Met de miljoenenbezuinigingen op kunst en cultuur voor de deur, moeten musea, orkesten en dansgroepen op zoek naar andere manieren om aan geld te komen. Rijke expats en emigranten bieden uitkomst.
Vooral in Londen en New York staan expats en emigranten in de rij om Nederlandse culturele instellingen financieel te steunen. Zo'n instelling is bijvoorbeeld het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het museum heeft voor zijn vermogende donateurs zelfs een aparte club opgericht, het Compagnie Fonds.
Het fonds is geïnspireerd op de Verenigde Oostindische Compagnie, legt museumdirecteur Willem Bijleveld uit. 'De VOC werd vroeger bestuurd door 17 heren. Wij hebben nu 17 dames en heren gevraagd om mensen om zich heen te verzamelen die allemaal het Scheepvaartmuseum steunen.'
Eigen clubroom
Het Compagnie Fonds telt bijna 300 donateurs, die jaarlijks meer dan 4 miljoen euro in het laatje brengen. 'In New York gaat het om mensen die zijn geëmigreerd, maar toch een band met hun land van herkomst willen houden', zegt Bijleveld. Uit Londen kwam het idee van een 'clubroom' voor vrienden van het museum.
'Dat is de kamer geworden waar Michiel de Ruyter vroeger heeft gewerkt, dus prachtig in stijl. Zij kunnen er gratis gebruik van maken als ze eens een dagje in Amsterdam zijn.' In Amerikaanse musea bestaan zulke kamers voor vrienden van het museum al langer, zegt de directeur. 'Dat gaan wij dus ook doen.'
Internationaal aanzien
Een ander voorbeeld van de vrijgevigheid van Nederlanders in het buitenland is de Dutch Masters Foundation. Die is opgericht door het Mauritshuis, het Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Concertgebouworkest. Één van de donateurs is de in Londen woonachtige zakenman Steven Kaempfer.
'Wij hebben toch een sterke binding met ons land', zegt Kaempfer. Hij is al 42 jaar weg, maar vindt het belangrijk om de Nederlandse kunst en cultuur te steunen. 'Het spreekt ons aan om dan instanties te steunen die op zeer hoog niveau werken en die ook internationaal in hoog aanzien staan.'
Topinstrumenten
Kaempfer wil dat met name jonge musici, dansers en beeldend kunstenaars worden ondersteund. Het Concertgebouworkest geeft het geld vooral uit aan topinstrumenten. Want, zegt Wouter Steijn van het orkest, voor jonge talenten is zo'n instrument anders niet meer te betalen.
'Van de 120 musici in het orkest, speelt inmiddels de helft op een topinstrument. En dan heb ik het ook echt over eeuwenoude Italiaanse strijkinstrumenten en de nieuwste koperinstrumenten. Dat we die instrumenten kunnen kopen, is dankzij particuliere donaties.'
Anonieme gevers
In de VS zijn zulke donaties heel normaal. Daar schreeuwen mensen het ook het liefst van de daken. In Nederland blijven de gulle gevers liever anoniem. Maar als het aan het Concertgebouworkest ligt verandert dat. Want juist door donateurs in de spotlights te zetten, trek je potentiële schenkers over de streep.
















Nieuwe reactie inzenden