Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werkt met softwarebedrijf Microsoft aan een snelwerkend detectiesysteem voor kinderporno. Om een zaak tegen een handelaar rond te krijgen moeten onderzoekers vaak enorme fotobestanden door worstelen. Dat is niet alleen tijdrovend, maar ook geestelijk belastend. Bovendien neemt de hoeveelheid data ieder jaar toe. Het softwareprogramma PhotoDNA moet uiteindelijk zorgen voor bewijsmateriaal in de rechtbank.
Het programma PhotoDNA is in 2009 door Microsoft in samenwerking met het Dartmouth College speciaal ontwikkeld als bijdrage in de strijd tegen kinderporno. Het wordt onder meer gebruikt door zoekmachine Bing, emailprovider Hotmail en sinds een jaar ook door Facebook. Zij vergelijken foto’s die gebruikers uploaden en verspreiden met de database van het Amerikaanse Child Victim Identification Program. De software is gratis, omdat Microsoft hoopt op wereldwijde toepassing.
Unieke code
Een afbeelding wordt omgezet in grijswaarden, met daar overheen een raster van 12 bij 12 vakjes. Elk vakje krijgt een eigen, unieke code, legt onderzoeker Erwin van Eijk van het Nederlands Forensisch Instituut uit. 'Daardoor is een foto ook na digitale bewerkingen te herkennen. Zelfs verkleinde of opgeblazen plaatjes of uitsneden ervan.' PhotoDNA kan razendsnel dezelfde afbeeldingen in verschillende verzamelingen opsporen.
Nog belangrijker: het programma kan voor speurders onbekende foto’s matchen aan een bekende serie. ‘Dat is vooral in de opsporingsfase belangrijk’, zegt Van Eijk. Het bespaart tijd en is van groot belang bij de ontmanteling van pedofiele netwerken. Een serie of een enkele afbeelding zou maker en koper aan elkaar kunnen koppelen.
Snel doorzoeken
Vorig jaar benaderde het NFI Microsoft voor een gezamenlijk onderzoek op de Nederlandse markt, met gebruik van de Nederlandse kinderpornodatabase. Het instituut is de enige overheidsorganisatie ter wereld die PhotoDNA mag gebruiken in combinatie met eigen software die grote hoeveelheden data kan doorzoeken. Dit komt doordat het NFI er vroeg bij was. Het bezwijkt bijna letterlijk onder de informatie die ieder jaar binnenkomt, en de groei lijkt er nog lang niet uit. Mogelijk biedt de Microsoft-software uitkomst.
Wereldwijde standaard
‘Daarnaast is validatie van de methode noodzakelijk. In theorie kan het voorkomen dat in het raster van een foto uit een kinderpornoserie een patroon optreedt dat lijkt op dat van een onschuldige vakantiefoto. Een zogeheten false positive. Van Eijk: ‘We moeten bepalen óf dat inderdaad gebeurt, hoe vaak en onder welke omstandigheden.’
Als dat duidelijk is, kan de methode op termijn voor de rechtbank als bewijs dienen en mogelijk uitgroeien tot wereldwijde standaard in zedenzaken. Volgens Microsoft is de kans op een verkeerde match minimaal, maar die claim moet voor de rechter wel standhouden.
Deprimerende taak
Opsporingsambtenaren als die van het NFI houden de deprimerende taak om kinderporno te bekijken. PhotoDNA is nadrukkelijk geen gezichtsherkenningsprogramma, en kan niet ‘zien’ wat er op een foto staat. Het is daarom niet geschikt om daders en slachtoffers op te sporen.
Erwin van Eijk verwacht de eerste resultaten van de samenwerking nog voor de zomer.













Nieuwe reactie inzenden