Polen heeft een afvalprobleem. Warschau hangt een Europese boete van 100 miljoen euro boven het hoofd, omdat er nog nauwelijks iets is verbeterd aan de verwerking van huisafval. Het Nederlandse bedrijf Van Gansewinkel ondervindt de problemen aan den lijve, maar ziet ook kansen als Polen gedwongen wordt werk te maken van de afvalscheiding.
"Als je kijkt naar de laatste tien, twaalf jaar die Van Gansewinkel hier is, is alles vrij constant", zegt Ilja van Veen, directeur van Van Gansewinkel in de Zuid-Poolse stad Krakau. Dat klinkt positief, maar is het niet. Sinds Polen in mei 2004 met zeven andere voormalige oostbloklanden toetrad tot de Europese Unie, had er veel moeten veranderen in de afvalwereld. "We doen nog altijd hetzelfde als tien jaar geleden", zegt Van Veen. "Bakjes neerzetten bij de klant, die ophalen en vervolgens transporteren naar de stort."
Hergebruik
Ruim negentig procent van het huishoudelijk afval in Polen belandt op de vuilnisbelt. Dat is vijftien procent meer dan is toegestaan, want bij de toetreding tot de EU beloofde Polen dat in 2010 nog 75 procent van het afval naar de stort gaat. De achterstand kan het land op een boete van 100 miljoen euro komen te staan. En dat is nog maar het begin. Het percentage ongesorteerde stort moet worden teruggebracht tot de helft en uiteindelijk tot een kwart. De rest van het afval moet worden hergebruikt, gecomposteerd of verbrand.
Ook Van Gansewinkel scheidt maar mondjesmaat, omdat het niet loont. Op de vuiloverslag achter het kantoor waar Van Veen zetelt, wordt net een wagen gelost. Een man duwt het afval uit de wagen, een ander haalt er met de hand wat glas en blikjes uit. "Als we tijd hebben tussendoor, zoals nu, dan scheiden we het een beetje: glas, metaal en hout", zegt een werknemer. Glas en metaal worden verkocht en leveren toch weer een paar tientjes per ton op. "Het hout mogen we meenemen naar huis, om mee te stoken", legt de medewerker uit. "De prijs is te laag om het te verkopen."
'Papa-en-mama-bedrijfjes'
De lage grondstofprijzen wereldwijd zijn slechts een reden waarom de afvalscheiding in Polen spaak loopt. De belangrijkste reden is het gebrek aan politieke maatregelen. De markt is extreem liberaal en anarchistisch. "Hier in Krakau hebben we ongeveer vijftig vuilnisbedrijven en -bedrijfjes", zegt Van Veen. Iedere burger wordt geacht zelf een contract te sluiten met een van deze vijftig. "Bij mij in de straat rijden zeker vier verschillende vuilnisdiensten rond. Je kunt nagaan wat dat aan vervuiling en overlast oplevert."
Sommige mensen willen echter niet betalen voor hun afval. "Ze gooien het bij iemand anders in de container, of dumpen het in het bos." Dat hoef je overigens niet zelf te doen. Veel afval 'verdwijnt'. Kleine bedrijfjes - in het jargon 'papa-en-mama-bedrijfjes' genoemd - kiezen de goedkoopste manier om van het vuil af te komen. "Er zijn van die bedrijfjes die het afval gewoon illegaal in het bos gooien of ergens langs de rivier. Gemeentes zijn er niet echt in geïnteresseerd wat er met het afval gebeurt."
Nederlandse biobakken
Milieuorganisaties klagen steen en been en bij sommige Polen vinden ze gehoor. In een wijkje ten zuiden van Warschau, waar ook veel buitenlanders wonen, staan oude Nederlandse biobakken in slagorde opgesteld: glas, metaal en zelfs plastic. "Er komt dadelijk een vrachtautootje langs met daarop een bak waar alles in wordt gegooid, samen met het restafval", zegt Maarten Smit, een Nederlandse bewoner van de wijk. "Deze bakken geven de mensen misschien een goed gevoel, maar de werkelijkheid is wat anders."
Een paar jaar geleden verhoogde de Poolse overheid de stortbelasting in de hoop daarmee afvalscheiding aan te moedigen. Het tegendeel gebeurde. Vuilnisbedrijven wentelden de kosten af op de klant en werden extra aangemoedigd de rommel illegaal te dumpen. Volgens Van Veen is de enige oplossing een afvalstoffenheffing, zoals die ook in Nederland en andere EU-landen bestaat. Buurland Tsjechië, ook een nieuwkomer in de EU waar Van Gansewinkel actief is, koos ruim tien jaar geleden al voor deze oplossing.
Kansen
"De burger betaalt jaarlijks aan de stad en de stad voert het afvalstoffenbeleid verder uit. Je betaalt dan sowieso, dus heeft het geen zin om je spul bij de buren in de bak te gooien of in de natuur", zegt Van Veen. Voor Van Gansewinkel zou dat bovendien nieuwe kansen bieden. Lokale overheden zouden zo gedwongen worden per wijk bedrijven aan te wijzen voor de afvalverzorging. De markt zou worden opgeschut en daarbij gooien de best georganiseerde ondernemingen de hoogste ogen.











Nieuwe reactie inzenden