Oman is meer dan sjeiks en olie, blijkt uit een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Twee zeevarende naties ontmoeten elkaar.
De hoekstenen van de Omaanse cultuur zijn - net als in Nederland - water en handel. In Amsterdam zijn tot april volgend jaar meer dan 250 voorwerpen te zien uit de rijke geschiedenis van het Arabische land. Ze geven een goed beeld van hoe open Oman altijd heeft gestaan voor de buitenwereld.
"We wilden benadrukken dat Oman twee kanten heeft", zegt gastcurator en expert op het gebied van islamitische kunst Luitgard Mols. "Eén kant is heel erg open, omdat Oman aan zee ligt. Tegelijk is het een zeer traditionele maatschappij. Dat zie je ook aan de voorwerpen die we tentoonstellen."
Import en export
Er zijn vitrines met juwelen, meubels, kleding, aardewerk en archeologische vondsten. Allemaal afkomstig uit Omaanse musea en kunstcollecties, en kenmerkend voor de fijne en bewerkelijke Omaanse stijl. Maar de invloed van de rijke handelsgeschiedenis van het land is evenzeer zichtbaar.
Want niets was zo bepalend voor de ontwikkeling van Oman als het lange stuk kust aan de Arabische Zee. Vanaf het begin leefde de bevolking van het water: ze visten en dreven handel. Schepen en boten speelden net zo'n centrale rol als in Nederland. Vandaar dat de Omaanse autoriteiten voor de verdere ontwikkeling van de belangrijkste haven, Sohar, de hulp hebben ingeschakeld van Rotterdam.
In de Nieuwe Kerk zijn kettingen te zien van lokale schelpen, aan elkaar geregen met kralen uit het verre India. Ook liggen er koperen speerpunten. Koper uit de Omaanse mijnen was een van de belangrijke exporten van het land. Net als dadels, olie en vooral: wierook. Gemaakt van geurige boomhars.
Romeinen en katholieken
Wierook wordt in Oman al sinds 2000 voor Christus gebruikt. Oorspronkelijk om kleding fris te houden, en ook om gasten te laten weten dat het tijd was om te vertrekken zonder dat in zoveel woorden te hoeven zeggen.
Toen kwamen de Romeinen, die de Omaanse wierook importeerden voor hun begrafenisrituelen, en daarna de rooms-katholieke Kerk. Door de grote vraag uit het buitenland werd Zuid-Oman, waar de bomen groeien, enorm rijk. Vandaag de dag is de geurige hars nog steeds overal te vinden.
"Als een man het huis verlaat voor een bijzondere gelegenheid", vertelt curator Luitgard Mols, "laat hij eerst de rook door zijn kleding gaan. En de disjdasja, het traditionele witte kledingstuk, heeft een klein kwastje in de nek dat geparfumeerd moet worden. Wierook en lekker ruiken zijn enorm belangrijk in Oman."
Rembrandt
Nederland en Oman drijven al sinds de 17de eeuw handel. Wat de twee landen bond was de wens om in te spelen op internationale behoeftes, en natuurlijke rijkdommen om te zetten in klinkende munt. Maar ook cultureel werd en wordt er het nodige uitgewisseld.
Zo was er in Oman recent nog een tentoonstelling te zien met etsen van Rembrandt. De opzet daarvan was volgens Mols vergelijkbaar met die van de Oman-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk.
"Hier kunnen bezoekers Omaanse voorwerpen uit de 17de eeuw zien. En zij zagen werk van onze 17de-eeuwse schilder, Rembrandt. Dat vind ik een mooie uitwisseling. Want zo kon de bevolking van Oman iets te weten komen over ons erfgoed, en nu komen wij hopelijk wat meer te weten over dat van hen."
Meer over de tentoonstelling Oman in de Nieuwe Kerk in Amsterdam: www.nieuwekerk.nl
























Nieuwe reactie inzenden