In heel Nederland hebben paters, broeders en nonnen zich schuldig gemaakt aan seksueel of fysiek geweld, zo blijkt uit detailleerde informatie waar de Wereldomroep over beschikt.
Ons bereiken ook reacties vanuit de Nederlandse Antillen en van emigranten, die in het verleden in Nederlandse katholieke instellingen zeggen te zijn misbruikt.
Vanaf eind februari deden de Wereldomroep en NRC Handelsblad samen een reeks onthullingen over misbruik in het Don Rua klooster in 's-Heerenberg en andere rooms-katholieke instituten. Sindsdien hebben 423 slachtoffers gereageerd op de berichtgeving over misbruik in kerkelijke omgevingen. Daaruit is een eerste inzicht ontstaan in aard en omvang van het misbruik op landelijk niveau.
Verkrachting
Gemeld zijn 89 gevallen van mishandeling, 356 gevallen van seksueel misbruik en 27 gevallen van ernstig seksueel misbruik zoals verkrachting. In een aantal gevallen gaat het om een combinatie van mishandeling en misbruik.
De ordes die het meest genoemd worden zijn: de broeders van Maastricht (48 meldingen),
de fraters van Tilburg (43), de salesianen van Don Bosco (43), de broeders van Liefde (39), de jezuïten (33) en de franciscanen (23). Er zijn opvallend veel meldingen van fysieke mishandeling in bepaalde internaten: pensionaat Eikenburg in Eindhoven, Leo Stichting in Borculo, en de internaten van de fraters van Tilburg (waaronder Huize Ruwenberg in St. Michielsgestel).
Piekperiode
Uit de inventarisatie blijkt dat het misbruik vooral plaatsvond in de jaren zestig (176 meldingen) en vijftig (134). Dat veel minder misbruik uit eerdere jaren wordt gemeld, komt vermoedelijk doordat veel slachtoffers inmiddels overleden zijn.
Na 1960 neemt het aantal meldingen snel af, waarschijnlijk mede omdat veel internaten toen werden gesloten.
Misbruik leidt tot emigratie
Ook meer dan 20 Nederlandse emigranten laten weten slachtoffer te zijn. Tot dusver heeft de Wereldomroep meldingen binnengekregen uit onder meer Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Duitsland (3), Spanje, Sri Lanka, en Oeganda.
Een van de emigranten geeft aan dat hij vanwege het misbruik uit Nederland vertrok. Richard Wolterman uit Australië zat van 1968 tot 1974 op het kleinseminarie en internaat College Hageveld in Heemstede, een instelling die onder het bisdom Haarlem-Amsterdam viel. Wolterman klaagt over "seksueel aanraken en grensoverschrijdend gedrag" door zeker 3 stafleden.
Naar zijn zeggen was hij niet de enige. "Er heerste een cultuur van geheimzinnigheid en angst," zegt Wolterman. "Doordat het misbruik in zo'n geïsoleerde omgeving gebeurt, klap je dicht en raak je afgestompt. Ik kon tot mijn 32e niet zonder angst praten. Weggaan uit Nederland was een manier om ermee om te gaan."
Gerard Weel, destijds leraar Nederlands en Levensbeschouwelijke Oriëntatie (Godsdienstleer) op Hageveld, herkent zich niet in dit beeld. "We probeerden in die periode juist normaler met seksualiteit om te gaan. Geen krampachtigheid of stiekem gedoe. Er was een lekenleraar Frans die verliefd raakte op een van de jongens en die zijn later samen gaan wonen, maar die relatie begon pas toen die jongen 17 of 18 was. Dat was geen geheim."
Heeft u zelf ervaringen met seksueel misbruik in een religieuze context, of kent u gevallen in uw eigen omgeving? Stuur uw reactie naar: Uiteraard gaan wij zorgvuldig met uw reactie om.



















Nieuwe reactie inzenden