Radio Netherlands Worldwide

SSO Login

meer inlog mogelijkheden:

Close
  • Facebook
  • Flickr
  • Twitter
  • Google
  • LinkedIn
Home
Zondag 27 mei | Wereldomroep.nl is de website voor Nederlandstaligen in het buitenland, expats en emigranten.
Rob Fransman
afbeelding van Rob Fransman
Map
Hilversum, Nederland
Hilversum, Nederland

Ook Rob Fransman klaagt Demjanjuk aan

Gepubliceerd op : 23 november 2009 - 10:56 am | door Rob Fransman (Foto: RNW)
Lees meer over:

Demjanjuk proces

John Demjanjuk

Op 30 november 2009 begon in München het proces tegen John Demjanjuk (90). Hij zou tijdens de Tweede Wereldoorlog bewaker zijn geweest in het vernietigingskamp Sobibor.

Demjanjuk werd ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan de dood van bijna 30.000 Nederlandse joden die daarheen gedeporteerd werden vanuit het concentratiekamp Westerbork. In totaal werden 170.000 joden vermoord in Sobibor.

In Sobibor werden ook de ouders van Rob Fransman vermoord. Samen met 19 andere Nederlandse nabestaanden was Fransman Nebenkläger, of mede-aanklager bij het proces tegen Demjanjuk.

Voor de Wereldomroep hield hij een persoonlijk dagboek bij over het verloop van het proces in München. In mei 2011 werd Demjanjuk veroordeeld, maar hij mocht zijn hoger beroep in vrijheid afwachten. Demjanjuk overleed in maart 2012.

Rob Fransmans weblog:
www.robfransman.nl

Rob Fransman is Nebenklaeger in het proces tegen de van oorlogsmisdaden verdachte John Demjanjuk. Begin december is hij bij het proces in München. Voor de Wereldomroep schrijft Rob Fransman een aantal weblog-bijdragen.
 

Ik ben op 14 juni 1940 in Den Haag geboren. Mijn hele familie komt uit Amsterdams maar toen in het midden van de jaren '30 mijn vader een baan werd aangeboden als bedrijfsleider van de Haagse Bijenkorf verhuisde de familie naar een mooi huis in Scheveningen. Ons gezin had twee dienstmeisjes. In de vooroorlogse jaren was dat voor een typisch middenstandsgezin niet ongewoon.
 
Over hoe ons gezin de eerste oorlogsjaren doorkwam weet ik niets. Toen in 1943 de omstandigheden levensgevaarlijk werden, besloten mijn ouders onder te duiken. Om dat als volledig gezin te doen was onmogelijk en daarom werden we opgesplitst. Mijn broer kwam op een adres in Den Haag terecht en is daar tot het einde van de oorlog gebleven. Tot op de dag van vandaag wil hij over die tijd liever niet spreken, daarom vraag ik hem zelden iets.

Verraad
Ons jongste dienstmeisje heette Pietronella (Pietje) Mol.  Zij nam mij mee naar het huis van haar ouders in Zwijndrecht. De orthodox christelijke familie woonde in een klein huis op de dijk langs de rivier. Mijn ouders vonden een paar huizen verder in dezelfde straat een onderduikadres. Lang heeft het niet mogen duren, er was verraad. Een foute neef van de onderduikfamilie verried de onderduikers aan de Nederlandse politie die mijn ouders onmiddellijk arresteerden. Vervolgens zijn ze doorgestuurd naar de strafbarak in Westerbork en vandaar werden ze met de eerstvolgende trein  naar Sobibor gestuurd. De afloop is bekend.
 
Mijn redder Pietje was in staat mij, voordat zij werd gearresteerd,  te laten verdwijnen. Ze gaf mij mee aan iemand van een ondergrondse organisatie, dat is alles wat ik weet. [1]  Er is mij na de oorlog verteld dat ik op wel vijftien verschillende adressen ondergedoken ben geweest. Ik weet alleen dat mijn laatste onderduikadres een witte boerderij in Voorthuizen was. Ook herinner ik me vaag een fietstocht in de sneeuw op een smalle weg met een eindeloze bomenrij. Ik zit achterop, heb een warm jasje aan en houd me stevig vast aan een vrouw met een enorme kont. Ergens heb ik me onder de vloer moeten verstoppen en werd me gezegd dat ik heel stil moest zijn. Dat herinner ik me nog levendig. Toen de oorlog was afgelopen was ik bijna vijf jaar. [2]
 
Weeshuis
Een paar maanden later werd ik op mijn laatste onderduikadres afgehaald door mijn oom en tante die de oorlog hadden overleefd. Bij hen kwam ik in huis. Het was geen gelukkige tijd en het ging daar niet zo goed met me. Ik was een getraumatiseerd en verlegen kind en had ongecontroleerde woede-uitbarstingen. De verhouding met mijn oom en tante was ronduit slecht en in 1952 besloot de joodse welzijnsorganisatie Le Ezrat Ha Jeled dat het voor mij beter was wanneer ik uit huis werd geplaatst. Ik kwam in de Bergstichting terecht, voor de oorlog een tehuis voor moeilijk opvoedbare joodse kinderen. Na de oorlog was het uiteraard een weeshuis.

