op 16februari naar Sobibor THE voor de inlichtingen
Met vriendelijke groeten
Prof. Smalhout in de Telegraaf van 27-2-2011...
Overlevenden…
Een oudere Joodse man die de Duitse nazikampen had overleefd, bezocht zijn huisarts, een aardige jonge dokter. Nadat de patiënt zijn klachten had verteld, zei de dokter: „Trek uw jasje en bovenkleding maar even uit.” De patiënt bleek een tatoeage op zijn linkeronderarm te hebben. De dokter zag het en vroeg opgewekt: „Zo, bent u zeeman geweest?” „Nee”, zei de patiënt, „dat is een nummer dat in Auschwitz op mijn arm is gezet.”
De jonge dokter keek even moeilijk en zei toen opgelucht: „Oh ja, dat weet ik. In Duitsland, nietwaar?” „Nee dokter, in Polen”, zei de patiënt. „Ach ja, dat is waar ook”, zei de huisarts terwijl hij zijn stethoscoop pakte. „Nou”, vervolgde hij, „dan zult u daar wel het een en ander hebben gezien dat misschien niet zo leuk is!” Zwijgend stond de patiënt op, trok zijn hemd en jasje weer aan en vertrok zonder een woord te zeggen. De jonge arts was er onthutst van. „Begrijp je dat nou?” zei hij tegen een collega. „Ik was zo vriendelijk tegen hem en dan loopt hij zomaar weg!”
Dat kleine drama op het gebied van de hedendaagse historie is geen uitzondering. Het is gebleken dat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog bij velen snel is verdwenen. Reeds in 1993 bleek uit een enquête van het weekblad Nieuwe Revu dat een op de drie ondervraagden toen al de betekenis van de vierde mei niet kende, dat 68 procent niet eens bij benadering wist hoeveel Joden door de Duitse nazi’s zijn vermoord en 40 procent kon zelfs niet één voormalig concentratiekamp bij naam noemen.
Ex-voetballer
De schrijver Jean Thomassen ergerde zich aan het veelal complete gebrek aan historisch besef bij vele Nederlanders, vooral bij jongeren en scholieren. Zo hoorde hij dat Heinrich Himmler, destijds hoofd van Hitlers SS en een der grootste oorlogsmisdadigers, bij jongeren werd ingeschat als een ex-voetballer of een popmusicus. Ook was het hem opgevallen dat vele goed ontwikkelde en historisch geïnteresseerde volwassenen veel belangrijke feiten gewoon niet wisten. Zo denkt iedereen dat er ruim zes miljoen Joden zijn vergast, voornamelijk in Auschwitz. Maar dat is helemaal niet zo. Er zijn hooguit ruim vier miljoen mensen vergast, en niet alleen in Auschwitz. Bijna twee miljoen zijn gewoon vermoord in de buitenlucht, in bossen en in natuurgebieden, op gruwelijke wijze via massa-executies. Er is van die slachtoffers geen nauwkeurige boekhouding bijgehouden. Miljoenen naamlozen zijn vermoord in Polen, Rusland en de Baltische staten.
