Steeds vaker keren Nederlandse militairen terug naar het land waar ze eens tijdens een missie gelegerd waren. Dat kan helpen bij het verwerken van soms heftige ervaringen. Dertig jaar geleden nam Nederland voor het eerst deel aan een grote vredesmissie, in Libanon. Nu reizen de veteranen van toen terug naar het land.
Het is een zonnige herfstdag en Frans Prasing staart naar de ruïne voor hem. Dit was VN post 7-9 waar hij in 1980 op achttienjarige leeftijd een half jaar gelegerd was. "Daar lag de munitie. Vanuit het dorp werd op ons geschoten. De eerste weken keek je daarvan op, daarna werd het meer een soort gewenning," zegt de veteraan uit Amsterdam.
Prasing is voor het eerst terug in Libanon. Samen met zijn vrouw neemt hij deel aan een 8-daagse jubileumreis voor Libanon veteranen. Afgelopen dinsdag werd tijdens een ceremonie herdacht dat Nederland hier dertig jaar geleden troepen heen stuurde. Begin 1979 kreeg het toenmalige kabinet Van Agt van de Verenigde Naties het verzoek om soldaten te leveren voor de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). In totaal gingen tussen 1979 en 1985 zo'n 8600 Nederlandse militairen naar Libanon. Ze waren jong en slecht voorbereid en vormden de eerste grote vredesmissie waar Nederland aan deelnam. Negen van hen kwamen om het leven.
Relativeren
Sommigen in het reisgezelschap hebben vooral goede herinneringen, anderen zijn getraumatiseerd en hopen dat het weerzien zal helpen hun problemen te verwerken. Zo'n tien procent van de UNIFIL'ers lijdt vermoedelijk aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Ook hebben veel van hen last van klachten zoals prikkelbaarheid en herbelevingen.
"Ik wist eigenlijk niet dat er zo'n reis was. Het is prachtig om dit terug te zien. Het was een heftige ervaring, maar ik heb er gelukkig weinig last van gehad. Ik heb het altijd goed kunnen relativeren," zegt Prasing.
In Zuid Libanon maakt Hezbollah tegenwoordig de dienst uit en overal hangen afbeeldingen van 'martelaren' langs de weg. Nog altijd rijden er in dit deel van Libanon VN-patrouilles rond, want de problemen zijn nog steeds niet opgelost.
Omarming
Ze zijn nog maar net uit de bus gestapt als er een auto voorbijrijdt. "Joh, dat is Ali!" roept Peter Wijsman tegen Johan van Dijk. "Houd hem dan snel tegen," roept Van Dijk terug. Maar de auto draait al om en komt teruggesjeesd. Ali springt eruit en de drie mannen vliegen elkaar in de armen.
Bijna dertig jaar nadat Wijsman en van Dijk gelijktijdig in dit dorpje gelegerd waren, staan ze met tranen in de ogen bij hun oude post: 7-12. "Ali was mijn Libanese broer.Het is als met familie die je jarenlang niet gezien hebt," zegt Wijsman later. Na het weerzien met Ali komen de Nederlandse veteranen nog allerlei andere dorpelingen tegen. "Ik had me al tijden afgevraagd of Mohammed nog in leven was. Dat was zo'n strijdlustig type. Maar hij is er nog. Met diezelfde blik in zijn ogen," zegt Wijsman (49). Hij is er helemaal vol van. "Dit hadden we niet durven hopen. Dit is boven iedere verwachting en alles eromheen verdwijnt daarmee naar de achtergrond," zegt hij, zichtbaar geëmotioneerd.
Kippenvel
"Ik krijg kippenvel als ik zie wat zo'n ontmoeting met mensen doet," zegt reisleider en Libanonveteraan Chris van Laarhoven (47) even later. Hij weet als geen ander wat de impact van de Libanonmissie kan zijn. Als ziekenwagenchauffeur maakte hij hier vreselijke dingen mee en na zijn terugkeer uit Libanon ontwikkelde hij een posttraumatisch stressstoornis.
Van Laarhoven raakte zijn werk en zijn gezin kwijt. Vijf jaar geleden ging hij voor het eerst naar Libanon terug. Het was een heftige, maar zeer waardevolle ervaring en hij besloot zich hier te vestigen om veteranenreizen te organiseren. Met zijn Libanese vrouw en hun dochtertje woont hij nu in de Zuidelijke havenstad Tyre. "Het wonen in Libanon doet me goed. Ik voel me hier eigenlijk beter thuis dan in Nederland. De mensen zijn hier collectief getraumatiseerd, dus ze zijn wel wat gewend. Hier kan ik veel beter uit de voeten met mijn PTSS. Iedereen flipt zo nu en dan," zegt hij en lacht.
Bosnië
Hij richtte de stichting 'Weerzien met Libanon' op en begon met het begeleiden van Libanonveteranen die graag een keer terug wilden komen. Dit is de zesde reis, met dertig deelnemers, georganiseerd in samenwerking met een Nederlandse reisorganisatie. De groep reist drie dagen door het gebied waar hij gestationeerd was en vervolgens worden Libanese toeristische trekpleisters bezichtigd. "Dit soort reizen worden steeds vaker aangeboden. Ook zorgaanbieders zeggen steeds vaker: ga maar eens mee met zo'n reis. Nu gaan er ook jongens naar Bosnië," weet Van Laarhoven.
Tweede vaderland
Het Veteraneninstituut stuurt een geestelijk verzorger mee, want er komen tijdens een reis veel emoties los. Van Laarhoven: "Sommige komen als toerist, maar andere hebben écht iets te regelen. Ik zie het bij veel deelnemers. Ze denken in eerste instantie dat het hier nog allemaal klootzakken zijn die overdag lachen en je 's avonds een mes in je rug steken. Maar het is hier echt niet allemaal kommer en kwel. De gastvrijheid is fantastisch. Je wordt overal uitgenodigd voor de thee. Libanon is nu mijn tweede vaderland. Het lijkt alsof het zo heeft moeten zijn."
foto's: Daisy Mohr
Luister naar Ingrid-Anne Broersen in gesprek met Lodie Everts, één van de veteranen die aan deze reis deelnam.
























Nieuwe reactie inzenden