Ik kon het als 12-jarige niet anders zien dan dat ik daar voor straf naar toe ben gestuurd. Het resultaat was dat ik weigerde op school ook maar iets uit te voeren. Ik doubleerde de eerste en de tweede klas van de Mulo. Er werd besloten dat ik maar een vak moest leren maar ook dat weigerde ik pertinent. Uiteindelijk kreeg ik een baantje in een schilderslinnenfabriek waar ik behoorlijk zwaar lichamelijk werk deed. Ik was toen 15 jaar. Later ging ik werken bij een groothandel in woningtextiel maar bleef wonen in de Bergstichting. Zes nare jaren bleef ik daar, precies op de dag dat ik 18 werd zocht ik een kamer in Amsterdam. De dienstplicht kwam als geroepen, ik had toch niets beters te doen. Na 21 maanden diensttijd kwam ik weer terug in Amsterdam, huurde een kamer en vond een slecht betaalde baan.
 
Recht als plicht
Een paar jaar later ontmoette ik mijn toekomstige vrouw. Zij had samen met haar ouders het concentratiekamp Bergen Belsen overleefd. We trouwden snel, ik was 24, mijn vrouw één jaar jonger. Dat we zo onze problemen hadden zal duidelijk zijn. Toch waren we over de jaren heen in staat om ons leven op de rails te krijgen. Vandaag de dag zijn we de ouders van drie volwassen, maatschappelijk zeer geslaagde, kinderen en zijn we de trotse grootouders van vijf kleinkinderen. Iedere dag weer prijzen we ons gelukkig dat we ondanks onze slechte start er toch in zijn geslaagd om een stabiel gezin op te bouwen en dat mijn vrouw en ik aan de basis stonden van de gelukkige familie die we nu zijn.
 
Mijn motivatie om Nebenklaeger te zijn in het Demjanjuk-proces is eenvoudig. De moordfabriek heeft gefunctioneerd van midden 1942 tot en met november 1943. In pakweg 18 maanden waren 20 SS-ers geholpen door ongeveer 200 Trawniki Wachmänner in staat minstens 170.000 mensen de dood in te jagen. Ik maakte de huiveringwekkende som dat in Sobibor iedere "werker" 540 mensen per dag vermoordde. Juist het feit dat er relatief met zo weinig mensen is gemoord maakt de kans dat Demjanjuk oog in oog heeft gestaan met mijn vader en moeder, hen uit de trein heeft gesleurd, hen met een zweep over het perron heeft gejaagd, hen in de gaskamer heeft geslagen en uiteindelijk de dieselmotor heeft gestart waaruit het dodelijke gas kwam, niet denkbeeldig. Daarom wil ik Nebenklaeger zijn. Ik maak aanspraak op dat recht en ik zie het als plicht.
_______________________________________
 

[1] Van de hele gang van zaken wist ik niets totdat de zoon van Pietje Mol in 1987 contact met mij opnam. Zijn ouders gingen naar een bejaardentehuis en bij het opruimen van het oude huis (nog steeds op de dijk) kwamen herinneringen boven. Pietje wilde me graag eens spreken. We ontmoetten elkaar een paar keer en ze maakte kennis met onze kinderen. Bij een van onze laatste ontmoetingen gaf ze me een paar foto’s uit die tijd en ook nog een paar dingen die mijn vader haar in bewaring had gegeven. Het liet bij mij gemengde gevoelens achter. Waarom had ze meer dan veertig jaar gewacht om me die spullen te geven? Desondanks bleven we ook daarna elkaar af en toe zien maar het contact verwaterde toch. Door Pietje ben ik te weten gekomen wat zich in het voorjaar van 1943 in Zwijndrecht afspeelde. Pietje is een jaar of vijftien geleden gestorven.
 
[2] Pietje vertelde dat ze als straf voor het verbergen van een joods kind vier maanden gevangenisstraf had ondergaan in de beruchte gevangenis van Scheveningen en ook nog eens een boete van 400 gulden heeft moeten betalen. 400 gulden was een jaarsalaris in die tijd.

 

Bezoek ook Rob Fransmans weblog

Foto: Park in Zwijndrecht 1943. Op de bordjes aan de ingang van het park staat dat het voor joden verboden is het park te betreden.

  • © www.robfransman.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties en discussie

femke 1 augustus 2011 - 11:59 am / nederland

Geachte heer Fransman. Naar aanleiding van een beeld, dat ik op televisie gezien heb, tijdens/na de uitspraak van het proces, wil ik u het volgende vragen. Mijn moeder heette Esther Fransman. (1916) Een niet veel voorkomende naam en uiteraard ook Joods. Ik heb nooit anders gehoord, dan dat wij geen familie meer hadden. Zou het mogelijk zijn dat dit verkeerde informatie is?
In afwachting van uw mogelijke antwoord, met vriendelijke groet Femke Stevens

user avatar
sittig 1 december 2009 - 11:49 am / België
Rob, Ik heb je verhaal (gisteren al via de lijst van David Lilienthal gekregen) doorgestuurd via de mailing list van LJG Brabant. Voor iedereen de moeite waard om er kennis van te nemen! Ik wens je veel sterkte daar in München. Het moet heel confronterend zijn... Groeten, Ernst (1947)
Anonymous 25 november 2009 - 12:21 pm / Nederland
Een indrukwekkend verhaal! Lees graag meer...

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

VOLG DE WERELDOMROEP OP FACEBOOK

Aanbevolen video's

Toeristen laten Griekenland links liggen
De toeristen industrie in Griekenland heeft het zwaar. Buitenlandse...
Zwervers 'vogelvrij' in Suriname
Een tijdje waren ze het gesprek van de dag door brute moorden op hen, de...
Radio Nederland Wereldomroep © 1947-2012