Tot aan de Amerikaanse verkiezingen in november zullen de Republikeinen en Democraten elkaar bestoken met speeches en statements. Presentatiedeskundige Victor Vlam zet de convetiespeeches van de twee presidentskandidaten naast elkaar en concludeert: Barack Obama is een betere debater dan John McCain.
Een goede graadmeter is natuurlijk de conventiespeech, die beiden onlangs hebben gehouden voor eigen publiek. Zo'n drie kwartier lang laten de politici de applausmeters uitslaan in een zorgvuldig geregisseerd verhaal.
Obama in zijn element
Voor debat- en presentatiedeskundige Victor Vlam van het bureau Debatrix wint Obama overduidelijk op punten. McCain het heeft het wel beter gedaan dan verwacht.
"Obama is helemaal in zijn element in dit soort situaties," zegt Vlam. "Hij weet hoe hij het publiek moet bespelen. McCain is bij informele gelegenheden ook een goede spreker, met humor en leuke grapjes. Maar een grote speech is simpelweg niet zijn specialiteit."
"Van McCain weten we dat hij houterig en onnatuurlijk overkomt. Toch hebben de Republikeinse campagneleiders het slim aangepakt. Ze zorgden dat zijn speech vol zat met korte zinnetjes, gevolgd door applausmomenten. Ik heb ze geturfd, het waren er 73. Daardoor viel zijn vreselijk overdreven intonatie niet op."
Lezen van de autocue
Zowel Obama als McCain maakte gebruik van een zogeheten teleprompter, een soort autocue waardoor ze hun speech kunnen aflezen. Obama gaat daar volgens Vlam heel natuurlijk mee om; de meeste mensen weten niet eens dat hij dat apparaat gebruikt. McCain heeft er veel moeite mee maar hij moet hem wel gebruiken want je leert nu eenmaal geen toespraak van dik drie kwartier uit je hoofd.
Volgens de traditie in Amerika zijn de Democraten inhoudelijker bezig en de Republikeinen sterker met het moddergooien. Maar dat op-de-man-spelen liet de 72-jarige senator John McCain dit keer achterwege. Hij schiep wel inhoudelijke contrasten en dat vinden mensen fijn om te horen, meent Vlam. "Dat heet een claptrap, dan gaan mensen ook snel applaudisseren."
Oneliner
Dé oneliner van de Obama-conventiespeech was volgens Vlam de opmerking: "Het is niet dat John McCain nergens om geeft. John McCain begrijpt het niet". Vlam analyseert: "Met het eerste deel van de quote probeert Obama vertrouwen en sympathie voor McCain te winnen. Maar als hij vervolgens zegt dat McCain het niet begrijpt, dan betekent dat ook dat hij de problemen van de Amerikaanse bevolking niet kan oplossen. Heel slim."
Opvallend was dat beide conventiespeeches veranderingen benadrukten. Dat klinkt toch opmerkelijk uit de mond van de ervaren Republikein McCain die al 26 jaar in Washington zit. Vlam: "Juist omdat ik zoveel ervaring heeft, zo redeneert McCain, ben ik in staat om veranderingen teweeg te brengen."
Taalgebruik
Flinke puntenwinst boekte Obama met zijn scherpe taalgebruik. Victor Vlam geeft een voorbeeld: "Ze waren niet in dienst van een Rood Amerika of een Blauw Amerika, ze waren in dienst van de Verenigde Staten van Amerika."
"Een megaclaptrap", jubelt de debatdeskundige, "een drieslag. Hij combineert twee claptraps tot een derde die tot ontzettend veel applaus leidt. En wat doet Obama dan: hij gaat er overheen praten, dan neemt het applaus weer snel af. Maar de mensen hebben nog wel de neiging om te gaan klappen. En dat levert aan het eind van de speech weer een enorme climax op."



















Nieuwe reactie inzenden