Bette Dam
Correspondent Bette Dam (1979) zal de komende maanden bijdragen sturen vanuit Afghanistan, waar ze voor onder meer de Wereldomroep verblijft.
Ze bericht over de Afghanen, het dagelijks leven en over de nieuwe rol die Nederland in Afghanistan speelt.
Dat doet ze vanuit haar standplaats Kabul, maar ze zal ook geregeld haar koffers pakken om andere delen van Afghanistan te portretteren.
Nederlanders die werken in Afghanistan, kijken vreemd op van de feestende mensen in New York, die de dood van Osama bin Laden vieren. Er heerst ongeloof.
Op haar kantoor in Kabul had iedere Afghaan over de dood van terroristenleider, zegt Mary Munnik (43). Ze woont in het land waar Bin Laden de Amerikaanse troepen tien jaar geleden naar toe wist te lokken.
Angst voor represailles
Op Munniks kantoor stonden televisies aan, zegt ze, en op de hoek van de straat hoorde ze dat de school werd gesloten vanwege de dood van Osama bin Laden. Ook doken buitenlanders weg achter de muren van hun vestigingen in de hoofdstad, uit angst voor represailles van Afghanen die Osama bin Laden steunen.
Zoals vaak blijken buitenlanders in Afghanistan zo voorzichtig, dat ze dagenlang hun werk niet kunnen doen. Mary Munnik, die niet verbonden is aan een internationale organisatie en dus niet verlamd wordt door veiligheidsregels, ligt de dag na het grote nieuws aan het zwembad van een luxe hotel in de stad. Ze heeft een dagje vrij genomen. 'Moet je ook eens doen, is echt heel prettig. Hier vergeet je even dat je in Afghanistan bent.'
Er verandert niets
Zes jaar geleden verruilde ze Hilversum voor Afghanistan, waar westerlingen inmiddels met grote militaire bases proberen Afghanistan geen safe haven meer te laten zijn voor terroristen als Bin Laden. Hier was het jarenlang volgens de formele lijn nog steeds te doen om de 'most wanted'.
Mary heeft inmiddels een eigen consultancybedrijf en helpt Afghanen bij het runnen van kleine ondernemingen. Over het nieuws dat Osama bin Laden pas tien jaar na 11 september 2001 is gepakt, is ze helemaal niet opgewonden meer. Volgens haar verandert er niet zoveel aan Afghanistan. 'Er zijn hier nu veel meer groepen die Afghanistan onrustig maken. Met het uitschakelen van Bin Laden is dat niet voorbij.'
De Afghaanse Nederlander Arash Yaqin (32) rijdt van afspraak naar afspraak in Kabul, alsof er niets aan de hand is. Het nieuws raakt hem ook niet, vertelt hij. 'Het enige fijne gevoel dat het mij geeft, is dat er nu meer reden is om te stoppen met vechten en onderhandelingen te beginnen.'
Arash verliet een paar maanden geleden Arnhem om terug te gaan naar 'zijn' land en de overheid bij te staan waar dat nodig is. Hij werkt ondermeer op de afdeling communicatie van het presidentiële paleis. Op zijn werk zag hij wel opluchting over de dood van Osama, vertelt hij. 'De strijd in Afghanistan kon wel een steuntje in de rug gebruiken. En dit is er een.'
VS niet weg
'De hysterie' in New York vindt hij zwaar overtrokken, zegt hij. Dat zal in 'zijn' land - waar men elke dag de consequenties van 11 september 2001 voelt - niet gebeuren. 'Ze hebben kennelijk hun eigen feestje nodig, maar hier is het niet echt de tijd voor.'
Volgens Arash is het nu in Afghanistan nog steeds beter dan in de Taliban-tijd. 'Dat hebben we, cynisch genoeg, te danken aan Osama.' Maar als de Amerikanen nu denken dat ze kunnen vertrekken, dan hebben ze het bij het verkeerde eind. 'Dat kan wel eens heel gevaarlijk zijn; de overheid is niet sterk genoeg.'
Jain Holsheimer (28) is het daar mee eens. 'Als mensen denken dat het hier nu voorbij is, hebben ze het mis.' De Amsterdammer werkt in Kabul voor de hulporganisatie Cordaid. Voor hem zijn de feestvierende mensen in New York een heel andere wereld. Hij snapt niet direct waar het vandaan komt.
'De oorlog in Afghanistan had niet meer zoveel meer te doen met Osama, is mijn idee.' Bovendien is Jain - maar ook zijn Afghaanse collega's - sceptisch over wat er nou werkelijk is gebeurd in het Pakistaanse Abbottabad, waar Osama bin Laden zou zijn omgekomen. 'Wat zien we nou? We zien geen lichaam, geen foto’s en geen begrafenis op zee', zegt de analist. 'We hebben recht op meer bewijs.'
Ongeloof
Mary Munnik en Arash Yaqin zijn het daarmee eens. Arash zegt dat Afghanen door gebrek aan bewijs niet het gevoel hebben dat de grootste terroristenleider van de wereld werkelijk is opgepakt. 'Is het niet vijf jaar geleden gebeurd en heeft de Amerikaanse president Obama nu goed nieuws nodig voor een herverkiezing? Dat is wat Afghanen denken. Ze geloven het niet.'
Mary’s collega's zijn niet minder cynisch na tien jaar zoeken naar een persoon, vertelt ze. 'Dit is politiek, dat is wat Afghanen mij vertellen. Ze denken in complottheorieën. Alles wordt hier bepaalt door de Amerikanen. Velen gaat het boven hun pet wat is gebeurd.'


















Nieuwe reactie inzenden