Gewonde Libiërs naar Nederland
Vijftig Libische gewonden komen voor een behandeling naar Nederlandse ziekenhuizen. Het kabinet heeft hiermee ingestemd, op dringend verzoek van de Nationale Overgangsraad in Libië.
Het grote aantal gewonden kan niet in eigen land verpleegd worden, omdat veel ziekenhuizen in de strijd grotendeels verwoest zijn. Ook andere Europese landen als Duitsland, Italië, Spanje en Frankrijk vangen Libische gewonden op. Libië betaalt voor deze zorg in andere landen.
Naar verwachting komen later deze week of begin volgende week de eerste gewonden naar Nederland. Zodra de behandeling is afgelopen, gaan de Libiërs terug naar hun eigen land.
Voorzichtig komen ze weer kijken in Libië, de Nederlandse ondernemers die in dat land actief waren toen in februari de opstand uitbrak. En ook bij andere bedrijven is de belangstelling gewekt voor ondernemen in post-Kadhafi Libië.
Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal hoopt 'binnen afzienbare tijd' een bezoek te brengen aan Libië. Waarschijnlijk wacht Rosenthal eerst op het aantreden van een nieuwe overgangsregering, ongeveer medio november. De bewindsman spreekt er ongetwijfeld over hulp aan de wederopbouw, maar hij zal zeker ook de belangen van het Nederlands bedrijfsleven behartigen.
Naar schatting 30 Nederlandse bedrijven waren begin dit jaar actief in Libië. Daaronder bekende namen als Shell, Damen Shipyards en adviesbureau Royal Haskoning (dat onder meer in Sirte actief was). Volgens Libië-lobbyist Herman Klijnsma beginnen deze bedrijven nu terug te keren of in ieder geval verkenningsmissies uit te voeren.
Simpele huishoudelijke zaken
De burgeroorlog van de afgelopen maanden heeft in steden als Tripoli, Benghazi en Sirte niet alleen veel slachtoffers gemaakt maar ook grote schade aangericht. Herman Klijnsma zegt dat hij heeft begrepen dat het reizen naar die steden in beginsel niet al te veel problemen meer oplevert. 'Maar er zijn een heleboel praktische zaken als staat mijn kantoor er nog, doen de fax- en internetverbindingen het en waar is mijn lokale staf? Dat is nu waar men tegenaan loopt, simpele huishoudelijke zaken die moeten worden opgelost.'
Nu de strijd in Libië grotendeels gestreden lijkt, zijn er ook nieuwe Nederlandse bedrijven die Klijnsma hebben laten weten dat ze belangstelling hebben voor Libië. Het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, goed in het optuigen van handelsmissies of het organiseren van beurzen, kan de geïnteresseerden van informatie voorzien.
Volgens lobbyist Klijnsma liggen er zakelijke kansen op allerlei gebieden. 'De agro-industrie is een belangrijke sector, technische ondersteuning door ingenieursbedrijven, bouwbedrijven, havenwerken. Er is een behoorlijk breed scala aan mogelijkheden en sectoren waar we als Nederlands bedrijfsleven kunnen instappen.'
Uitwisseling
Klijnsma mikt op bredere samenwerking met Libië, getuige zijn initiatief om een Nederlands-Libische raad op te richten die het economische belang ver overstijgt. 'De bedoeling is om niet alleen actief te zijn op het gebied van handelsbetrekkingen, maar ook op uitwisseling op wetenschappelijk gebied, de samenwerking tussen universiteiten. En ook op cultureel gebied.'














Nieuwe reactie inzenden