Domino disaster
Japan heeft een 'dominoramp' doorgemaakt. Dat begint op vrijdagmiddag 11 maart met een zeer krachtige aardbeving ter hoogte van de stad Sendai in het noordoosten. Terwijl steden en dorpen in de regio hevig schudden, overspoelt een tsunami kort daarna veel kustplaatsen. De ravage is enorm. De beving en de vele naschokken verstoren het openbare leven tot in Tokio toe, 400 kilometer van het epicentrum verwijderd.
In het noordoosten wordt voedsel schaars en vallen stromend water en verwarming uit, terwijl het kwik ‘s nachts onder het vriespunt zakt. Een nog veel nijpender probleem vormen de kernreactoren waar nog altijd een meltdown dreigt. Er komt steeds meer radioactiviteit vrij, grootschalige evacuaties zijn misschien nodig en de stroomvoorziening in heel Japan loopt gevaar.
Nederland moet lering trekken uit de Japanse aanpak van de huidige natuurramp. Want zo’n keten van natuurgeweld die de infrastructuur ernstig aantast, is ook in Nederland mogelijk, zegt rampendeskundige Eelco Dykstra.
Ondanks alle problemen rond de kerncentrales vind Dykstra dat Japan heel adequaat heeft gereageerd op haar ergste ramp sinds de Tweede Wereldoorlog. 'Als we deze soort aardbeving mét een tsunami ergens anders in de wereld zouden krijgen, dan is mijn inschatting dat de gevolgen van deze opeenstapeling van rampen veel erger zou zijn geweest.'
Dykstra is hoogleraar International Emergency Management aan de George Washington University in Washington DC. Hij heeft veel lof voor de manier waarop Japan voorbereid was op een ramp en voor de respons op de rampenreeks. Veel hebben de Japanners te danken aan de ervaring die ze hebben opgedaan na de aardbeving in Kobe in 1995. Dykstra roemt de strenge Japanse bouwvoorschriften, waardoor veel gebouwen bestand zijn tegen aardbevingen.
Blinde vlek
De Japanse reddingsteams rukten meteen na de aardbeving uit. Ze hadden grote voorraden dekens, water en voedsel klaarliggen om de bevolking te hulp te schieten. Nederland moet daarvan leren, zegt Dykstra.
'Ik moet nog zien wat er in Nederland klaarligt aan reservemateriaal. Onze overheid zegt 'U moet de eerste twee, drie dagen zelf doorkomen'. De burger moet dus zelfredzaam zijn, maar wat staat er klaar? Niet veel, omdat de Nederlandse overheid er niet van uit gaat dat zoiets kan gebeuren. Dat is een blinde vlek.'
Dat een keten van rampen ook in Nederland kan toeslaan, staat voor Dykstra buiten kijf. De Nederlandse dijken zijn weliswaar bestand tegen een stormvloed die eens in de vierduizend jaar plaats vindt, maar dat noemt hij de valse zekerheid van statistieken: 'Het kan ook morgen gebeuren'. Het grootste risico voor Nederland is een overstroming waarna een domino-effect waarschijnlijk is.
Verstoringen
Na een ramp is het zaak om de bevolking van basisbehoeften te voorzien. Mensen hebben om te beginnen lucht, water en voedsel nodig.
Dijkstra: 'Wat zou er gebeuren als er in de Randstad 10 dagen lang geen water, geen voedsel, geen communicatie, geen transport en geen energie meer is? Dan flikkert alles in elkaar. Als die dingen er niet zijn, krijg je grote verstoringen van de openbare orde. Als financiële transacties wegvallen, krijg je een impromptu systeem van ruilhandel. Dat wordt meteen georganiseerd, maar ook gecriminaliseerd. En je ziet dat ze dat goed door hebben in Japan. Ze doen wat nodig is om het ineenstorten van de vitale infrastructuur te voorkomen.'
In Nederland wordt wel over risico’s en rampenplannen nagedacht, zegt Dykstra, maar dan gaat het toch vooral om zaken als cybersecurity, pandemie, terrorisme, klimaatverandering. Hij pleit voor meer aandacht voor de nachtmerriescenario’s, waarbij de ene na de andere cruciale voorziening wegvalt.
Bevolking betrekken
Volgens Dykstra moet de Nederlandse overheid ook de bevolking meer betrekken bij crisisbeheersing, zoals Japan dat doet. Daar is crisisbeheersing niet alleen vóór het volk, maar ook ván het volk. 'In Nederland en Europa is de bevolking geen partner in de crisisbeheersing, maar een soort randverschijnsel. De overheid opereert vanuit de arrogantie van de theoretische wijsheid en denkt dat het kan bepalen wat de bevolking doet.'
En dat terwijl spontane acties van de bevolking keer op keer een waardevolle bijdrage leveren aan de beheersing van een crisis.
------------------------------
De vitale infrastructuur in Nederland
Het Rijk onderscheidt 12 sectoren die in het geval van een ramp moeten blijven functioneren of zo snel mogelijk weer moeten gaan functioneren
1) Energie: elektriciteit, aardgas, olie
2) Telecommunicatie/ICT
vaste telecommunicatie-voorziening
mobiele telecommunicatie-voorziening
radiocommunicatie en navigatie
omroep (crisiscommunicatie)
internettoegang
3) Drinkwater
4) Voedsel: voedselvoorziening en veiligheid
5) Gezondheid: spoedeisende zorg, andere ziekenhuiszorg, geneesmiddelen, vaccins, nucleaire geneeskunde
6) Financieel: betalingsdiensten en betalingstructuur, financiële overdracht overheid
7) Waterbeheer: keren en beheren oppervlaktewater: beheer waterkwaliteit, keren en beheren waterkwantiteit
8) Openbare orde en veiligheid
handhaving openbare orde
handhaving openbare veiligheid
9) Rechtsorde
rechtspleging en detentie
rechtshandhaving
10) Openbaar bestuur
diplomatieke communicatie
informatieverstrekking overheid
krijgsmacht
besluitvorming openbaar bestuur
11) Transport
mainport Schiphol
mainport Rotterdam
hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet (Rijksinfrastructuur)
spoorsysteem
12) Chemische en nucleaire industrie
vervoer, opslag en productie/verwerking van
chemische en nucleaire stoffen
De term dominoramp verscheen voor het eerst in een persiflage van Van Kooten en De Bie.


















Nieuwe reactie inzenden