De hoogste drempel is weg: migranten die bij hun partner of gezin in Nederland willen wonen, hoeven niet eerst in eigen land een inburgeringsexamen te doen. Geen talentoets of lastige vragen over de Nederlandse samenleving. Dat heeft de Amsterdamse rechtbank bepaald in een zaak die een Marokkaanse vrouw had aangespannen tegen de Nederlandse staat.
De uitspraak schept een precedent voor duizenden immigranten, onder wie veel Turken en Marokkanen, die jaarlijks een voorlopige verblijfsvergunning aanvragen op basis van gezinshereniging of gezinsvorming. Ook Nederlanders met een partner in Afrika, Azië of Latijns-Amerika kunnen hun geliefde naar Nederland halen zonder dat een inburgeringsexamen in het land van herkomst nodig zal zijn.
Volgens de rechtbank van Amsterdam staat het inburgeringsexamen voor vreemdelingen die zich bij hun partner of gezin in Nederland willen voegen wel in de Wet Inburgering Buitenland, maar niet in het Vreemdelingenbesluit.
'De rechtbank stelt dat er geen wettelijke basis is om het inburgeringsexamen verplicht te stellen voordat iemand naar Nederland komt,' vat de Utrechtse advocaat Leo Louwerse, die de Marokkaanse vrouw vertegenwoordigt, de uitspraak samen. De verwachting is dat de Marokkaanse vrouw, die analfabeet is, binnenkort naar Nederland komt.
Verdonk
Advocaat Leo Louwerse vindt dat een inburgeringsexamen in het land van herkomst een verkeerd instrument is. 'Het is een drempel die is ingevoerd als immigratiebeperkende maatregel. Aanvankelijk nam het aantal immigranten als gevolg van het inburgeringsexamen af, maar nu zie je dat de aantallen weer op het oude niveau zijn, althans als het om gezinsvorming of -hereniging gaat.'
Het Nederlandse beleid om importbruiden uit Marokko en Turkije tegen te gaan, komt uit de koker van de vorige minister voor Integratie, Rita Verdonk. Maar de regels treffen ook veel autochtone Nederlanders die hun geliefde uit bijvoorbeeld Afrika of Azië niet naar Nederland kunnen halen, omdat de talentest een te grote drempel opwerpt. De uitspraak van de rechter in Amsterdam maakt daar nu een einde aan.
Andere voorwaarden voor buitenlanders die zich met hun gezin willen herenigen of een gezin willen vormen, blijven van kracht. Zo moeten ze een vaste baan hebben en in elk geval 120 procent van het minimumloon verdienen. Ook deze eis vormt een belangrijke drempel voor gemengde paren die zich in Nederland willen vestigen.
Discriminatie
De inburgeringstoets is vooral voor lager opgeleiden in ontwikkelingslanden een niet te nemen hindernis. 'Velen zijn niet gewend zelf te studeren, er zijn geen faciliteiten ter plaatse en het is praktisch onmogelijk je op de test voor te bereiden,' zegt Wanda Pelt, oud-bestuurslid van de Stichting Buitenlandse Partner.
Inwoners van rijkere landen zijn al langere tijd vrijgesteld van het inburgeringsexamen in het buitenland. Het gaat om de lidstaten van de Europese Unie, de VS, Canada, Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemt dat onderscheid 'discriminatie' en vindt dat de examens ook om die reden moeten worden verboden.
Europees Gerechtshof
Het ministerie van Justitie is niet blij met de uitspraak en overweegt hoger beroep. Dat moet dan binnen vier weken gebeuren. In dat geval wordt de uitspraak van de Amsterdamse rechter opgeschort en gaan de inburgeringsexamens voorlopig door.
Buitenlanders die zich bij hun gezin willen voegen, kunnen het beste snel reageren. Het ziet ernaar uit dat het Inburgeringsexamen Buitenland in elk geval voor korte tijd van de baan is, maar dat kan veranderen. Omdat volgens de rechter een juridische grondslag voor het inburgeringsexamen ontbreekt, kan de Tweede Kamer ervoor kiezen die juridische fout te herstellen, waardoor het examen toch weer terug kan komen.
Advocaat Louwerse laat zich niet zo gemakkelijk uit het veld slaan. 'De huidige regeling heeft veel haken en ogen. Als de staat in beroep gaat, ben ik bereid de zaak voor het Europees Gerechtshof te brengen, als mijn cliënt dat wil."


















Helaas heeft deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State geen stand gehouden.
Die uitspraak van 2 december 2008 staat hier: www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BG6209
Nieuwe reactie inzenden