Wapperende tenten, wapperende jurken, enorme hitte en stof, veel stof. Dat beeld staat in het geheugen van de Nederlandse Roos Ament gegrift.
In augustus, de maand waarin Europeanen massaal met vakantie gaan, stapte de Nederlandse vroedvrouw in het vliegtuig om een maand te werken in een vluchtelingenkamp op de grens van Ethiopië en Somalië, middenin de woestijn.
'Ethiopië is mijn tweede vaderland. Tussen 1992 en '98 woonde ik er al met mijn gezin. Twee keer per jaar kom ik er nu terug om vroedvrouwen te trainen. Artsen zonder Grenzen vroeg mij of ik een maand in het kamp Dolo Ado wilde werken om de verlosafdeling op te zetten. Mijn kinderen waren met vakantie, dus ik had mijn handen vrij.'
Dolo Ado bestaat uit vier kampen met 120.000 Somalische vluchtelingen. Mensen op de vlucht voor de burgeroorlog en de droogte in hun land. Roos Ament besluit te gaan met als enige eis: een verloskundige tent met een betonnen vloer, want ze wil geen bevallingen uitvoeren op het zand.
Emmer water
Ament: 'Dat is vies. Je hebt allemaal bloed, je hebt nageboortes. Ik wil dat niet steeds in het zand en dan weer een schepje zand erover. Ik wil er gewoon een emmer water doorheen kunnen gooien. Ik had ook gevraagd om een verhoging waar de vrouwen op kunnen hurken en zich ook kunnen wassen na de bevalling, met een afvoerputje. Dat was allemaal keurig voor elkaar. Er werd een tent overheen getrokken en dat was mijn verloskamer.'
Meteen op de eerste dag wordt ze bij een bevalling geroepen door een man in paniek. Ze kan de bevalling nog niet doen in haar eigen verlostent. Wanneer ze de tent van de vrouw binnenloopt, treft ze die aan op de drempel, in het zand. Veel kan ze niet meer doen, want het kindje komt er op dat moment spontaan uit. De kraamvrouw is toch gelukkig met haar komst.
'Die vrouw begon een heel verhaal tegen de vertaler. 'Ik dacht dat ik dood zou gaan’, zei ze. 'Maar toen zij binnenkwam, wist ik dat ik eindelijk veilig was.' En dat betekende natuurlijk veel meer dan alleen maar dat moment van die bevalling. Want als iemand zes weken gelopen heeft, dan weten wij niet wat er allemaal onderweg gebeurd is.'
Weken lopen
Roos Ament vertelt dat vluchtelingen weken onderweg zijn voordat ze in een kamp aankomen. Vaak zijn het vrouwen met kinderen aan hun hand en op hun rug. De mannen zijn achtergebleven om het laatste vee nog te redden. 'De meesten weten niet eens waar ze heen lopen. Ze gaan gewoon achter de stoet aan in de hoop ergens te komen waar ze veilig zijn en voedsel kunnen vinden.'
De groep hulpverleners in kamp Dolo Ado bestaat uit allerlei nationaliteiten; Nederlanders, Canadezen, maar ook Indonesiërs en Chinezen. Ze worden allemaal ingezet door Artsen zonder Grenzen. In een paar weken tijd hebben ze een ziekenhuis en gezondheidszorg uit de woestijn gestampt. Dit alles bij 45 graden en onder het stof. 'Je bent helemaal ingepakt, alleen je ogen zijn nog vrij en die wil je ook het liefst inpakken. Aan het eind van de dag ben je helemaal rood van het stof.'
'Na zeven uur 's avonds mogen we het kamp niet meer af. Dan zijn de wegen niet meer veilig. Toch hebben we onderling veel plezier. Dat sleept je er doorheen. Als het werk erop zit, drinken we met elkaar een biertje, als dat er tenminste is.' Daarna volgen een paar uurtjes slaap in iglotentjes.
Vrees voor patiënten
De Nederlandse vroedvrouw vreest regelmatig voor haar patiënten. Gelukkig overlijden er geen moeders en pasgeborenen als zij er is. Volwassenen en kinderen overlijden wel aan ondervoeding of uitputting. Eén vrouw kunnen de medewerkers ternauwernood redden. Van de elf kinderen heeft ze er drie in leven kunnen houden. De vrouw heeft allerlei aandoeningen.
'Op een dag liep ik door het kamp en toen stond ze voor haar tent. Een hele lange vrouw met een rood met blauw wapperende jurk. Ze stond naar me te zwaaien en iets te roepen. De vertaalster zei: ze roept dat ze beter is. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Die lange vrouw, die wapperende tenten, die dansende jurk en dat ze daar zo heel blij stond te zwaaien.'
Terug in haar woonplaats Castricum heeft Roos Ament moeite om te wennen aan het gewone leven. 'Zo snel mogelijk het normale ritme oppakken werkt bij mij beter dan op de bank zitten.' Tot november zit ze vol met werk in Nederland, maar ze sluit niet uit dat ze daarna weer op pad gaat voor Artsen Zonder Grenzen.
Daarnaast zet ze zich in voor de stichting 'Adopteer een vroedvrouw’. Deze stichting leidt vroedvrouwen in Ethiopië op om na drie jaar zelfstandig aan de slag te gaan op het platteland, 'waar opgeleide vrouwen het hardst nodig zijn.'



















Nieuwe reactie inzenden