Thomassen heeft er een boek over geschreven. De titel luidt: ’Kanttekeningen bij de Holocaust’ (uitgeverij Aspekt 2011 ISBN-13:978-90-5911-696-2. 380 pagina’s). Jean Thomassen heeft kans gezien een grote hoeveelheid documentatie, inclusief zeldzaam fotomateriaal, op een uiterst gemakkelijk leesbare wijze samen te vatten. In de vaktaal heet dat ’narratieve’ of ’verhalende’ geschiedschrijving. Vermoedelijk zullen sommige hooggekwalificeerde historici dat bedenkelijk vinden. Want er staan zinnen in die men anders in officiële geschiedenisboeken nooit tegenkomt. Bijvoorbeeld over het antisemitisme: ’In het oude Rome bestonden er nog geen islamieten en Mohammed en Allah moesten nog worden uitgevonden. Het was alles Christus wat de klok sloeg…’
Maar dit is wél de taal die door vele nietacademisch geschoolden en jongeren goed gelezen kan worden. En dat is een grote verdienste, ook al omdat het boek zeer systematisch is opgezet en voorzien van een overzichtelijk register. Thomassen heeft ook oog gehad voor het individuele lijden van de slachtoffers. Zoals zijn beschrijving van de meest gruwelijke moordpartij op Joden en zigeuners van de Oekraïens-Russische stad Kiev in 1941. Daar werden ongeveer 100.000 mensen met geweren en machinepistolen afgemaakt in een bergkloof met de naam Babi Yar. De moordpartij duurde dagen. De slachtoffers moesten op de rand van een reusachtig massagraf knielen of staan. Ze werden van achteren neergeschoten en vielen dan voorover in de groeve, die zich vulde met lijken. Lang niet iedereen was meteen dood. Nog urenlang kon men het huilen en kreunen van de stervenden horen.
Bewusteloos
Thomassen vermeldt het verslag van twee vrouwen die zoiets overleefden. Een ervan was een destijds jonge moeder genaamd Rivka Josselevska uit het Oekraïense dorp Zagrodski. Rivka werd met haar dochtertje door de Duitse SS Einsatzgruppen opgejaagd tot aan de rand van een al gedolven massagraf. Haar kindje werd voor haar ogen door een SS’er afgeslacht. De volgende schoten troffen Rivka. Ze was bewusteloos en ernstig gewond, maar niet direct dodelijk. Toen ze bijkwam, lag ze onder een stapel lijken tussen zwaargewonde kleine kinderen die wanhopig om hun ouders riepen en stikten in hun bloed. Zijzelf heeft urenlang de naam van haar neergeschoten dochtertje geroepen: „Merkele, Merkele, Merkele…” Ze kreeg nooit antwoord. In de nacht na de executie werd zij gered door voorbijkomende schaapherders en een boer.
Er zijn ruim anderhalf miljoen van dit soort drama’s gebeurd. Ze zijn zelfs niet eens in de meestal nauwkeurige dodenadministratie van de nazi’s terechtgekomen. Maar het is van het allergrootste belang dat de omvangrijkste massamoord aller tijden nooit uit het collectieve geheugen van de mensheid zal verdwijnen. Het onderwijs is daarvoor als eerste verantwoordelijk. Het probleem is echter dat júíst dat onderwijs al meer dan veertig jaar lang geleden heeft onder onverantwoorde progressieve experimenten. Het vak geschiedenis is verwaarloosd. Daarbij komt thans nog het probleem dat het grootste deel van onze moslimimmigranten niets wil horen van het begrip Holocaust. Leraren durven er vaak niet eens over te beginnen.
Uit het oogpunt van geestelijke volksgezondheid zou het boek van Jean Thomassen verplichte schoolliteratuur moeten worden. En wellicht in een simpele uitgave ten behoeve van de inburgeringscursussen. Misschien kan daar Gretta Duisenberg optreden als voorleesmoeder. Wie weet, helpt het…
Beste Rob,
Niemand wist en niemand zag waar het afspelde, Kom op!
Maar jij weet het beter en zo weten de mensen die het mee hebben gemaakt.
Je doet een heilige tocht met lieve Noa.
Respect!
Judith
Hi Rob,
Goed dat je er geweest bent, samen met Noa.
Een vleugje humor (“Beter dan 68 jaar geleden”) maakt de tekst extra indrukwekkend.
De foto van de steen met de namen van Rachel en Izak maakt mij emotioneel. Ik had dat niet verwacht. Fijn dat hij daar is.
Erik.
Mijnheer Fransman :
Indrukwekkend uw tekst. Veel vertrouwen en geloof in de toekomst wens ik u. De reactie van de burgemeester van Trawniki : ongelooflijk. Met interesse en waardering las ik uw verslagen van de rechtszitting.
Mijndert JAPE
Nieuwe reactie inzenden