Delen van kennis, duurzame hulp
De Nederlandse regering realiseerde zich na de Tweede Wereldoorlog al snel dat hulp aan ontwikkelingslanden duurzaam moest zijn.
In de jaren vijftig en zestig ontstonden in Nederland tal van opleidingsinstituten die mensen uit ontwikkelingslanden de kans gaven om op een hoog niveau kennis op te doen. Kennis die vaak typisch Nederlands is.
In deze serie aandacht voor ontwikkelingssamenwerking met opleidingsinstituten in Nederland.
Kijk voor informatie over beurzen voor een opleiding aan een van de instituten op www.nuffic.nl.
Door politieke druk en onvoldoende kennis is het niet eenvoudig voor journalisten in ontwikkelingslanden om hun publiek te informeren. Het Hilversumse Radio Nederland Training Centre (RNTC) biedt sinds 1968 radio- en televisiemensen uit ontwikkelingslanden cursussen aan op het gebied van media en hoe zij kunnen omgaan met de beperkte omgeving waarin zij werken.
“Het idee ontstond in de jaren zestig toen er tal van andere instituten voor internationaal onderwijs opgericht werden. We wilden naast de technische beroepen, zoals waterbeheer of landbouw, ook iets doen met radio en televisie”, vertelt general manager van RNTC, Lem van Eupen, over het ontstaan van het instituut. RNTC is opgericht door de Wereldomroep, Philips en het ministerie van Buitenlandse Zaken en is gevestigd bij de Wereldomroep in Hilversum.
Opleiden
Door mensen op te leiden probeert RNTC de informatievoorziening in ontwikkelingslanden te verbeteren. “We proberen ervoor te zorgen dat samenlevingen beter geïnformeerd zijn, mensen hun stem kunnen laten horen en gedachten en ideeën kunnen uitwisselen.”
Het RNTC leidt voornamelijk mensen op uit Sub-Sahara Afrika en Azië. Elk jaar komen er tussen de 50 en 80 cursisten naar Hilversum voor een cursus van 2, 6, of 12 weken. Daarnaast leidt RNTC jaarlijks enkele honderden mensen op door cursussen op locatie te geven. De meeste cursisten werken voor radio of televisie in hun land van herkomst waar het vaak ontbreekt aan mogelijkheden voor bijscholing. De cursisten hebben het vak in de praktijk geleerd of ze hebben een academische opleiding met weinig tot geen praktische elementen.
Aandachtsgebied
Het opleidingscentrum begon daarom in 1968 met het geven van basiscursussen op het gebied van radio en televisie. “Omdat de journalistiek een erg praktisch beroep is, zijn onze opleidingen ook zo ingericht. Onze filosofie is learning by doing. Door te doen, leer je veel meer dan wanneer je in de collegebanken zit. We bieden daarom ook nog steeds geen academische opleidingen.”
Wel is de aandacht steeds meer verschoven van vaardigheden naar de rol die media spelen in een samenleving. “We hebben bijvoorbeeld een cursus nieuws & achtergronden. Hier hangen we elk jaar een ander thema aan. Denk aan migration, social coherence of good governance. Op deze manier probeert RNTC een extra dimensie toe te voegen aan de opleidingen."
RNTC vindt het belangrijk om vooral te doen waar mensen om vragen. “Wij verzinnen niet waar het over gaat. Dit doen universiteiten of media-organisaties die iets willen.” Het instituut probeert aan te sluiten op de situatie waarin de cursist zijn of haar werk moet doen, legt Van Eupen uit. Deze is lang niet overal hetzelfde en is continu in verandering.
Technische mogelijkheden
“Je kunt tegenwoordig bijvoorbeeld vrij eenvoudig een radiostation opzetten”, vertelt Van Eupen over de mogelijkheden die de digitalisering heeft gebracht. “Daar heb je alleen een laptop en een kleine zendmast voor nodig. Zo zie je allerlei kleine community stations ontstaan. Vroeger was dit wel anders.”
“Je ziet ook in voornamelijk Afrika en Azië dat mobiele telefonie heel erg in opkomst is. Maar wat veel mensen zich niet realiseren, is dat mensen in Afrika voornamelijk bellen en sms'en omdat mobiel internet veel te duur is. In Nederland zijn we gewend dat we overal kunnen internetten, in ontwikkelingslanden gaan mensen naar een internetcafé.”
Ontwikkelingen
“Ook wordt de wetgeving in ontwikkelingslanden steeds liberaler”, vertelt Van Eupen. “Voorheen waren er in veel landen alleen staatsomroepen. Tegenwoordig zie je dat deze steeds vaker worden omgevormd tot publieke omroepen en er zijn steeds meer mogelijkheden om commerciële stations op te richten.”
“Daarentegen neemt de druk op de media wel toe. Kijk maar eens naar de persvrijheidindex van Reporters Without Borders, daar word je niet vrolijk van”, licht Van Eupen toe. “Voor journalisten wordt het steeds moeilijker om hun werk te doen.”
Boodschap
“Censuur is in veel landen aan de orde van de dag”, vertelt Van Eupen. “Dit proberen we altijd aan te sturen vanuit de realiteit. We kunnen wel zeggen dat je kritisch moet zijn op je regering, maar als je vervolgens wordt opgepakt, heeft dat geen zin natuurlijk. We kijken hoe cursisten om kunnen gaan met hun beperkte omgeving.”
“Zo hadden we een cursist uit Afrika en een cursist uit Azië die met hetzelfde probleem zaten”. In beide landen werd in de parelvisserij veel gebruik gemaakt van kinderarbeid – iets waarover moeilijk te berichten was gezien de financiële belangen. “Toen hebben beide studenten een reportage gemaakt en die van de ander uitgezonden. Op deze manier werd het probleem wel aangekaart, zonder in de problemen te komen met lokale belanghebbenden.”
Dit zijn methoden die RNTC meegeeft zodat cursisten een boodschap kunnen overbrengen zonder al te veel risico te lopen. “Wij zeggen altijd: stap niet ondoordacht te ver het mijnenveld in. Neem kleine stapjes en neem vooral slimme stapjes.”
Website RNTC
Bekijk het YouTube kanaal van RNTC
















Nieuwe reactie inzenden